Kortharige rassen.
Oorspronkelijk
zijn cavia's kortharig. De zogenaamde Engelse of Boliviaanse
rassen hebben een korte, glanzende vacht die gemakkelijk te
verzorgen is.
Men onderscheidt : eenkleurig wit, zwart, creme, beige,
goudkleur, lila ,rood en chocoladebruin.
Er zijn ook twee - of meerkleurige, kortharige rassen met vaak
een duidelijk vlekkenpatroon, een goed voorbeeld hiervan is de
"Hollander ".
Fokkers proberen een ononderbroken "zadelband "in de
witte basiskleur te bereiken en een witte vlek bij het midden van
het gezicht.
Agouti's.
Deze lijken maar dan andere rassen op de wilde cavia's. Zij hebben een soort peper en zout kleur, omdat de topjes van de haartjes zwart zijn. Je hebt hierin verschillende kleuren : goudkleur, zilverkleur, zalmkleur en cinnamon ( oranje - kaneelkeurig ).
Schildpad en Schildpad met wit.
Dit zijn veel gevraagde rassen. De vacht heeft een patroon van zwarte en rode vlekken of van zwarte, rode en witte vlekken. Deze vlekken aan beide kanten van het lichaam zijn ongeveer even groot.
Himalaja's.
Ze doen denken aan Siamese katten, maar dat geldt niet voor de jongen bij de geboorte. Pas op de leeftijd van vijf tot zes maanden wordt de kleur van oren, neus en voeten duidelijk.
Ruwharige rassen.
In de
lange geschiedenis als huisdier zijn er bij de cavia's
verschillende vachttypes ontstaan. De ruwharige Abessijn
is een aantrekkelijk ras. De haartjes zijn recht en ruw en ze
vormen rozetten
( kuifjes ) van 3 cm over het hele lichaam, behalve langs de
ruggegraat. Vaak zijn er kruisingen geweest met gladharige rassen
en die hebben soms maar 1 rozet.

Langharige rassen.
De Peruaan
heeft lang, zijdezacht haar tot aan de grond en bij
tentoonstellinegn zelfs nog langer!
Dit ras is wel het meest bekend van de langharigen. Tussen de
shows door houdt men vaak het haar opgebonden, want zo'n vacht
vraagt heel veel verzorging !!!
Langs de ruggegraat loopt een scheiding, het haar hangt af tot de
grond en bedekt ook het gezicht.
Daarom is een Peruaan minder geschikt voor een hok of ren in de
tuin.