|
o.b.s. Overstegen |
|
De leerlingenzorg
Leerlingvolgsysteem Om een goed beeld te krijgen van de vorderingen van de kinderen, doet onze school mee aan het leerlingvolgsysteem van CITO. Dit zijn toetsen, die een goed zicht geven op de ontwikkeling van een kind in bepaalde gebieden. Zij signaleren kinderen, die uitvallen. Samen noemen we deze toetsen het leerlingvolgsysteem. We gebruiken hiervoor veelal toetsen van het CITO. Omdat dit een landelijk systeem is, is een goede vergelijking mogelijk met standaardnormen. Het leerlingvolgsysteem volgt de leerlingen gedurende de hele schoolloopbaan op een vast aantal leergebieden. Het mes snijdt naar twee kanten. Enerzijds krijgen we een beeld van iedere leerling: waar liggen de zwakke punten, is het nodig extra hulp te geven. Anderzijds krijgen we een beeld van de school: is onze werkwijze goed genoeg om tot voldoende resultaten te komen.De resultaten van de toetsen worden genoteerd en bewaard. Zodoende is bijtijds te zien of een kind voldoende vordert of misschien achter blijft. Dit wordt besproken met het de interne leerlingbegeleider. De ouders hebben recht op inzage van de resultaten van hun kind. Wat in de landelijke toetsen gevraagd wordt, komt niet altijd overeen met wat op dat moment op school geleerd is. Daarom toetsen we zelf in hoeverre de aangeboden leerstof binnen de methode beheerst wordt. De resultaten daarvan vormen de basis voor de rapporten, die drie keer per jaar worden uitgereikt. We schrijven daarin op hoe de vorderingen van de kinderen verlopen. Voor de rapporten mee naar huis gaan, is er altijd een contactavond, waarop ouders en leerkracht van gedachten kunnen wisselen. De zorg voor de leerlingenZorgverbreding: Onze school heeft een interne leerlingbegeleider. Hij is -samen met de schoolleiding- verantwoordelijk voor de zorg, die aan kinderen wordt besteed. Hij bespreekt regelmatig leerlingen met de groepsleerkrachten. Hij krijgt de groepsoverzichten van de leerlingvolgtoetsen. Dit kan leiden tot nader onderzoek, adviezen aan leerkrachten (soms ouders) en het opstellen van handelingsplannen en overleg met de externe leerlingbegeleider van Iselinge. Zorgverbreding speelt binnen alle aspecten van het onderwijs en wordt toegespitst op een vier niveaus: * Bovenschools niveau * schoolniveau * groepsniveau * individueel niveau Bovenschoolsniveau: Hier wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur van ons samenwerkingsverband gewerkt aan een plan om het aantal kinderen dat verwezen zou moeten worden naar speciaal onderwijs, terug te dringen. (WSNS: Weer Samen Naar School) De leerlingbegeleiders van de openbare scholen in Doetinchem werken samen in een cluster, waar afspraken gemaakt worden over de aanpak van de leerlingenzorg en de omvang van het leerlingvolgsysteem. Schoolniveau: Dit is de koers, die de school voor alle groepen uitzet om een antwoord te geven op de zorg, die leerlingen verdienen. U kunt daarbij denken aan het uitbouwen van zelfstandig werken en zelfstandig gedrag bij kinderen, de aanschaf van materialen, die daarbij passen, het aanbod voor kinderen, die meer aan kunnen, het gezamenlijk beslissen over de tijd, die er is om kinderen te kunnen helpen en het bepalen van de grenzen van de zorg. Groepsniveau: In alle groepen worden leerlingvolgtoetsen afgenomen. Uit de resultaten van de afname krijgt de leerkracht een overzicht van kinderen, die achterblijven op een of meerdere onderdelen. De resultaten worden in leerlingbesprekingen aan de orde gesteld. Hierin worden afspraken gemaakt hoe we de problemen te lijf gaan. Het kan zijn dat een groepje kinderen samen extra uitleg moet hebben, een leerling herhaling krijgt van leerstof of dat besloten wordt de gesignaleerde leerling individueel te gaan helpen met een plan. De leerkracht kan advies vragen aan de leerlingbegeleider over het organiseren van de extra hulp binnen de groep. Individueel niveau: In sommige gevallen kan de leerkracht het niet alleen af. Dan wordt de interne leerlingbegeleider ingeschakeld. Er wordt in overleg met de leerkracht een plan van aanpak gemaakt. Er volgt overleg, onderzoek en mogelijke observaties. Soms kan testen noodzakelijk zijn, evenals het inschakelen van de externe leerlingbegeleider. Dit alles natuurlijk alleen na grondig overleg met en instemming van de ouder(s). Niet elk probleem behoeft gelukkig zo breed en diep benaderd te worden, vaak ligt de hulp bij het leren erg dicht bij huis. |