De weide
Gras:
In de weide groeien veel verschillende grassoorten, zoals het vossestaartgras, reukgras, straatgras, kweekgras, etc..
Naast het gras groeien er in de weide ook verschillende soorten planten, zoals: weegbree, fluitekruid, boterbloemen en nog veel meer. Kijk maar eens goed als je bij een weide komt.
Verder wonen er in de weide zelf nog een aantal dieren. Welke dieren dit zijn en wat deze doen, lees je hieronder.

De mol:
Mollen leven onder de grond. Met een snelheid van ongeveer 3 km. per uur kruipen ze door de grond. Hier krijgt de mol flink veel honger van en hij eet dan ook veel beestjes op die hij onderweg tegenkomt, zoals: regenwormen, emelten en ritnaalden. Wie deze beestjes zijn lees je hieronder.
De regenworm:
In het gras zitten wel 300 tot 900 regenwormen op een vierkante meter! Door door de grond te wroeten en ervan te eten verbeteren de regenwormen de bodemstructuur. Doordat regenwormen door de grond kruipen, komt er meer lucht in de grond en dit is echt noodzakelijk voor een goede groei van de plantenwortels. Deze regenwormen zijn dus heel nuttige dieren!
![]()
De emelten:
Een emelt is een 3 a 4 centimeter lange larve van de langpootmug. Dit diertje is juist helemaal niet goed voor de weide met haar planten. Ze knagen aan de wortels van planten en hierdoor richten ze, vooral als ze met velen zijn, veel schade aan.
Ook de ritnaalden (larven van kniptorren) richten veel schade aan. Ze zitten vlak onder de oppervlakte van het land en knagen ook de wortels van planten stuk. In de winter kruipen deze dieren wat dieper in de grond, zodat ze niet meer bij de plantenwortels kunnen.