Impressionisme
Kunstenaars die in de Romantiek schilderde konden eigenlijk zo'n beetje zelf verzinnen wat ze wilde schilderen. De kunstenaars uit het Impressionisme probeerden de natuur of de omgeving weer te geven zoals die er op dat moment uitzag. Het was eigenlijk een soort foto. Het schilderij moest dus snel gemaakt worden, omdat het beeld anders weer zou veranderen en het er weer anders uit zag. Aan de impressionistische schilderijen kun je ook zien dat er snel geschilderd werd, want er zijn vaak een soort vegen te zien. Als je goed kijkt zie je dat ook weer terug in het schilderij van het landschap. Je ziet de kleuren eigenlijk een beetje in elkaar overlopen.

In het impressionisme was het natuurlijke licht en het effect daarvan op de kleuren heel belangrijk. Meestal zijn de schaduwen die je ziet zwart, maar de schaduwen die op het schilderij te zien zijn hebben kleur, bijvoorbeeld verschillende kleuren rood. Verschillen in het licht konden een schilderij er heel anders uit laten zien. Zo heeft de schilder Monet op verschillende momenten van de dag steeds dezelfde vijver geschilderd. Toch ziet het schilderij er iedere keer weer anders uit, omdat het lichtval steeds weer anders is, doordat de stand van de zon tijdens de dag verandert.
Kun je aan dit schilderij zien dat de schaduwen een andere kleur hebben? Zijn de mensen eigenlijk duidelijk te herkennen? Hoe zou dit komen denk je?

Weet je de antwoorden al? Dan gaan we door met
het volgende deel van de rondleiding.