Toen Sneeuwwitje werd geboren, stierf haar
moeder, de koningin. Haar vader, de koning, koos al gauw een
andere koningin. Maar die vrouw was jaloers en opschepperig. Ze
had een toverspiegel waar ze vaak in keek. Dan zei ze:
"Spiegeltje, Spiegeltje aan de wand,
wie is de mooiste van het land?"
En dan zei de spiegel:"Zo mooi als u bent is er geen, u bent
het mooist van iedereen."
Sneeuwwitje groeide op en werd steeds
mooier.
Op een dag vroeg de koningin weer aan haar spiegeltje:
"Spiegeltje, Spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van
het land?"
en toen zei de spiegel iets wat hij nog niet eerder had gezegd:
"Sneeuwwitje is duizendmaal mooier dan u."
De koningin werd vreselijk jaloers. Ze riep een jager bij zich en
zei:" Breng Sneeuwwitje naar het bos en maak haar dood. Je
moet mij haar hart en lever brengen als bewijs dat ze niet meer
bestaat." De jager nam Sneeuwwitje mee naar het bos, maar
hij vond het vreselijk dat hij haar moest doden.
"Loop maar weg," zei hij tegen Sneeuwwitje. En in
plaats van Sneeuwwitje doodde hij een jong zwijn. Hij nam de
longen en de lever van het dier mee terug naar de koningin.
Sneeuwwitje dwaalde urenlang door het bos.
Toen zag ze en klein huisje. De voordeur zat niet op slot. Binnen
stond een gedekte tafel met zeven kleine bordjes, zeven mesjes,
zeven vorkjes, zeven lepeltjes en zeven bekertjes. In de
slaapkamer stonden zeven bedjes. Sneeuwwitje nam een beetje eten
van elk bordje en een beetje drinken uit elk bekertje. Daarna
probeerde ze alle bedjes. Het zevende bedje lag het lekkerst. Ze
viel meteen in slaap.
Toen het donker werd kwamen er zeven dwergen aan. Ze hadden de
hele dag in het bos gewerkt en gingen weer naar huis.

Binnen zetten ze hun lantaarntjes neer en
keken ze om zich heen.
De eerste dwerg zei:" Wie heeft er op mijn stoeltje
gezeten?"
De tweede dwerg zei:"Wie heeft er van mijn bordje
gegeten?"
De derde dwerg zei:"Wie heeft er met mijn vorkje
geprikt?"
De vierde dwerg zei:" Wie heeft er aan mijn lepeltje
gelikt?"
De vijfde dwerg zei:"Wie heeft er met mijn mesje
gesmeerd?"
De zesde dwerg zei:" Wie heeft er hier mijn bedje
geprobeerd?"
En de zevende dwerg zag Sneeuwwitje. Ze lag nog steeds te slapen.
Alle dwergen vonden haar heel mooi. Ze wilden haar niet wakker
maken.
De volgende morgen zag Sneeuwwitje de zeven dwergen. Ze stonden
allemaal om haar bedje heen en vroegen hoe ze heette en waar ze
vandaan kwam. Sneeuwwitje vertelde alles wat er was gebeurd. Toen
vroegen de dwergen of ze wilde blijven en of ze hun eten wilde
koken en hun bedjes op wilde maken, terwijl zij in het bos
werkten.
"Maar," zeiden ze ook nog," als je alleen thuis
bent, mag je niemand binnenlaten."
Op een dag stond de koningin weer voor
haar spiegel.
"Spiegeltje, Spiegeltje aan de wand,
wie is de mooiste van het land?"
En de Spiegel zei: "Sneeuwwitje, bij de zeven dwergen, is
duizendmaal mooier dan u."
Nu wist de koningin dat de jager haar had bedrogen. En ze verzon
een gemene list. Ze vermomde zich als een oud vrouwtje dat appels
verkocht. Zo klopte ze aan bij het huisje van de dwergen.
Sneeuwwitje was alleen thuis. Omdat ze zin had in een lekkere
appel, vergat ze wat de dwergen haar hadden gezegd. Het oude
vrouwtje reikte haar de mooiste appel aan uit haar mand.
Toen de dwergen die avond thuiskwamen, zagen ze Sneeuwwitje op de
vloer liggen. Ze ademde niet meer, want ze had een giftige appel
gegeten.
De dwergen maakten een glazen kist en legden haar erin. Ze zetten
de kist voor hun huisje. Drie dagen huilden ze en de dieren uit
het bos treurden mee.
Toen kwam er een prins op zijn paard voorbij. Hij zag Sneeuwwitje
en werd meteen verliefd op haar.
"Verkoop mij de kist," zei hij, maar dat wilden de
dwergen niet.
"Geef me dit meisje," zei de prins," want ik wil
haar elke dag kunnen zien."
De dwergen gaven toe. Ze hielpen de prins die de kist op zijn
paard wilde hijsen. Maar de kist viel en brak. Door de schok
schoot er iets los uit de keel van Sneeuwwitje: het stukje
giftige appel.
Meteen daarna opende Sneeuwwitje haar ogen.
"Waar ben ik?" vroeg ze.
"Bij mij," zei de prins." Wil je meekomen naar
mijn kasteel en mijn vrouw worden?"
Sneeuwwitje wilde wel. Ze nam afscheid van de dwergen en zei dat
ze altijd op bezoek mochten komen, of een keertje komen eten, als
ze zelf hun bestek meenamen.
Samen met haar prins leefde Sneeuwwitje nog lang en gelukkig.
En die nare koningin, die ging natuurlijk al gauw op een nare
manier dood, want zo ging dat met nare koninginnen.