Naar Nederland
Anne, Margot
en Edith zijn nog in Duitsland en ondertussen is Otto Frank in
Amsterdam om daar een geschikte huis te vinden voor hem en zijn
familie.
Pas in de herfst van 1933 vind hij een geschikt huisje in
Amsterdam, waar ze moeten wonen, totdat ze moeten onderduiken.
Edith en Margot gaan in december naar Amsterdam. Anne blijft nog
een poosje bij haar oma logeren, tot het huis helemaal is
ingericht. In februari gaat Anne naar haar nieuwe huis. Ze is nu
vijf jaar oud.

Het wonen in Amsterdam bevalt de familie Frank goed. In hun buurt
wonen veel Joden die uit Duitsland zijn gevlucht.
In 1933 is Otto Frank begonnen met zijn nieuwe bedrijf. Het
bedrijf heet Opekta Werke en verkoopt pectine. Pectine is een
vruchten poeder dat je nodig hebt als je zelf jam wilt maken.
Veel mensen doen dat omdat het veel goedkoper en lekkerder is.
Pectine wordt verkocht in flesjes, doosjes en papieren zakjes.
De huisvrouwen die vragen hebben kunnen de
Opekta-inlichtingendienst bellen. Dan krijgen ze Miep
Santrouschitz aan de telefoon. Miep werkt bij Otto op kantoor. Al
snel ontstaat er een vriendschap tussen de familie Frank en Miep.
Miep en Otto praten vaak over wat er allemaal in Duitsland
gebeurt, ook Miep is fel tegen Hitler en de Nazis.
Vanaf de zomer van 1937 krijgt ze assistente van Beb Voskuijl.
Sinds 1934 gaat Anne naar school. Ze is nu zeven jaar. Eerst zat
ze twee jaar in de kleuterklas, op de Montessorischool. Ook
Margot gaat naar deze school.
Oma Hollander uit Aken komt in 1937 bij de familie Frank wonen.
In Duitsland is de situatie voor de joden bijna ondraaglijk
geworden. De haat en het geweld tegen de joden zijn groot. Het is
een wonder dat oma in Nederland wordt toegelaten. Veel joodse
vluchtelingen worden aan de grens teruggestuurd.
Oma is ziek en zwak en ligt vaak op bed.

De vader en
moeder van Anne.