OPDRACHTEN

 

Naar de tandarts

Nu heb ik een verrassing, zei de tante van Jan Hein,

we gaan gezellig naar de tandarts, Is dat even fijn?

De tandarts moet dat kleine gaatje in jouw kiesje vullen.

Nou? Vind je dat niet enig? Maar Jan Hein begon te brullen!

En tante moest hem bij zijn oren naar de tandarts sleuren.

Hij jammerde van BOE! en WOE! maar ja, het moest gebeuren.

De tandarts zei: Kom jongetje, ik schiet je toch niet dood.....

Je doet net of je drie bent, en je bent toch al zo groot.

Er zijn hier toch geen tijgers en geen beren en geen leeuwen!

Maar och, Jan Hein bleef gillen, krijsen, jammeren en schreeuwen.

 

Eerst schreef de tandarts, keurig net, Jan Hein zijn naam in het boek,

Maar toen hij op keek van dat boek.....

Toen was Jan Heintje zoek.

Ze zochten onder het tapijt en achter het bureau,

ze keken in de boekenkast en in de radio,

En in de la met tangetjes..... waar was nou toch die jongen?

En tante zei: Misschien is hij wel uit het raam gesprongen!

Toen hoorde ze ineens: HATSJIE!

En kijk, daat zat Jan Hein, daar zat hij boven op de kast,

Heel zielig en klein.

Nu was er niets meer aan te doen, nu moest hij op de stoel:

De boor die ging van zzzzzt en rrrrt.

Toen zei de tandarts: spoel.

Je bent een grote jongen hoor!

Jazeker, zei Jan Hein,

ik ben een grote jongen en het deed helemaal geen pijn!!!

Uit: Annie M.G. Schmidt, Het fluitketeltje en andere versjes.

Opdrachten

Schrijf de opdrachten op een eigen blaadje met je naam.

Kijk bij elkaar naar het gebit.

- Hoeveel soorten tanden heb je?

- Hoeveel tanden en kiezen kun je tellen?

- Zijn ze allemaal nog goed en gaaf?

- Waar zit de grootste kies?

- Waar zitten de grootste tanden, en waarom zitten ze daar?

 

TANDEN POETSEN

Tanden poetsen hoort bij je lichamelijke verzorging. Nu ga je onderzoeken hoe je dat het beste kunt doen.

Je hebt nodig:

- vijf potloden

- plakband

- theelepeltje

- klei

- oude tandeborstel

- water

- schrijfmateriaal

 

Maak de vijf potloden - met plakband - aan elkaar vast, net als op de eerste tekening hieronder. Het plakband komt over de uiteinden van de potloden.

Neem dan een theelepeltje klei en maak de klei vochtig. Kneed de klei tot een zachte massa (iets zachter dan je gewend bent met kleien). Wrijf de zachte klei tussen de potloden. Maak daarna de tandenborstel nat en ga de potloden schoon poetsen, net als op de tweede tekening hierboven.

Schrijf de antwoorden op een eigen blaadje

1. Eerst poets je dwars over de potloden. Waar blijft de klei zitten?

2. Hoe moet je de klei daar weg poetsen denk je?

Probeer maar! De potloden zijn natuurlijk je tanden. De klei is de tandplak: dat is het laagje, dat aan je tanden blijft kleven, als je iets hebt gegeten, of gedronken.

3. Hoe moet je nu je tanden poetsen?

Op het laagje tandplak leven veel bacteriën. Ze eten de tandplak op, maar tasten ook de harde beschermlaag van je tanden aan. Daardoor kun je gemakkelijker gaatjes krijgen.

4. Hoe kun je er voor zorgen, dat je minder - of zelfs geen - gaatjes krijgt? Schrijf dat eens onder elkaar op.

HOME