Deportatie van de Joden
Op maandag 29 juni staat
er in alle Nederlandse kranten dat de Duitse bezetter besloten
heeft om de joden over te brengen naar werkkampen in Duitsland.
De joden in Nederland zijn in paniek: Wat gaat er met hen
gebeuren? Wat kunnen ze doen? De Duitse bezetter heeft immers de
namen en adressen van alle joden precies geregistreerd. Veel joden
denken erover om onder te duiken, maar dat is erg moeilijk.
Op zondag 5 juli krijgen de eerste duizend joden een kaart in de
bus.
Margot Frank behoord tot die eerste groep. Op de kaart staat dat
ze zich moeten melden op een bepaald adres. Daar krijgen ze een
formulier waarop staat wanneer hun trein vertrekt en wat ze mee
moeten nemen. De joden weten alleen dat ze naar het kamp
Westerbork worden gestuurd. Niemand weet wat er daarna met hen
zal gebeuren.
De Duitsers roepen in 1942 en 1943 alle joden in Nederland op
voor een deportatie. Maar veel joden komen niet opdagen. Dan
besluit de Duitse politie tot een harde aanpak. De politie komt
vaak zonder aankondiging aan de deur en neemt de Joden gelijk
mee. Ze houden ook Razzias: Dan sluiten ze een hele wijk af
en pakken alle joden op. Joden worden uit hun huizen gesleurd, op
vrachtwagens geladen en per trein naar Westerbork gebracht.
De Duitsers worden geholpen door een groot deel van de
Nederlandse politie. Ook zijn er Nederlandse Nazis, die de
Duitsers helpen. Als zij bij de joodse gezinnen binnenvallen,
roven ze vaak eerst alle spullen van waarde: geld, sieraden en
voedsel. Eind september 1943 zijn bijna alle joden in Nederland
opgepakt. Dan gaan de bezetters extra moeite doen om joodse
onderduikers op te sporen. Veel joden worden alsnog ontdekt en
weggevoerd.
Er zijn groepjes joden jagers actief. Voor elk jood -
vrouw, man of kind - krijgen deze mensen een beloning.
Als iemand vijf joden heeft verraden krijgt hij/zij 37.50.
Dit is net zo veel als een gemiddeld weekloon.
Edith Frank en
Anne.