Gouden Eeuw
17e eeuw
De Gouden Eeuw (17e eeuw) is ook wel de eeuw van de Barok. Er ontstond een nieuwe groep jonge, rijke kooplieden die zich net zo gingen kleden als de adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen en veel kant. De rijke Hollandse burgers keken af bij de Franse en Engelse adel.
De Vrouw
Je kon een vrouw in Barokstijl herkennen aan haar haar, jurk, schoenen en de accessoires (sieraden, tasjes etc.).De jurk noemden ze ook wel japon en deze was helemaal versierd met stroken stof. Vaak was hier ook een platte kraag van kant op gemaakt. De japon had driekwart mouwen en ze hadden een jasjes van fluweel of satijn met een bontrandje.
Wanneer de vrouw thuis was, liep ze op slippers. Op straat droegen ze patins, dat waren schoenen met houten zolen die werden gebonden om de voet met een leren of zijden riempje (een soort sandaal). Soms werden ze versierd met een goud randje.
Vrouwen maakten pijpenkrullen in hun haren, en maakten een knotje op het achterhoofd. Meestal lieten ze dan wat krullen los hangen. Wat opviel, was dat vrouwen hun sieraden altijd twee keer hadden. Zo droegen ze dus nooit één armband om één pols, maar droegen er twee. Dus ze hadden ook twéé kettingen om een hals. Horloges zoals wij ze kennen hadden ze toen nog niet. De horloges hingen aan een ketting.
De meeste Barokvrouwen droegen een parasol als ze naar buiten gingen, en voor afkoeling werd een vouwwaaier gebruikt.
Vrouwen droegen een kraag die de hele schouders bedekten, met een vladde simpele kantrand. Een rijke vrouw droeg een kraag die helemaal van kant was gemaakt.

De man
De mannen droegen
vaak een bolhoed, deze hoed was erg hoog. Hoeden waren erg duur
vanwege de hoedebanden. Arme mensen konden een bolhoed niet
kopen. Op de hoed waren ook wel eens veren genaaid. Steeds vaker
maakten de mensen valse haarlokken aan de hoed vast, zo begon een
hoed steeds meer op een pruik te lijken (de pruikentijd).
Wil je zelf een bolhoed maken? Kijk dan gauw bij de opdrachten.
De mannen droegen verschillende kousen over elkaar heen. Deze kousen werden gerimpeld. De mannen droegen een hele wijde kniebroek. Deze werd aan de onderkant vastgebonden met linten.
De rijke mannen droegen een kanten kraag.
Mannen droegen leren schoenen met rozetten (een soort roos of bloem voor de versiering).