![]() |
Afkomst In het wild
komen cavia's voor in Zuid-Amerika. |
Rassen.
Klik hier voor meer informatie.
Kortharige rassen, agouti's, schildpad en schildpad met wit, himalaja's, ruwharige rassen en langharige rassen.
Kenmerken.
Cavia
porcellus is de wetenschappelijke naam, het betekent
"bigachtige cavia".
Ze hebben inderdaad wel wat weg van biggetjes. Ze hebben een
korte,dikke nek, een lang lichaam en een afgerond achterlijf
zonder staart. Allen de krulstaart en de varkenssnuit ontbreken.
Gebit.
De cavia hebben per kaakhelft 3 ware kiezen, 1 valse kies, geen hoektanden en 1 snijtand. De snijtanden zijn doorgroeiende knaagtanden. Knagen is noodzakelijk, omdat anders de tanden te lang worden.
Nagels.
In het
wild slijten de nagels voortdurend door de bewegingsvrijheid die
de dieren hebben. Ook als je zelf cavia's hebt moet je ook voor
voldoende beweging zorgen. Toch kunnen op een zachte ondergrond
of door een verblijf in een dikke laag stro de nagels wel eens te
lang worden. Ze kunnen dan worden bijgeknipt met een speciaal
nagelschaartje.. Let wel op dat er niet te diep geknipt wordt.
Vraag zo nodig advies of hulp bij de diernarts.
Cavia's hebben aan elke voorpoot vier tenen en slechts drie aan
elke achterpoot.
Staart.
Een staart
kan bij een dier verschillende functies hebben: als steun, voor
het evenwicht, als roer,als vliegenverjager,als opslagplaats van
reservevoedsel of soms ook als extra rijpingsorgaan.
Cavia's hebben geen staart , wat er aan de buitenkant nog van te
zien is is slechts een rond kuiltje.
Voeding.
Van nature
zijn cavia's planteneters. In het wild leven ze van grassoorten -
bladeren, stengels, zaden- en verwante planten. Ook in
gevangenschap vormen grassen, hooi, vers groentevoer en zaden het
basisvoer.
Klik hier voor meer informatie 
Verblijf.
De cavia heeft een goed en
ruim hok nodig. Deze kun je bij de dierenwinkel kopen.
Op de bodem leg je een stel oude kranten met daarop een laag
turfstrooisel of zaagsel.
In het verblijf komen dan nog hooi of stro om onder te kruipen :
een drinkfles, voerbakje en een stuk hout om op te knagen.
Je kunt ook een buitenhok kopen. Het beste is als het hok uit
twee delen bestaat. Het daghok met gaas aan de voorzijde kan
tegelijk als voederplaats dienen.
Het nachthok vormt een donkere , beschutte ruimte voor de nacht
en voor rustperioden overdag.
Er moet worden opgepast voor tocht en voor vocht. Daarom moet je
het hok vrij van de grond op een verhoging van beton of bakstenen
neerzetten. Het dak moet waterdicht zijn en bescherming bieden
tegen inregenen.
Zo gauw de temperatuur daalt moet het hok binnenshuis of in een
schuurtje worden geplaatst.
Een ren kan een omheinde ruimte vervangen als je de cavia's meer
bewegingsmogelijkheden en gelegenheid om te grazen wil geven.
Een ren is alleen overdag te gebruiken. Een overdekt gedeelte aan
de ren is nodig om de cavia's een schuilplaats te bieden bij een
regenbui of temperatuursdaling.
In verband met een goede vertering van het voedsel moeten de
cavia's een drinkgelegenheid hebben.

Hygiene.
Als de cavia's in een hok
worden gehouden, dat dagenlang niet worden gereinigd begint het
te stinken.De bodembedekking van turfstrooisel of zaagsel met
stro is dan verzadigd van de urine en de uitwerpselen.
Een caviahok dat constant wordt gebruikt, moet ook dagelijks
schoongehouden worden.
Dit houdt in : het verwijderen van uitwerpselen, het vervangen
van de vochtige bodemlaag en het eventueel aanvullen van ligstro
in het nachthok.
Verder moet je iedere dag hooi in het hok leggen, voer geven
nadat het voerbakje verschoond is en het schoonmaken en vullen
van de waterfles.
Vachtverzorging.
Voor ruwharige en
langharige rassen is het schoonhouden en verzorgen van de vacht
van bijzonder belang. De vacht wordt snel vuil en de haren kunnen
dan aan elkaar gaan plakken.
Met een stijve borstel kun je losse haartjes, stengels, blaadjes
en andere vuiltjes uit de vacht geborsteld worden.
Worden de dieren van jongsaf aan dagelijks geborsteld, dan raken
ze er aan gewend.
De juiste manier van optillen en dragen.
Als je je cavia wilt
optillen pak hem dan met de ene hand om de borst, til hem op en
steun met de andere hand het achterlijf. daarbij rusten de
achterpootjes op je hand.
Wil je hem verder dragen, zet hem dan op je gebogen onderarm,
terwijl je het met de andere hand van boven vasthoudt.