=Het Christendom=

 

Geen enkele godsdienst heeft zoveel invloed en macht uitgeoefend op de gehele westerse cultuur als het christendom. De invloed strekt zich uit over alle terreinen van het menselijk leven. Het christendom is nog steeds zichtbaar aanwezig in het openbare culturele leven. Denk maar aan het christelijk onderwijs, de christelijke omroep, de christelijke politiek en de christelijke feestdagen. En ieder dorp en iedere stad heeft we een kerk, parochie of gemeente.

   

Visie op Jezus

Boeddhisten beroepen zich op Boeddha. Communisten beroepen zich op Marx. Christenen beroepen zich op Jezus van Nazareth. Nederland heeft de meeste christelijke kerken en afgesplitste groepen. Een groot aantal mensen staat op de burgerlijke stand ingeschreven als ‘Rooms – katholiek’, ‘Nederlands hervormd’of ‘Gereformeerd’. Ze zijn allen lid van een christelijke kerk.

 

Eigentijdse visie

Over Jezus van Nazareth is in de loop der eeuwen veel geschreven en in onze tijd worden films en musicals aan Hem gewijd. Bepaalde stromingen kijken reikhalzend uit naar zijn wederkomst op aarde. Andere groepen geloven dat hij al onder de mensen is.

Sommigen zien Jezus als een tragisch slachtoffer, anderen als goddelijke overwinnaar. Het lijkt soms of mensen zich een beeld maken, dat aansluit bij hun behoefte. Duidelijk is wel dat Jezus een historisch figuur is geweest. In het nieuwe testament vertellen de vier evangelisten over het leven van Jezus wie Hij was en wat Hij deed.

 

De boodschap van Jezus

De kern van het christendom is de verering van Jezus Christus als Zoon van God, de unieke openbaring van het heil van God voor de mensen. De evangelist Marcus vat de boodschap van Jezus als volgt samen:

De joden geloofden dat Gods Messias (Christus) zou komen om het Koninkrijk Gods op aarde te vestigen. Daarmee wordt bedoeld een ‘rijk’ waarin vrijheid, vrede en rechtvaardigheid heerst. Met Jezus kwam dat Rijk Gods een stuk dichterbij getuige de vele wonderen die Hij verrichte. Om het Koninkrijk Gods binnen te gaan is een radicale ommekeer van de levenswijze noodzakelijk (wedergeboorte). In de Bergrede ontvouwde Jezus zijn revolutionair programma hoe het koninkrijk Gods eruit zal zien en hoe je dit kunt binnen gaan.

 

Jezus en de wet

Jezus durfde de schriftgeleerden te zeggen dat hij gekomen was om de wet van Mozes te vervullen. In de Bergrede legde Jezus de bedoeling van de wet uit. Jezus verving de duizenden voorschriften van de wet door beginselen. Hij verlangde geen absolute gehoorzaamheid aan de wet, maar wel ‘meer dan het gewone’ te doen. De thora (joodse wet) leert vergelding: ‘oog om oog, tand om tand’ terwijl Jezus zegt: ‘weersta de boze niet, doch wie jou een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de ander toe’. De joodse wet zegt: ‘heb uw naaste lief’, maar Jezus verlangt meer: ‘Heb uw vijanden lief en bidt voor wie jou vervolgen’.

 

De zaligsprekingen

De zaligsprekingen verwijzen naar het koninkrijk Gods en de mensen die daar van deel uit zullen maken.

Zalig de armen van geest, want zij zullen Gods Koninkrijk binnen gaan.

 Jezus houdt ons de armen voor tot voorbeeld. De rijken zullen het koninkrijk niet beërven. Over rijkdom zegt Jezus: ‘Gij kunt niet God dienen en Mammon’. Mammon is de god van het geld.

 

Regels om na te leven

Na Jezus dood verwachtten de eerste christenen dat  het koninkrijk Gods zou aanbreken en dat het eindoordeel zou worden geveld.  De wederopkomst van Christus bleef echter uit. De voorschriften van Jezus hoe als christenen te leven kregen daarom een meer permanent karakter.

Deze regels houden in:

v      De tien geboden, Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen, Gij zult de Naam van de Heer, Uw God niet misbruiken, Gij zult de dag des Heren heiligen, eer uw vader en moeder, Gij zult niet doden, Gij zult geen overspel plegen, Gij zult niet stelen, Gij zult uw naaste niet vals getuigen, Gij zult geen onkuisheid begeren, Gij zult niet begeren wat uw naaste toehoort.

v      De gulden regel, Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat  ook de ander niet.

v      Het grote gebod, Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

 

Het christelijk geloof

We onderscheiden drie hoofdstromen:

  1. Het katholicisme, onder te verdelen in een westers christendom (Rome als centrum) en een oosters christendom (oost- en zuidoost- europa).
  2. Het protestantisme, voortgekomen uit de Reformatie van de 16e eeuw: lutheranisme en calvinisme,
  3. Sekte / moderne geestelijke stromingen, veelal opwekkingsbewegingen ontstaan in de 19e eeuw in Engeland en de VS.

Ondanks verschillen in leringen is er wel het een en ander dat de kerken bijeen brengt en bij elkaar houdt. Hun gemeenschappelijke basis is de belijdenis. In de kerk is het traditie dat op een bepaald moment jongeren belijdenis doen. Ze komen dan openlijk uit voor hun geloof in Jezus Christus. Een van de oudste vormen van belijdenis - doen vinden we terug in de bijbel: ík geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is’ (handelingen 8.37)

Vrijwel alle christelijke kerken stemmen in met de bekende Apostolische geloofsbelijdenis (het Credo). Belangrijkste punten uit het Credo zijn het geloof in:

v      Één God, Schepper van hemel en aarde,

v      De drie – eenheid (vader, zoon en de heilige geest),

v      De bijbel als bron van openbaring en gezag,

v      Één algemeen christelijke kerk,

v      Een leven na de dood (wederopstanding),

v      Een nieuwe hemel en aarde.

 

Geschiedenis christelijke kerk

Het christendom is een van oorsprong joodse sekte, die Jezus van Nazareth aanvaarde als de lang voorspelde en beloofde Messias of Christus. Na zijn dood hebben volgelingen zich verenigd en zijn tegenwoordigheid ervaren. Een aantal van hen hebben hem ‘herrezen’ gezien. Zij kregen op het Pinksterfeest de Geest.  Dat was het begin van de ontwikkeling van het christendom.

Rome werd het machtscentrum van de christenheid. De bisschop van Rome - als opvolger van de apostel Petrus - werd de wettige vertegenwoordiger van Christus op aarde. Deze bisschop verwierf zich de titel van Paus en kreeg de opperste leiding in de kerk.

 

Oosterse- Orthodoxen

Het geloof verspreidde zich over heel Europa, maar hoe groter de kerk werd, des te groter werden de meningsverschillen over de koers van de christelijke kerk. De patriarch van Constantinopel kwam in conflict met de paus. Hij wilde een eigen koers varen door onder andere gehuwde priesters aan te stellen. In 1054 scheidde de Oosterse- Orthodoxe kerk zich af.

 

De Reformatie

Het tweede grote schisma (kerkscheuring) ontstaat in 1517 en heeft grote gevolgen voor West en Noord-Europa: het ontstaan van het protestantisme. Luther en Calvij verzetten zich tegen de misstanden in de kerk, zoals corruptie. De reformatie heeft geleid tot het protestantisme, waarin verschillende geestelijke stromingen samenkomen.

 

Verschillen tussen protestanten en katholieken

De rooms-katholieke kerk onderscheidt zich op een aantal van punten van de protestantse kerken. Katholieken hebben een paus als hoofd van de kerk. Hij heeft het hoogst gezag. Voor protestanten is dat Jezus Christus. De rooms – katholieke kerk is een eenheidskerk, een grote wereldkerk. De protestantse kerken zijn een verdeelde kerk: er zijn tientallen kerken. Elke plaatselijke kerk is in principe zelfstandig. Katholieken dienen zich te houden aan het leergezag van de kerk. De paus als opperleraar van de kerk verkondigt dogma’s (geloofswaardigheden). Een belangrijk dogma is het geloof in Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Het leergezag van protestanten is Gods Woord, de bijbel. De katholieke kerk heeft ongehuwde priesters in dienst, terwijl het ambt  voor  vrouwen (nog) verboden is. De protestantse kerken hebben daar minder moeite mee.

 

Moderne stromingen

In de 18e en 19e eeuw ontstaan in Amerika versschillende godsdienstige groeperingen die verschillende geloofsaccenten benadrukken.

  1. Jehova’s Getuigen, Zevende – dags – adventisten. Zij verkondigen de spoedige wederkomst van Christus en de vestiging van zijn duizend jarige vredesrijk (chiliasme).
  2.  Pinkstergroepen. Zij leggen veel nadruk op gebedsgenezing, het spreken in tongen en de onmiddellijke invloed van de Heilige Geest bij elke vorm van eredienst.
  3. Spiritisten. Zij proberen de realiteit van het leven na de dood aan te tonen, vooral door het streven naar contact met de doden.
  4. Het Leger des Heils, de Quakers. Zij leggen alle accent op onderlinge liefde en hulpvaardigheid, juist voor mensen aan de zelfkant van de samenleving. De Quakers zijn sterk voor geweldloosheid.

 

Nieuwe ontwikkelingen

De oecumene

Begin 20e eeuw ontstond in een internationale beweging met het doel de verdeeldheid tussen de kerken op te heffen. Een proces van de onderlinge toenadering kwam op gang en dit leidde uiteindelijk tot de oprichting van de huidige Wereldraad van Kerken te Amsterdam (1948). De Wereldraad houdt zich  met allerlei zaken bezig: dialoog met de wereldgodsdiensten, geloof en ambtszaken, anti-semitisme, hulp aan vluchtelingen.

Samen op weg

Ook in Nederland is er sprake van toenadering tussen kerken. Hervormden en gereformeerden werken beide samen om één kerk te worden, het Samen op Weg – Proces. Ze houden nu al gemeenschappelijke diensten, erkennen elkanders doop en vieren samen het avondmaal. Ook een naam is al bedacht: de Verenigde Protestantse Kerk.

Het fundamentalisme

In Nederland zijn ook fundamentalistische groepen zoals de EO en verschillende pinkstergroepen actief. Ze geloven in de onfeilbaarheid van de bijbel en nemen alle verhalen letterlijk zoals maagdelijke geboorte en lijfelijke opstanding van Christus. Ze trekken ten strijde tegen alles wat duivels is: het communisme, drugs, abortus, gelijke rechten voor vrouwen en homo’s, seks voor het huwelijk.

Het geloof vieren

De christelijke traditie is rijk aan symbolen en rituelen, denk maar aan de belangrijke levensmomenten, bij geboorte, huwelijk en dood. Kernrituelen worden sacramenten genoemd. Het zijn tekenen waarin christenen hun geloof in Jezus Christus uitdrukken. De rooms – katholieke kerk kent zeven sacramenten:

1.      Eucharistie (avondmaal). Men viert de gemeenschap met Jezus en zijn Kerk. Dit gebeurt door het breken van het brood en het drinken van wijn.

2.      Doopsel, Geboorte, het begin van een nieuw leven; men viert de opneming van het kind in de christelijke gemeente; men wil de dopeling in de geest van Christus opvoeden.

3.      Vormsel, Bevestiging van het geloof in Christus. De vormeling is nu volwassen gelovige, gebeurd via handoplegging en zalving.

4.      Huwelijk, Nieuw leven dat man en vrouw samen gestalte geven. Men geeft elkaar trouwbelofte. Wat God heeft verbonden, mag de mens niet scheiden.

5.      Priesterschap, Het beschikbaar zijn voor de dienst aan God. Uitoefening van het ambt en de plicht om kuis en ongehuwd te leven.

6.      Biecht, Berouw betonen aan God; vergeving vragen en opnieuw mogen beginnen. Verandering van levensstijl.

7.      Ziekenzalving. De dood onder ogen zien; hoop op een menswaardig sterven in de Heer; zalving met olijfolie.

 

De reformatische traditie twee:

  1. avondmaal,
  2. doop.

 

Het kerkelijk jaar

Het kerkelijk jaar wordt beschouwd als het geestelijke levensritme van de kerk en omvat onder andere de feestdagen, de advents- en lijdenstijd. Onder kerkelijk jaar wordt verstaan de jaarlijkse herdenking en hernieuwing van het leven van Jezus. De jaarcyclus is gegroepeerd rond de feesten Kerst en Pasen.

 

Organisatie

 De rooms – katholieke kerk bestaat uit de geestelijkheid (priesters) en leken (gelovigen). Nederland is een kerkprovincie en is verdeeld in zeven bisdommen. Hiërarchie verloopt volgens een piramide model.

 

v      De paus. Het hoofd van de kerk, bisschop van Rome en woont in Vaticaan; hij benoemt de bisschoppen.

v      De kardinalen. De raadgevers van de paus. Uit hun midden wordt een nieuwe paus gekozen.

v      De bisschoppen. De opvolgers van de apostelen, en verantwoordelijk voor de plaatselijke kerken.

v      De priesters. Staan in contact met de leken (gelovigen) en zijn voorgangers (pastors) van de plaatselijke parochie.

v      De gelovigen. Inclusief de godsdienstige gemeenschappen(kloosters).

 

 

Drie koningen

 

Aswoensdag

 

palmzondag

 

Witte donderdag

 

Goede vrijdag

13 april

Stille zaterdag

 

Pasen

15 – 16 april

Hemelvaartsdag

30 april

Pinksteren

3 – 4 juni

Hervormingsdag

 

Advent (4 zondagen)

 

Kerstfeest

25 – 26 december