Spelregels
Volleybal in het kort
Volleybal wordt gespeeld door twee teams per wedstrijd. Het speelveld is door een net in twee delen verdeeld. Aan allebei kanten van het net staat een team van zes spelers. Het doel van het spel is de bal in het veld van de tegenpartij op de grond te krijgen en te voorkomen dat dit in het eigen veld gebeurt. De bal mag aan elke kant van het net maar 3 keer gespeeld worden. Bij derde keer moet de bal naar de andere kant van het net.
Verloop van het spel
De bal wordt door de serveerder in het spel gebracht. Bij zijn opslag slaat hij de bal over het net naar het veld van de tegenpartij. Om de bal weer terug te spelen, mag elk team de bal drie maal raken. Vangen of vasthouden mag niet. Bovendien is het niet toegestaan dat de bal twee keer achter elkaar door één en dezelfde speler wordt geraakt, behalve bij het blokkeren. Het spel gaat door totdat de bal in het speelveld de grond raakt, 'uit' gaat of door een team niet op de goede manier wordt teruggespeeld.
Puntentelling
Vanaf het seizoen 2000-2001 wordt in Nederland het Rally Point Systeem voor de puntentelling gebruikt In sommige competities wordt nog gewoon volgens het oude systeem gespeeld, bijvoorbeeld bij teams die recreatief spelen, dus alleen wedstrijden voor de lol, niet voor de competitie.
Rally Point Systeem
Het team dat de rally wint, krijgt een punt. Het team dat de rally gewonnen heeft, krijgt het niet alleen een punt erbij, maar ook het recht om op te slaan. Tevens draaien de spelers van dit team kloksgewijs één plaats door. Zodra er een team opgeslagen heeft, kan er een punt gemaakt worden. Er is een punt gemaakt als de bal op de grond van de tegenstander komt of als de bal via de tegenstander buiten het veld komt en op de grond beland.
Een set wordt gewonnen door het team dat als eerste 25 punten behaalt, met een voorsprong van ten minste twee punten. Bij een gelijke stand van 24-24 gaat het spel door tot er een verschil van twee punten is bereikt.
Vanaf de eerste divisie tot en met de drie hoogste regioklassen worden altijd vier sets gespeeld. Bij een gelijke stand van 2-2 in sets wordt de beslissende vijfde set gespeeld. De winst van deze vijfde set én van de wedstrijd gaat naar het team dat als eerste 15 punten behaalt met een minimaal verschil van twee punten. Bij 14-14 gaat het spel door tot er een verschil van twee punten is bereikt. De drie hoogste regioklassen zijn de 3e divisie en de twee daaronder liggende klassen. Onder deze drie hoogste regioklassen zijn variaties mogelijk, bijvoorbeeld in aantal sets. De wedstrijdvorm in de Eredivisie verandert niet en blijft the best of five.
De verdeling van de punten is als volgt
Als de eindstand van de wedstrijd 4-0 is, heeft de winnaar 5 punten en de verliezer 0.
Als de eindstand van de wedstrijd 3-1 is, heeft de winnaar 4 punten en de verliezer 1.
Als de eindstand van de wedstrijd 3-2 is, heeft de winnaar 3 punten en de verliezer 2.
Alleen als je verliest met 4 - 0, krijg je als verliezer geen punten. Bij alle andere eindstanden krijg je wel punten voor de moeite.
Serveren/ opslaan
De bal wordt in het veld gebracht door een bovenhandse of onderhandse oplag. De bal wordt geserveerd vanaf de achterlijn. Je moet achter de lijn gaan staan en je mag dus niet met de voet op of over de lijn komen. De bal moet in een keer over het net gaan en mag het net wel raken.
Time out
Iedere ploeg mag twee time outs per set aanvragen. De time out duurt slechts 30 seconden en hierin kan overleg gepleegd worden of aanwijzingen worden gegeven. Dit gebeurt buiten het veld.