![]() |
Het
kasteel van binnen In het kasteel waren ontzettend veel kamers. Zo had je de keuken, de voorraadkamer, de ridderzaal, een slaapkamer voor de koning, de kamers voor de gasten, de stallen voor de dieren, een kapel en een ruimte waar de smid nieuwe hoefijzers voor de paarden maakten. Verder was er in het kasteel een binnenplaats waar een put stond daar kon de keukenmeid water halen. Hieronder zal ik een aantal van deze kamers beschrijven. De ridderzaal Het middelpunt van het kasteel was de ridderzaal. In de ridderzaal werden dagelijks maaltijden gegeten en er werden feesten gegeven. In de ridderzaal ontving de koning belangrijke mensen, luisterde de koning naar de klachten van de mensen en gaf opdrachten aan zijn onderdanen. De ridderzaal was ook een soort rechtbank, de koning was dan de rechter. Maar de ridderzaal werd ook gebruikt voor leuke dingen. Er kwamen veel mensen optreden voor de koning en er werd dan veel gedanst, muziek gemaakt, spelletjes gedaan en verhalen voorgelezen. In de ridderzaal was één klein kamertje, voor de koning, waar hij rustig kon zitten. Zo'n kamertje noemde ze een kemenade. Ook gebruikte ze die kamer als slaapkamer, maar soms had hij daar een aparte kamer voor. In de kamer stond dus altijd een bed. Als er eens veel bezoekers kwamen en alle stoelen waren bezet moesten er soms mensen op het bed zitten. De wapenkamer In het kasteel hielden verschillende mensen zich bezig met het maken van de wapens. Zo werden er zwaarden en helmen gemaakt door de smid. De wapensmid was een belangrijk man in het kasteel die over veel fantasie moest beschikken, omdat hij moest zorgen dat er nieuwe wapens kwamen waarmee de ridders konden vechten. De wapenuitrusting van de ridders werd ook onderhouden in de wapenkamer en de wapensmid moest zorgvuldig met de spullen omgaan, omdat anders het kasteel in gevaar kwam.
De keuken De keuken in het kasteel was ontzettend groot, zo groot dat het over meerdere kamers verdeeld was. De koks en zijn helpers waren de hele dag bezig om het eten voor de koning, zijn familie en gasten te verzorgen. Er hing altijd wel een grote kookketel op het vuur zodat ze altijd soep of een stoofschotel konden maken. Het eten werd altijd goed gekruid en aan het eten werden ook kleurstoffen toegevoegd. Dit om het eten een mooie kleur te geven. In de keuken was er altijd een grote haard, daar werd het vlees klaargemaakt. Vaak hing er een heel varken in om te roosteren. In de zijkant van de haard was ook een oventje waar de kok brood in kon bakken. Door de haard was het heel erg warm in de keuken. De kapel In de meeste kastelen was ook een kapel aanwezig. De muren van de kapel waren mooi beschilderd, er was een gouden kruis en ook het altaar was mooi aangekleed. De kasteelheer en zijn vrouw begonnen de dag vaak met een dienst in de kapel. Als de kapel groot genoeg was, was er ook een dienst voor de overige bewoners. De dienst werd door de priester geleid en ook het dankgebed werd door de priester gedaan. Ook de feesten in het geloof waren belangrijk in het leven van de mensen. Iedereen nam vrij om feest te vieren. Het geloof was zeer belangrijk in de middeleeuwen.
De kamer van de jonkvrouw Tot de twaalfde eeuw was het niet gebruikelijk om een aparte kamer te hebben. Iedereen sliep in de grote zaal waar ook werd gegeten en gewoond. Na de twaalfde eeuw veranderde dat. Toen kreeg iedereen een aparte kamer. Een voorbeeld daarvan is de kamer voor de jonkvrouw. De kamer van de jonkvrouw was prachtig ingericht, er lagen mooie mozaïekvloeren en in de winter werden daar vloerkleden overheen gelegd omdat het anders te koud is. Ook werden er dan wandtapijten opgehangen waar soms het wapenteken opstond en de haard zorgde ervoor dat het lekker warm was in de kamer. De gordijnen die aan het bed hingen waren van zijden. Op de planken stonden veel flesjes met lekkere geurtjes en zalfjes. Ook stond er in de kamer een bidstoel waar de jonkvrouw in kon bidden. Dieren in het kasteel Sommige dieren konden in de binnenplaats van het kasteel rond grazen, andere dieren liepen buiten op het veld. 's Nachts werden de dieren weer naar binnen gehaald, omdat het te gevaarlijk was om ze buiten te laten lopen. Als de winter was aangebroken dan werden veel dieren geslacht, omdat er dan niet genoeg eten was voor de bewoners. De dieren in de middeleeuwen waren kleiner dan de dieren die we nu hebben en gaven dus ook minder vlees. Dus moest de kasteelheer ervoor zorgen dat er wel genoeg dieren waren om van te leven. |