Leer voor je leven

Blog over alles wat ons bezig houdt

“Soms zie ik olifanten lopen”

geschreven door: Tara Visser, derdejaars academische pabo student

“Ik zie het al helemaal voor me!” Een uitspraak wat geregeld uit mijn mond komt wanneer vrienden, leerlingen of studiegenoten iets grappigs uitkramen. Ik denk dat iedereen dit op zijn tijd meemaakt en daarom soms omschreven kan worden als een beelddenker. Uit onderzoek blijkt zelfs dat iedereen een beelddenker is geweest. Als baby krijg je alles visueel met klanken binnen. Je ziet als baby een voorwerp en hoort het woord wat erbij hoort. De Nijs (2015) geeft het voorbeeld van een bal. Als baby hoort het kind de klank ‘bal’ telkens wanneer hij of zij een bal pakt. Op latere leeftijd kan het kind het visuele beeld van een bal met de klank ‘bal’, omvormen tot het woord bal. Op deze manier wordt er geleerd om in woorden te denken.

Hoe zit dit dan bij beelddenkers? Zij blijven namelijk in beelden denken en zoeken de woorden erbij. De kleine groep beelddenkers leert visueel. Volgens Ojemann (2014) is beelddenken een wijze van waarnemen en verwerken van informatie. De beelddenker ziet het geheel van woorden en zinnen en kan hierdoor details missen. Wanneer een beelddenkende leerling aan het woord is, kunnen de woorden de gedachtes niet bijhouden. Hierdoor vallen er stukjes van het verhaal weg en zijn ze soms moeilijk te volgen. Als gevolg hiervan kunnen ze vaak niet de werkelijke kennis die ze bezitten laten zien. Ze ‘zien’ vaak de oplossing voor zich, maar kunnen deze niet of lastig met woorden omschrijven.

Dit heb ik ervaren tijdens mijn stage. Ik gaf een taalles over persoonsvormen en zag dat dit voor een leerling erg lastig was, niet wetende dat ze een beelddenker is. Ze leek afwezig en diep in gedachten. Toen ik na de les een gesprek met haar aanknoopte, gaf ze aan dat ze een beelddenker is en hierdoor de talige instructie lastig kon volgen en begrijpen. “Als je een voorbeeldzin geeft met een olifant, dan zie ik de olifanten in gedachten al rondlopen” was haar antwoord. Nog niet goed wetend wat beelddenken is, ging ik dieper met haar in gesprek. Wat kon ik doen om het voor haar gemakkelijker te maken? Ze gaf aan dat ze wat meer tijd nodig heeft na een instructie om alles te verwerken. De gegeven instructie moet in beelden worden omgezet en deze beelden moeten dan weer worden omgezet tot een antwoord of handelende actie. Ze gaf ook aan dat het werken met plaatjes fijn vond. Als ik nog eens een voorbeeldzin over een olifant bedacht, mocht daar gerust een plaatje van een olifant bij! Tot slot gaf ze nog aan dat ze het fijn vindt als de juf controleert door met haar in gesprek te gaan of ze daadwerkelijk de opdracht begrepen heeft.

Tijdens het schrijven van een blog vraag ik altijd om feedback. Een medestudent gaf aan dat ik het beelddenken in mijn blog van meerdere nadelige kanten had belicht. Dit triggerde mij om op zoek te gaan naar de voordelen van het beelddenken. Volgens ikleeranders (2016) hebben beelddenkers vaak een goed gevoel voor muziek. Ook hebben ze vaak een goed ruimtelijk inzicht en hebben ze soms oplossingen voor problemen die andere leerlingen niet kunnen bedenken. Tot slot beschikken de meeste beelddenkers over een groot creatief vermogen en hebben ze een levendige fantasie.

Heb je na het lezen het idee dat ook jij een beelddenker in jouw (stage)klas hebt? In de artikelen die ik heb gebruikt worden veel tips en herkenbare situaties van beelddenkers geschetst. Het is zeker de moeite waard om deze artikelen eens te bekijken en door te lezen. Op www.ikleeranders.nl staat een mooie en bruikbare observatielijst om een beelddenker in de klas te herkennen.

Bronvermelding
Ikleeranders. (2016). Beelddenken en hersenen. Verkregen op 15 november, 2016, van
                http://ikleeranders.nl/category/hersenen/
Nijs, de. M. (2015). Beelddenken. Een 4 Of Een Bootje? Verkregen op 10 november, 2016, van
                http://www.youmepsychologie.nl/beelddenken/
Nijs, de. M. (2015). 43 tips voor de beelddenker. Verkregen op 10 november, 2016, van
                http://www.youmepsychologie.nl/43-tips-voor-de-beelddenker/
Ojemann, N. (2014). Wat is beelddenken? Verkregen op 10 november, 2016, van
                http://www.bureaubeelddenken.nl/p2.html

‘Wij nemen de basisschool over’

Geschreven door: Laury van Koot, derdejaars pabo studente

Met een groep derdejaars pabo studenten hebben we de leerlingen van 3 havo van het Ludger College verrast. Een nieuw project waarbij de leerlingen kunnen laten zien dat zij de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor een groep, hun creativiteit kunnen tonen en misschien wel kunnen ontdekken dat het onderwijs ‘de’ plek is waar zij later ook in aan het werk willen gaan.

ludger_476

Tijdens dit project gaan de leerlingen van het Ludger College verschillende basisscholen in de omgeving, voor een dag, overnemen. Dit betekent dat de groepsleerkracht een dag niet de verantwoordelijkheid heeft, maar dat deze wordt overgedragen aan de leerlingen van 3 havo. Voor deze dag, 2 november, zullen de leerlingen een volledig lesprogramma gaan ontwerpen voor alle groepen van de basisschool.

De volgende basisscholen worden overgenomen:

• OBS De Huet, Doetinchem
• OBS Hogenkamp, Doetinchem
• Basisschool Laetare, Kilder 
• Basisschool ’t Prisma, Doetinchem 
• Chr. Daltonschool de Meene, Zelhem

Het project werd gestart met de Kick Off op maandag 26 september. De leerlingen zijn deze dag bezig geweest met het bedenken van de activiteiten die aansluiten bij de klas waarbij hun voorkeur lag. Al snel kwamen er na de groepskeuze toch wel wat twijfels naar boven: ‘We hadden toch beter voor groep 5/6 kunnen kiezen. We weten niets te bedenken voor groep 3. Dit is veel te moeilijk.’ Gelukkig kwamen er ook bij deze groep fantastische ideeën naar boven en werden de leerlingen steeds enthousiaster.

Dit project is georganiseerd in het kader van de profielkeuze. In de derde klas van de Havo wordt de profielkeuze gemaakt. Om deze keuze bewust te kunnen maken moeten de leerlingen zich goed voorbereiden. Dit project zorgt ervoor dat de leerlingen van Ludger op een inspirerende manier kennis te maken met allerlei vaardigheden die ze tijdens hun vervolgstudie en toekomstige werk nodig kunnen hebben. En ze kunnen gelijk kijken of werken in het onderwijs iets voor hen is.

Veel positieve reacties vanuit de leerlingen hebben ervoor gezorgd dat wij als pabo studenten ook erg veel zin hebben in dit project. Wij hebben het vertrouwen in 3 havo en verwachten dat de leerlingen van basisscholen en het Ludger een hele verrassende, leerzame en vooral leuke dag met elkaar zullen gaan hebben.

Op de site van regio 8 is een kort filmpje te zien die tijdens de Kick Off gemaakt is. http://www.regio8.nl/pabo-studenten-leren-scholieren-een-lesje/nieuws/item?831029

 ---

Seksuele vorming en ontwikkeling, de ontwikkeling van seksuele interesse en het eigen lichaam 

Geschreven door: Daniel Volkers, tweedejaars voltijd student

Wie moet kinderen eigenlijk iets leren over seksualiteit en relaties? Zijn het de ouders en verzorgers die verantwoordelijk zijn? Moeten zij de kinderen vertellen over de bloemetjes en bijtjes, seksuele interesses en de ontwikkeling van eigen en andermans lichaam? Ligt deze taak toch meer bij de leerkrachten op de basisschool en later het voortgezet onderwijs? Of is het toch een taak die in samenwerking moet worden volbracht?

seksuele_ontwikkeling_1600


Recent kwam ik in een boekje bedoeld voor kinderen van 4 tot 8 jaar een hoofdstuk en illustratie tegen waar ik persoonlijk mijn twijfels bij had. Zijn onderstaand onderwerp met bijhorende illustratie gepast voor een les seksuele en relationele vorming aan kinderen van 4 tot 8 jaar? Oordeelt u zelf.

Maandag 15 februari, zeer toepasselijk daags na valentijnsdag besteedt Iselinge Hogeschool extra aandacht aan dit onderwerp op de ‘dag van de liefde’. Tweedejaars studenten geven elkaar en gasten van de GGD verschillende workshops over seksuele, relationele en lichamelijk vorming.
Natuurlijk gaat het zowel op deze dag als bij de moduele seksuele en relationele vorming niet slechts om het seksuele aspect. Ook belangrijke zaken als lichamelijke ontwikkeling en verschillen tussen jongens en meisjes, aangeven van eigen grenzen, het respecteren van andermans grenzen, vriendschap en verliefdheid.
Ik wens u allemaal daags na valentijnsdag een heerlijke dag van de liefde, wat dit voor u ook moge betekenen.

Elke leerkracht een EHBO diploma?

Geschreven door: Tara Post, tweedejaars academische pabo student

Inmiddels ben ik in het bezit van een basis-EHBO diploma dat ik heb weten te behalen via het vrijwilligerswerk op het zwembad dat ik doe. Het is weliswaar een basis-EHBO diploma dat ik in bezit heb, maar toch kan ik zeggen dat ik met meer zekerheid in de klas sta. Ik ben ervan overtuigd dat iedere leerkracht in het basisonderwijs in het bezit moet zijn van een EHBO diploma.

Nu ik stagiaire ben ik een drukke kleuterklas vol met actieve en rennende kinderen, ben ik mijzelf ervan bewust hoeveel zekerheid een dergelijk diploma kan geven. Wanneer een onhandige kleuter voor mijn neus staat met een flinke wond op zijn knie weet ik wat te doen. Iedereen kan heus wel een pleister plakken maar, is een pleister altijd de juiste oplossing? Naast het leggen van pleisters en verbanden weet ik nu ook hoe te reanimeren en hoe een AED te gebruiken. Je hoopt het nooit te gebruiken in en buiten de klas maar wanneer het ooit nodig is… wat als je niet weet hoe je moet reanimeren en hoe een AED werkt en hopeloos op zoek moet gaan naar een andere leerkracht…

Ik ben niet de enige die zich afvraagt hoe het zit met EHBO en leerkrachten op de basisschool. Op internet vindt je vele stellingen die lijken op: Elke leerkracht moet in het bezit zijn van een EHBO-diploma. Naast deze stelling waar ik het volledig mee eens ben, vraag ik me af of het niet eens tijd wordt om EHBO als vak op de Pabo verplicht te stellen?

De overheid vindt dat ze Pabo’s niet verplicht kunnen stellen om lessen te verzorgen in het vak EHBO omdat het lesprogramma van een pabostudent al overvol zit. Hoe zit het met de regels op de basisschool? Volgens de Arbowet moet er per vijftig mensen op een school een bedrijfshulpverlener aanwezig zijn (Rijksoverheid, 2008). De EHBO-vaardigheden zijn maar een klein deel van een BHV’er. Over het aantal leerlingen per leerkracht met EHBOdiploma wordt niets vermeld. Uit onderzoeken blijkt ook dat het merendeel van de leerkrachten niet kan handelen volgens de juiste richtlijnen bij ongevallen (Wilmink, 2010).

Dat het lesprogramma op de Pabo al overvol zit, weet ik al te goed. Toch vind ik dat pabostudenten aan het eind van hun studie een volwaardig EHBOdiploma op zak moeten hebben. Veiligheid in de klas gaat in mijn ogen voor alles. Zolang EHBO nog niet wordt aangeboden en je krijgt de kans om een EHBOcursus te volgen… ik zeg zeker doen! Ik heb er geen moment spijt van gehad!

Bronvermelding

Rijksoverheid (2008). EHBO-diploma voor leraren. Verkregen op 29 januari, 2016, van
www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2006/09/20/vragen-van-de-leden-lambrechts-en-koser-kaya-beiden-d66 -over-ehbo-diploma-voor-leraren/365174.pdf
Wilmink, J. (2010). Eerste hulp op school; kan de juf ook pleisters plakken? Verkregen op 29 januari, 2016, van https://www.jmouders.nl/vrije-tijd/sport-en-beweging/blessures/eerste-hulp-op-school-kan-de-juf-ook-pleisters-plakken



Passend onderwijs…

geschreven door: Jovanca Post, derdejaars pabo student

Op het moment is de zorgplicht het gesprek van de dag in het onderwijs. Deze wet is per 1 augustus 2014 ingegaan en moet ervoor zorgen dat iedere leerling die op een school zit een passende onderwijsplek krijgt. Dit kan binnen de school zijn, of binnen het samenwerkingsverband. Eerder lag de verantwoordelijkheid om een passende school voor het kind te zoeken, bij de ouders. Na de invoering van deze wet ligt deze verantwoordelijkheid bij de school. Maar is dit nu wel zo handig?

Kinderen werden sneller doorverwezen naar speciaal basisonderwijs. Er was niet genoeg geld meer voor. Ook vond men dat desbetreffende kinderen contact met de kinderen op een normale basisschool misten. Zij konden hierdoor problemen krijgen in de maatschappij.

Zijn de hoeveelheid doorverwijzingen nu beter? Iedere gemeente krijgt een maximum aangesteld van het aantal kinderen dat zij per schooljaar mogen plaatsen op een speciale basisschool. Stel dat een gemeente 10 kinderen mag plaatsen. Maar na die tien kinderen, komt er een kind binnen wie echt niet goed kan functioneren binnen een normale basisschool. Wat dan? Wat maakt dit kind minder ‘bijzonder’ dan die andere tien kinderen? Moet je hierdoor voor iedere leerling gaan afwegen of er niet misschien een ‘erger’ geval binnen komt? Waar ligt de grens? Dit is moeilijk vast te stellen, aangezien ieder kind anders is en anders functioneert.

Maar laten we ook kijken naar de leerkrachten. Sinds een jaar zijn de klassen heel anders geworden. Een leerkracht heeft te maken met wel dertig verschillende kinderen. En ieder kind heeft zijn eigen handleiding, om het zo maar even te verwoorden. Het passend onderwijs vraagt veel van een leerkracht. De klassen worden groter en complexer, groepsplannen worden ingewikkelder. Een leerkracht heeft niet alleen een instruerende taak. Een leerkracht is veel meer.

Natuurlijk heb ik ook gekeken naar de voordelen. Vooral voor de kinderen in het regulier onderwijs zijn die er. Zij leren omgaan met verschillen tussen mensen en hoe zij functioneren. Ook kunnen de ‘speciale’ kinderen gewoon naar school in de buurt. Dit heeft als voordeel dat de kinderen makkelijker vriendjes kunnen maken en na school hier mee kunnen spelen. Dit is zeker belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen. Want regel maar eens met de juf, de taxi en de ouders een speelafspraak. Dit kost wel wat moeite. Uit onderzoek van het PO management naar passend onderwijs gebleken dat leerlingen, die onderwezen worden in een ‘gemixte’ onderwijssituatie, beter presteren dan leerlingen die respectievelijk in het reguliere en het speciale basisonderwijs les krijgen.

Wat vooraan staat bij passend onderwijs: Het is vooral een zaak van het hart en daarna pas een zaak van het hoofd en de portemonnee.

 

  

English for preschoolers?

Geschreven door Tara Visser, tweedejaars academische pabo student.

Zullen kleuters binnenkort in het Engels vragen of ze naar de w.c. mogen? Zullen ze in het Engels vertellen wat ze getekend hebben en zullen ze in het Engels communiceren in de huishoek? Momenteel doorloop ik de fase van de onderbouwstage. Een klas vol krioelende, knuffelende, rennende en hangende kleuters. In mijn ogen ligt het niet voor de hand dat dit soort kleuters Engelse les krijgen, of toch wel?

Afgelopen tijd staat het internet vol met krantenkoppen over Engelse les in de kleutergroepen. Dat leerlingen al vanaf groep 1 Engelse les moeten krijgen is het advies van Platform Onderwijs 2032.Op de website van de NOS zijn artikelen te vinden met de titels: ‘Advies: kleuters moeten Engels leren’ en ‘Engels voor kleuters: 'Niks mis mee' of 'Eerst Nederlands leren'?’. RTLnieuws stelt: ‘Engelse les voor kleuters: hoe jonger, hoe beter’ en de Telegraaf komt met: ‘Geef kinderen in groep 1 al Engelse les'. Het internet en de kranten staan er vol mee maar een mening hierover vormen vind ik nog altijd lastig. Hoe moet ik het voor mij zien dat ik als leerkracht de kleuters Engelse les geef, terwijl nog niet eens alle kleuters in staat zijn om auditief te objectiveren, te analyseren en te synthetiseren?

In mijn ogen een erg interessant onderwerp waarover ik mij afvraag of het al in de praktijk is gebracht. Na zoeken op internet vond ik het EarlyBird-project, een initiatief van het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam. Er zijn al 8 basisscholen die Engelse lessen opzetten voor het jonge kind. Het doel van de Engelse lessen is het voorbereiden op een samenleving waarin Engels een steeds grotere rol speelt. Ook zal een goede beheersing van de Engelse taal voordeel bieden op vervolgonderwijs.

Op zich zie ik hiervan het nut wel in, maar hoe wil je dit kleuters aanbieden? Wil je ze werkbladen laten maken of wil je ze Engelse boekjes voorlezen? Dit lijkt mij niet erg interessant. Het EarlyBird-project heeft beeldende, muziek en gymlessen ontworpen waar de Engelse taal aan bod komen. Op deze manier leren de kleuters op een spelenderwijs Engels.

Dit klinkt allemaal erg positief, maar toch lees je veel tegenargumenten. Kinderen met dyslexie of een taalstoornis zullen moeite krijgen met hun eerste taal en hun tweede taal. Ook zal het lastig zijn voor allochtone kinderen die thuis geen Nederlands spreken. Deze kleuters krijgen twee nieuwe talen aangeboden. In de praktijk is het echter nog niet getest of dit echt tot problemen zal leiden. Een ander veelgehoord tegenargument is dat het leren van de Nederlandse taal ten koste gaat aan de Engelse lessen die kleuters krijgen. Taalkundigen zien dit niet als een probleem en stellen dat jonge kinderen in staat zijn om twee talen te leren.

Ik ben benieuwd hoe dit verder zal verlopen. Misschien wordt Engelse les bij kleuters wel een vast onderdeel van het onderwijsaanbod? Persoonlijk sta ik open voor veranderingen en zal ik het geven van een Engelse les met beide handen aangrijpen!

 

Eerste studiejaar

Tara Visser, eerstejaars student, beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

De laatste schoolweken van het eerste jaar Pabo zijn aangebroken…waarin de motivatie nogal ver te zoeken is, waarin er nog belangrijke toetsen gemaakt moeten worden, waarin veel verslagen nog moeten worden ingeleverd om de laatste studiepunten te scoren en waarin we onze tijd liever op het terras doorbrengen dan in een lokaal.

vr1d_472Afgelopen jaar was een gezellig, druk maar vooral ook leerzaam jaar! Gezelligheid te danken aan een supergezellige klas waarin ik veel nieuwe vriendinnen heb gemaakt! Gezelligheid was er ook te vinden tijdens het introkamp, samen feesten, lol maken en strijden om de titel van de beste klas (Natuurlijk wonnen wij die, VR1D de beste!). Sorry, dat ik overal in deze alinea een uitroepteken plaats, maar dat laat wel mijn enthousiasme zien!

Met een fijn gevoel kan ik terugkijken op het eerste jaar Pabo. Gezellige studiegenoten, leerzame lessen en stages en de Propedeuse in één keer gehaald. Inmiddels zit ik bij het Webcareteam en schrijf ik voor de Iselinge-Facebook-pagina en schrijf ik blogs. Ook ben ik een onderdeel geworden van het voorlichtingsteam en verzorg ik met medestudenten Open Dagen, Introductiedagen en Kijkdagen voor aankomende studenten. Op deze manier kan ik meer van mijzelf laten zien wie ik ben en wat ik kan. Erg leuk. Mocht je ooit de kans krijgen, ik zeg: “Doen!”.

Ik durf over mijzelf te zeggen dat ik een gemotiveerde student ben. Persoonlijk ben ik altijd in voor een nieuwe uitdaging en dat zocht ik ook in de studie. Afgelopen studiejaar heb ik gekozen voor de overstap van de Reguliere Pabo naar de Academische Pabo. Ergens baal ik ervan dat ik niet gelijk aan de Academische Pabo begonnen ben, maar toch ben ik blij dat ik de kans krijg om dit alsnog te doen. Nu is het even druk en gestress om de modules van de Open Universiteit in te halen en hier zal ik in de zomervakantie ook nog druk mee zijn, maar dat heb ik er deze keer wel voor over.

Hoe is het stagelopen dit eerste studiejaar bevallen? Ik werd gelijk in een drukke kleuterklas geplaatst. In veel studentenogen is dit de lastigste stage die je kunt hebben. Ik kan in ieder geval zeggen dat ik dat met veel plezier heb overleefd! Bij de kleuters werd ik gelijk in het diepe gegooid om eigen lessen te ontwerpen. Op mijn tweede stage in groep 5 werkte ik veelal met methodes. Op deze manier kwam ik erachter dat het geven van eigen ontworpen lessen veel leuker is.

Ik heb heel erg veel zin in het tweede leerjaar van de Pabo waarin ik mij een Academische Pabo student mag noemen. Graag zal ik weer veel nieuwe dingen over het onderwijs leren en krijg ik weer een geweldige nieuwe (stage)klas! Ik kijk uit naar het nieuwe schooljaar, jij ook? (Maar eerst genieten van de welverdiende vakantie!!)

 


Onrust in groep 8

Liz Brockötter, tweedejaarsstudent Academische Pabo beschrijft haar ervaringen in de opleiding

Het einde van het schooljaar nadert. Veel scholen hebben besloten dat dat hét moment is om met de schoolverlaters op kamp te gaan. Het is een afsluiting van de basisschooltijd, maar het kan ook gezien worden als een feestje om een nieuwe periode in te luiden. Hoewel een kamp voor veel leerlingen een groot feest is, brengt het desondanks voor sommige leerlingen heel veel spanning met zich mee. En dan nog niet over de musical gesproken …

Op een dinsdagmorgen komen alle leerlingen vanaf 8.15 uur de school binnen gedruppeld. Zoals iedere dag pakt iedereen zijn map uit de bak in de hal, loopt iedereen naar zijn eigen basiskring en pakt elke leerling een stoel om deze vervolgens in een kringopstelling neer te zetten. Eigenlijk een dagelijkse routine. Toch is deze morgen anders dan andere. Een leerling zat namelijk al startklaar in de kring, maar plots stond daar een lege stoel. Al snel gingen bij de leerkrachten de alarmbellen rinkelen dat hier iets niet pluis was. Na een kleine zoektocht vonden we de leerling totaal in tranen op het toilet. De leerlingen hadden namelijk de vorige dag hun musical bekeken en besproken en mochten individueel een top drie aangeven van welke rollen ze graag zouden willen spelen. Deze leerling houdt er helemaal niet van om op de voorgrond te treden en wist niet goed welke rollen hij dan op zijn lijstje moest gaan schrijven, want het liefst wilde hij helemaal geen rol.

Het lijkt soms dat kamp en een musical voor heel veel leerlingen één groot feest is, maar er zijn er ook die er slapeloze nachten aan over houden, omdat ze niet goed weten wat er van hen wordt verwacht. Deze leerling heeft de ‘spanning’ los gelaten en heeft nu twee handen vrij waarmee hij kan laten zien waar hij goed in is: het regelen van het licht en geluid!

 


De Verbouwing

Jovanca Post, tweedejaarsstudent Pabo beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

Het is 13 april 2015. Ik fiets het schoolplein op en zie het al gelijk. De hoofdingang is eindelijk open. Ik parkeer mijn fiets in het fietsenhok en loop richting de ingang. Er staat een rodeostier voor de deur. Waar zou die voor zijn? Ik loop de hogeschool binnen en mijn ogen moeten even wennen aan het licht. Het zwarte tapijt met de groene details, die overloopt in een grijze vloer. De groene banken en zwart met grijze accenten geven een rustige uitstraling. Er is een grote trap en een loopbrug boven mijn hoofd, waar ik eigenlijk nog steeds niet over heen durf. De loopbrug is schuin. Het idee erachter is dat de leerlingen (en leerkrachten) niet op de brug blijven hangen. De groene kleuren stellen kennelijk de natuur voor. Iselinge Hogeschool wil graag met de natuur zijn. Over een tijdje komt er een buitenterras, waar wij in onze pauzes kunnen genieten van de frisse lucht.

Afijn, ik ben binnen en moet naar gym. Ik wil al automatisch weer naar buiten lopen om via het kantoorpand naar de gymzaal te lopen, maar dan bedenk ik me dat ik dat niet meer hoef. We kunnen nu weer binnendoor naar de gymzaal. Nadat wij een fijne twee en een half uur gym hebben gehad, mogen we eerder gaan. Maar alleen als we op de rodeostier gaan. Deze uitdaging wordt met beide handen aangenomen en de meeste klasgenoten zijn ook daadwerkelijk van de stier gegooid, inclusief de gymdocent.

stier_787Intussen is ook het mysterie achter het kraampje ontdekt dat op het plein staat. We mogen er allemaal twee of drie heerlijke loempia's halen. Binnen enkele minuten ruikt de nieuwe hogeschool naar loempia's met chilisaus. Later, wanneer we in de les zitten, blijkt dat er nog veel te veel loempia's over zijn, die we mogen hebben. Dus tijdens rekenen hebben we nog heerlijk zitten genieten van de loempia's.

Het is alweer een paar dagen na de opening van de hogeschool. We moeten van een leerkracht naar het nieuwe KCO. Oh nee... Dat betekent iets vreselijks. Ik zal toch echt over die loopbrug heen moeten. Samen met een klasgenoot ben ik erover heen gegaan. Met mijn ogen dicht. Ik vond het niks. Maar het kon niet anders, helaas. Ik hoop in ieder geval dat er ooit nog een andere manier gaat komen om bij het nieuwe KCO te komen.


Maar voor nu heb ik even mijn angst overwonnen.


 

Doe eens gek, pak een stoel.
Daniel Volkers, eerstejaarsstudent van de Pabo beschrijft zijn ervaringen in de opleiding.

Eindelijk was het dan zover, dinsdag 7 april, een dag waar alle leerlingen van groep 1 tot en met 8 al weken naar uitkeken en waar alle leerkrachten en stagaires al minstens zolang druk mee waren geweest. De weken van de metamorfose waren aangebroken, drie weken waarin de leerlingen uit elk leerjaar lessen zouden krijgen en projecten zouden uitvoeren rond het thema metamorfose.

Al direct bij binnenkomst in de school werd duidelijk dat het een project over de hele school zou zijn. Op muren, deuren, ramen en palen hingen babyfoto’s met een nummer 1 tot en met 20 erbij. Deze foto’s waren babyfoto’s van de juffen en meesters op school. Er hingen dan wel nummers bij de foto’s maar geen namen, nee dit was een leuke opdracht ter introductie van de komende weken voor de leerlingen. Zij mochten bij de foto’s raden welke baby, welke meester of juf is geworden. Op deze manier maakten ze gelijk kennis met een metamorfose door te zien welke metamorfose hun meesters en juffen hebben ondergaan.

In groep 4, de klas waar ik dit semester stage loop, stond de stoel in het middelpunt van het project. De stoel waar leerlingen elke dag op plaats nemen tijdens de verschillende lessen. De stoel waar zij de actieve luisterhouding in aannemen. De stoel die altijd in dezelfde kleur op dezelfde plek aan hun tafel staat. Eigenlijk een saai ding als je het zo bekijkt maar de komende weken zal de stoel in het zonnetje worden gezet en een echte metamorfose ondergaan.

stoel2_791

Elk groepje van vier leerlingen kreeg een oude stoel en de opdracht mee om te bedenken hoe zij die stoel een metamorfose wilden geven. Werd het bijvoorbeeld een oceaan-stoel: blauw geverfd met plaatjes van vissen erop en een visnetje tussen de poten gespannen?

Of werd het toch een stoel met zoveel mogelijk kleur, beschilderd, met gekleurd touw eromheen  en volgeplakt met snippers kleurig papier.

De eerste dag gingen de kinderen aan het denken welk thema zij voor hun stoel wilden, de twee weken hierna kregen de kinderen elke dinsdag tijd om aan hun stoel te knutselen en er zo een heel andere stoel van te maken. Hierbij kregen zij hulp van een aantal zeer actieve moeders die twee weken lang hielpen met denken, knutselen en opruimen. Met als gevolg een zevental schitterende stoelen, kleurig, met thema en passende spreuk. Ja, de stoelen hadden een echte metamorfose ondergaan!

Op andere dagen in de week kregen de kinderen bijvoorbeeld natuurles over kikkers, vlinders en seizoenen. Geschiedenislessen over evolutie en dinosauriers. Of aardrijkskunde lessen over de ijstijd en wat rivieren en zeeën met het land doen. Vooral zaakvaklessen werden bij het project betrokken. Daarnaast werden er ook van andere, kleine materialen stoelen geknutseld. Een pak melk, gekleurd papier en stof werden omgetoverd tot een kleurige kartonnen stoel. Ook werd van stukjes ijzerdraad een stoel of kruk geknutseld. En tot slot was er zelfs een moeder die samen met de kinderen een dans bedacht en oefende waarbij opnieuwe de stoelen centraal stonden.

Momenteel is het alweer half mei aan en ligt de projectweek al weer een paar weken achter ons. De kinderen, stagaires, moeders, vaders, meesters en juffen hebben enorm genoten van een leuk project waar iedereen zijn of haar creativiteit in kwijt kon.

stoel1_753

En ik denk dat de kinderen in groep 4 van OBS Hogenkamp voorlopig niet meer denken dat de stoel slechts een saai zitje is, maar met een beetje creativiteit en samenwerking een grappig, mooi of zelfs sfeervol ding kan worden.



Van gebarentaal tot kikkerdril.

Tara Visser, eerstejaarsstudent beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

Dinsdagochtend, gewekt door het geluid van de wekker. Mijn lesvoorbereiding van taal zat al keurig in de tas. Ik werkte een paar boterhammen naar binnen tijdens mijn ochtend ritueel. Tas mee, stage-map mee en hup op de fiets met het ochtendzonnetje naar stage. Wanneer ik stipt acht uur de school binnenloop hoor ik leerkrachten alweer discussiëren over de rekenmethode en het continurooster, hoor ik de telefoon alweer rinkelen en zie ik al een verse kan koffie klaarstaan. ‘Goedemorgen!’

Ik loop stage in groep 5 waarin 29 totaal verschillende individuen zitten. Ik geniet ervan om te zien hoe de leerlingen op een eigen manier de klas binnenkomen. De een pakt rustig een boek en gaat lezen, de ander rommelt wat met zijn MI-map, een groepje leerlingen blijft nog even praten en een ander komt haar verhaal vertellen aan mij. Heerlijk wanneer ik de groep kan observeren met een kop dampende koffie in mijn hand.

Dat het vandaag een rollercoaster zal worden wist ik op dat moment nog niet. Het begon met een MI-project over de lente en zomer. MI is de afkorting van Meervoudige Intelligentie. Leerlingen zijn hier zelfstandig bezig met het opzoeken en verwerken van informatie over bodemdieren, wilde bloemen, de levenscyclus van de vlinder en kikker en de bouw van bloemen. De creatieve leerling kan ervoor kiezen om er een tekening bij te maken, de leerling met de wiskundeknobbel zal een grafiek maken.

Ik werd een beetje overvallen toen er een leerling voor de klas haar verhaal vertelde over haar vader. Haar vader is namelijk doof en communiceert met gebarentaal, iets dat klasgenoten moeilijk te begrijpen vinden. De taalles die ik had voorbereid was een introductie op het nieuwe thema; gevoelens. Een mooie aansluiting op het indrukwekkende verhaal van de leerling om met gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen aan te geven hoe je je voelt. Leerlingen zien dat je heel goed je gevoel kan uitdrukken zonder hierbij te praten.

In de pauze kijk ik snel de rekentoetsen, die nog ergens in de ochtend waren gepropt en afgenomen, na. Het geeft mij een goed gevoel te zien dat de leerlingen de stof grotendeels begrepen hebben en er goede resultaten waren. Ikzelf heb immers een groot deel van de instructies gegeven.

Bepakt met scheblog_tara_684pnetjes, emmers en vergrootglazen, gekleed in regenlaarzen en oude kleren gingen we op weg naar de sloot. Een sloot… een sloot was nog nooit zo interessant. De emmers vulden zich al snel met slootwater. Slootwater vol kleine diertjes als spinnetjes en torretjes en niet te vergeten: KIKKERDRIL. Terwijl ik de leerlingen die stonden te soppen in het water in de gaten hield kwam er een groepje leerlingen enthousiast aangerend met jawel, hoe kan het ook anders, een hele bult kikkerdril in hun handen. ‘Juf! Wil jij ook onze kikkerdril vasthouden? Het is heel glibberig en slijmerig!’ Uh, nou… Ik hield het maar bij het fotograferen van de kikkerdril.

Nu ik dit artikel voor het Iselinge blog rustig op mijn laptop zit te tikken kan ik wel stellen: Kinderen vergen veel energie van je.

 


 

Wat betekent dat stipje? Filosoferen over kunst.

Wouter van Bekkum, tweedejaarsstudent beschrijft zijn ervaringen in de opleiding.

Afgelopen week ben ik samen met mijn klasgenoten naar een kunstroute geweest in de oude DRU Fabriek in Ulft. De excursie was een inleiding op de module “Filosoferen met kinderen”, waarbij wij als studenten gaan leren om met kinderen dieper in te gaan op de betekenis van kunst.
De kunstroute vond plaatst in het Innovatiecentrum ICER. Deze is gevestigd in één van de oude giethallen van de vroegere ijzergieterij. ICER is een innovatie- en techniekmuseum, vooral bedoeld om jongeren enthousiast te maken voor techniek. In groepjes gingen de studenten langs de verschillende kunstenaren die een live demonstratie gaven van hun werk. Niet alleen viel er veel te zien ook was er voldoende gelegenheid tot meedoen. Iedere kunstenaar had zijn eigen specialiteit. Van een gepassioneerde drummer die een demonstratie hield van ritme als onderdeel van kunst tot een dichter, die vertelde over het kind en de ster. Een kunstzinnig verhaal over de relatie tussen een moeder en haar dochter. Er waren meerdere schilders aanwezig, ieder met zijn of haar eigen talent. Uiteenlopend van olie spetters op het papier tijdens een bijna Sjamanistische dans, tot vingerverven op de grond.
Na de middag was de gelegenheid voor een Q & A met de verschillende kunstenaars. De studenten mochten ronduit vragen over alles wat zij die dag gehoord en gezien hadden. Hierbij kwamen de meest diepzinnige vragen naar boven. Vragen als “Waar haalt u uw inspiratie vandaan?” tot “Wat is de betekenis van dat cirkeltje of lijntje op papier?”. Tijdens deze vragenronde kwam duidelijk het doel van de studiereis naar voren: het filosoferen over kunst en het opzoek gaan naar de diepere betekenis van kunst en het leven. De highlight van de dag was toch wel de 4D show die plaats vond in de centrale hal. Op verschillende muren werd aan de hand van beeld, geluid en beweging, techniek en industrialisatie uitgebeeld. Persoonlijk heb ik na de excursie heel veel zin om te beginnen met de module. De module waarbij ik samen met mijn stageklas wellicht achter de diepere betekenis van een olievlek kom.

icer_480

 

 

 

 

 

 

 

 


De Parijsreis

Inge Terhorst, derdejaarsstudent beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

eiffeltoren_624

 

Van 27 januari tot en met 30 januari stond de reis naar Parijs gepland. Een vrije keuze voor de derdejaars. Met een groep van 26 studenten en 3 docenten zijn we afgereisd naar Frankrijk. We hebben hier verschillende musea bekeken en andere bekende gebouwen. Daarnaast hadden we genoeg vrije tijd om zelf andere dingen te doen of te bekijken in Parijs. We sliepen in hotel Nord Est, een gezellig klein hotel, prima te doen voor ons.

Zelf moesten we allemaal een stukje van de reis voorbereiden: een rondrit, een boottocht organiseren, het vermaak in de bus of opdrachten in de verschillende musea. Ondanks dat voor alle musea maar een korte tijd gepland stond, hebben we erg veel gezien. In de vrije tijd kon je nog zelf de stad in, lekker eten in restaurantjes en cultuur snuiven in Parijs. ’s Avonds was er gezelligheid op de hotelkamer. Een aantal studenten bezocht het nachtleven van Parijs.

De eerste dag hebben we een boottocht gemaakt over de Seine, de rivier die dwars door Parijs stroomt. Tijdens de boottocht hebben we verschillende bezienswaardigheden gezien en een groot aantal musea. Tijdens deze rondvaart zagen we onder andere de "slotjesbrug" (Pont des Arts), het Louvre, Musee d´Orsay, de Orangerie.

De Parijsreis is echt een aanrader!

 


 

Hoogtepunten uit de stageweek

Inge ter Horst, derdejaarsstudent beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

In de week van 8 t/m 12 december stond een stageweek gepland, ik heb erg veel lessen gegeven, maar ik heb er een aantal hoogtepunten uitgehaald waar ik jullie graag iets over vertel.

In groep 4 is het lezen belangrijk, vandaar dat wij ervoor kiezen om de leeshoek zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Toen vrijdag de stoomboot de klas uit ging, was de leeshoek kaal. We hadden er een aantal lichtjes opgehangen, maar toch was ik niet tevreden. In het weekend ben ik daarom gaan knutselen en heb ik een gezellig winterhuisje gemaakt.

inge2_454Maandag middag stond spelling op het programma. Het was een herhalingsles van het hele blok. Ik had allemaal spelletjes (werkvormen) bedacht en daarin had ik de verschillende spellingscategorieën verwerkt. De leerlingen vonden het één groot feest en gingen erg enthousiast aan het werk. Er zat onder andere een galgje, een woordzoeker en een domino in. De leerlingen hadden door de verschillende werkvormen niet door, dat ze met spelling bezig zijn.

Woensdag aan het eind van de ochtend heb ik een zelf ontworpen taalles gegeven met verschillende werkvormen en een Prezi. De les ging over gevoelens, ik heb de leerlingen verschillende gevoelens laten raden en uitbeelden. Een erg mooie en actieve les.

Vrijdagochtend begonnen we met rekenen. De leerlingen gingen de kwartieren leren. Kwart over en kwart voor. Door de leerlingen goed te betrekken bij de les, met klokjes zelf tijden laten maken en op de grote klok om de beurt tijden laten maken hadden de leerlingen snel door hoe de kwartieren in elkaar zaten.

Inge Terhorst


 

NLP, wat is dat?

Inge ter Horst, derdejaarsstudent beschrijft haar ervaringen in de opleiding.

Op vrijdag 10 oktober stond een gastles ingepland, hierbij stond op het rooster NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren). Voor de les wist niemand wat NLP inhield, dus gingen we open en zonder verwachtingen de les in. De gastles werd verzorgd door Miranda Leenders, directrice van basisschool het Hof in Lichtenvoorde. Door situaties die ze had meegemaakt, maakte ze kennis met NLP en is ze de opleiding gaan volgen.

Tijdens de les kwamen we erachter dat NLP te maken heeft met communicatie met jezelf en de buitenwereld. Wanneer je op zoek gaat naar de definitie van NLP kom je de volgende zinnen tegen: “Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) is een krachtige, effectieve methode om snel inzicht te krijgen in de drijfveren en motivaties van ons handelen. Het is een verzameling van technieken, uitgangspunten en overtuigingen die veel gebruikt wordt voor het bereiken van persoonlijke groei.”

nlp_472

Na een klein stukje theorie hebben we kennisgemaakt met de Walt Disney strategie. Deze strategie helpt je om anders tegen situaties aan te  kijken en zo je doelen te bereiken. Binnen deze strategie heb je drie fasen: de dromer, de realist en de criticus. We hebben vervolgens zelf situaties beschreven. In deze situaties (bijvoorbeeld een doel uit je persoonlijk ontwikkelings plan) is er iets dat je wilt verbeteren. Je doorloopt de verschillende fases en komt er zo achter hoe je het doel dat je voor ogen had, kunt bereiken. Je droomt hoe het verloopt.

Nu ik het zo opschrijf komt het weer naar boven dat je dit echt zelf moet ervaren, pas dan weet je hoe het voelt en hoe het is. Eerst denk je wat een zweverig gedoe, maar wanneer je de strategie hebt doorlopen merk je pas wat je ermee bereikt. De Walt Disney strategie is slechts een klein onderdeel van NLP, maar er is nog veel meer. Ik zelf vond de bijeenkomst een eyeopener, ik ben hierdoor meer gaan opzoeken over NLP. Wie weet is het ook handig voor andere studenten, je gaat anders naar situaties kijken en hierdoor kom je steeds meer in de dromers fase dan in de criticus fase.


Seniordocent Ester Alake-Tuenter gepromoveerd

In de prachtige aula van Wageningen University & Research centre is seniordocent Ester Alake-Tuenter op 1 oktober gepromoveerd. Een grote groep medewerkers en studenten van Iselinge Hogeschool was erbij aanwezig.

De titel van haar proefschrift luidt: "Inquiry-based science teaching competence of pre-service primary teachers".

Onderwijs in wetenschap begint al op de basisschool. Het stellen van de juiste vragen is de kern van onderzoekend leren en de wetenschappelijke methode. Voor (beginnende) leerkrachten zijn vaardigheden, houding en vakkennis op dit gebied van belang. Ester pleit ervoor dat dit op de pabo een belangrijk vakgebied is, maar vindt het ook belangrijk al voor de opleiding na te gaan of studenten wel over voldoende vakinhoudelijke kennis beschikken.

ester_promotie_3264_01Ester presenteerde haar proefschrift en hield een voordracht voor het publiek. Daarna was er de verdediging die volledig in het Engels was. Hoewel er enkele pittige vragen door de professoren gesteld werden, was Ester in staat gerichte antwoorden te geven en haar werk 'zeer goed' te verdedigen.

Wij feliciteren Ester van harte met dit prachtige resultaat.


Iselinge vijfde in de Elsevier ranking van pabo's

Studentenoordeel over Iselinge Hogeschool opnieuw positief.

Elsevier publiceert jaarlijks hoe goed hogescholen en universiteiten het doen. Een belangrijk aspect daarin is de ranking van hogescholen voor wat betreft het studentenoordeel. Iselinge Hogeschool is verheugd over het feit dat de stijgende lijn van de afgelopen jaren zich ook nu heeft voortgezet. In de lijst van 25 pabo's in Nederland staat Iselinge op een mooie vijfde plaats. Hier is de achtergrondinformatie te vinden die op 27 september 2014 gepubliceerd is.


Schrijven Kun je Leren

Opbrengst uit het leernetwerk, auteur: Eric Besselink.

Samen met scholen in het samenwerkingsverband Opleiden in School is de laatste jaren gewerkt aan de verbetering van het onderwijs in het schrijven van teksten. Het resultaat van de samenwerking tussen leerkrachten, studenten, docenten en onderzoekers is verduurzaamd in een boek: Schrijven Kun je Leren. In dit boek komen verschillende thema's aan de orde: er wordt een schets gegeven van de schrijfontwikkeling van kinderen, men vindt een overzicht van wat kinderen volgens kern- en tussendoelen en referentieniveaus moeten leren, en mogelijkheden om nieuwe media bij schrijfonderwijs worden verkend. Maar vooral vindt de (aanstaande) leerkracht er tips en aanwijzingen om zijn instructie- en feedbackgedrag in schrijfonderwijs te verbeteren.



 

Het boek kost 25 euro en is te bestellen in de SON-webwinkel.


Schrijfonderwijs

Oproep aan leerkrachten basisonderwijs.

Iselinge Hogeschool en Universiteit van Utrecht delen een belangstelling voor de verbetering van het schrijfonderwijs. Monika Koster van de UvU is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe stelmethode voor het basisonderwijs en is op zoek naar leerkrachten van groep 6-7-8 die betrokken willen worden bij haar project.

Klik hier voor meer informatie.


Studenten zijn tevreden over Iselinge Hogeschool

De uitslag van de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2014 is bekend.

Studenten van Iselinge Hogeschool zijn tevreden over hun studie. In de laatste jaren is een stijgende lijn te zien. Dit blijkt uit de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2014.

De NSE is een grootschalig landelijk onderzoek waarin studenten uit het hoger onderwijs hun mening geven over hun opleiding. Uit de NSE 2014 blijkt dat Iselinge Hogeschool op bijna alle terreinen hoger scoort dan het landelijk gemiddelde van alle pabo's. De studenten zijn alleen wat minder enthousiast over Doetinchem als studentenstad. De horecavoorzieningen en het culturele aanbod en de beschikbaarheid van woonruimte wordt door studenten lager gewaardeerd dan studenten van andere pabo's in Nederland.

Het is opvallend dat in de laatste vijf jaren studenten steeds tevredener zijn over vrijwel alle aspecten. Dit jaar valt op dat vooral de voorbereiding op de beroepsloopbaan en de ervaring in de stage zeer positief worden beoordeeld. "Doordat we heel intensief bezig zijn met een verandering naar meer opleiden ín en samen met de basisschool, ervaren studenten dat punt als zeer positief" meldt Ans van Eijndhoven, directeur van Iselinge Hogeschool.

"We zijn zeer tevreden over de resultaten. Dat betekent natuurlijk niet dat we stil zitten. Studenten mogen dan zeer tevreden zijn over de docenten, toetsing en de wetenschappelijke vaardigheden, het is en blijft een uitdaging om dat nog verder uit te bouwen."

De vergelijking tussen de resultaten van Iselinge Hogeschool en het totaal van alle pabo's in Nederland staat hier.


Weer terug in Nederland

Eline Seinhorst, vierdejaars student academische pabo schreef eerder al over haar ervaringen tijdens haar internationale stage op Curacao. Nu is ze weer terug in Nederland.

Inmiddels sta ik weer op de Nederlandse bodem en kan ik terugblikken op een fantastische tijd op Curaçao! De eindpresentatie aan het gehele team van de basisschool verliep goed en de docenten waren heel enthousiast. Ze gaven aan het zeker te gaan gebruiken! Toch fijn om je stage op zo’n positieve manier te kunnen afsluiten.
Deze stage stond in het teken van de module ‘Ondernemen’. Doel van deze module is om erachter te komen dat werken in het onderwijs niet alleen voor de klas staan betekent. Dat is me de afgelopen 3 maanden zeker duidelijk geworden. De universiteit is naast het opleiden van nieuwe leerkrachten, ook bezig met het vernieuwen van het huidige onderwijs. Er wordt onderzoek gedaan, er worden contacten gelegd met verschillende onderwijsorganisaties en er wordt veel overlegd met basisscholen. Mooi om deze samenwerking te zien, zo kan iedereen zijn eigen expertise gebruiken en komt men samen tot een goede vernieuwing.
Maar nu komt toch echt het einde van mijn opleiding in zicht en dat betekent dat ik mijn afstudeerwerkstuk aan het afmaken ben. Ik onderzoek of de onderzoekende houding van hoogbegaafde leerlingen beter wordt als de leerkracht bepaalde didactische principes gebruikt. Hier komt bij kijken dat ik me verdiep in de literatuur, een observatieschema ontwikkel, leerlingen observeer en dit verwerk in SPSS (een programma waarmee je statische berekeningen kan uitvoeren). Hier kan ik uiteindelijk conclusies uit trekken. Het is een flinke kluif, maar wel erg leuk om echt met je eigen onderzoek bezig te zijn.

De laatste stappen worden gezet en dan hoop ik in juli mijn diploma te kunnen ondertekenen!


Een vervolg op: Twee dagen door de ogen van een Pabo-student

Carmen Liebrand, derdejaars student voltijd regulier schrijft hoe twee studiedagen op Iselinge Hogeschool er voor haar uitzien.

Het is alweer donderdag en dat betekent dat ik vandaag weer les heb op Iselinge Hogeschool. De afgelopen dagen heb ik drie dagen stage gelopen. Vandaag staat pedagogiek en collegiaal ondersteund leren op de planning. Om half elf start de les van pedagogiek. Het thema dat centraal staat is ADHD. Tijdens de les wordt besproken wat ADHD inhoudt en op welke manier deze ontwikkelingsstoornis herkend kan worden in de klas. Duidelijk wordt dat kinderen met ADHD problemen hebben met het vasthouden van aandacht, impulsief zijn of weinig remmingen kennen en overbeweeglijk zijn. De les wordt vervolgd met verschillende handvatten voor in het onderwijs.
Na pedagogiek is het tijd voor collegiaal ondersteund leren. Samen met twee medestudenten ga ik in gesprek over verschillende zaken die te maken hebben met de studie. Aan de hand van een gesprekstechniek worden verschillende onderwerpen besproken. Op de agenda staat o.a. de vakverdieping, want morgen staat de presentatie voor de vakverdieping gepland. Gezamenlijk bekijken we de beoordelingscriteria voor de presentatie en zetten we de vergadering voort in een werkmoment. Aan het einde van de middag hebben we een Prezi ontworpen met verschillende informatie over onze vakverdieping!

Vrijdag begint de ochtend met verschillende presentaties van andere studenten. Ik woon verschillende presentaties bij. Eén presentatie gaat over op welke wijze dans & drama ingezet kan worden voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. De student die deze vakverdieping heeft uitgevoerd, neemt ons mee in het proces en laat zien welke ontwikkelen hebben plaatsgevonden.
Na de pauze ben ik samen met mijn groepje aan de beurt. Onze vakverdieping is gericht op wereldoriëntatie & kunstzinnige vorming. Voordat wij begonnen met de vakverdieping waren wij erg benieuwd of beide vakgebieden elkaar konden versterken. Aan de hand van een literatuur- en praktijkonderzoek is duidelijk geworden dat beide vakgebieden goed gecombineerd kunnen worden. Tijdens onze presentatie laten wij aan andere studenten weten dat het belangrijk is om kunstzinnige vorming in te zetten als kennisverwerving en niet als een verwerkingsopdracht. Kinderen kunnen aan de hand van een creatieve activiteit ontzettend veel over de wereld leren!


Je eigen horizon en de horizon van de leerlingen verbreden

Inge Terhorst, tweedejaars student voltijd regulier schrijft over de module 'horizon verbreden'.

In het tweede semester van het tweede jaar begin je aan een stage in de bovenbouw. Tijdens deze stage is de opdracht horizon verbreden. Bij deze opdracht kies je één of meer landen. Dit doe je samen met de leerlingen en je mentor. De opdracht is dan om zoveel mogelijk over dat land te weten te komen en zo je eigen horizon en die van de leerlingen uit je klas te verbreden.

Ik wil jullie graag meenemen in mijn project. Ik heb gekozen voor het land Brazilië. Dit, omdat hier komende zomer het WK plaatsvindt en ik het project heb uitgevoerd in de tijd van carnaval. Carnaval is hét feest van Brazilië, vandaar dat dit erg mooi aansloot op mijn project. We kregen op Iselinge eerst verschillende lessen waarin bepaalde werkvormen, materialen en middelen werden uitgelegd die je zelf zou kunnen gebruiken voor je lessen. Je leerde bijvoorbeeld de werkvorm krottenwijken. Tijdens deze les mochten we deze opdracht zelf gaan doen. Door de opdracht zelf te doen, wist je hoe het in elkaar zat en hoe je deze werkvorm ook voor je eigen land kon maken.

Het project is erg vrij, je bepaalt zelf hoe je invulling geeft aan je lessen en het eindproduct. Ik heb ervoor gekozen om de leerlingen kennis te laten maken met Prezi, omdat ze Powerpoint al kennen en de leerlingen het leuk vinden om nieuwe dingen te ontdekken. Een korte uitleg over het programma was dan ook al genoeg. De leerlingen hebben zelf verder uitgezocht hoe ze de informatie in Prezi konden zetten en de presentatie konden aankleden.

De uitleg van het programma Prezi heb ik aan het begin van het project gegeven, zodat de leerlingen alle informatie die zij tijdens de lessen kregen zelf in de presentatie konden zetten. Ik ben toen op zoek gegaan naar materialen uit Brazilië. Ik stuitte toen op de website van het NME centrum. Hier stond materiaalzending tropische producten. Ideaal voor mijn project! In het pakket zat een kokosnoot, kokos, pinda’s, een zijdecocon, een katoenplant, peper, kaneel, een cacaoboon, koffiebonen en thee. Een heel handig pakket om de leerlingen kennis te laten maken met de verschillende producten. Bij alle producten zat ook een informatieblad. Op dit informatieblad stond informatie over alle vakgebieden: geschiedenis, natuur en aardrijkskunde.  

Ik heb deze materialen aan de leerlingen laten zien.  Vervolgens mochten ze het zelf onderzoeken en de belangrijkste punten van de materialen per groepje opschrijven. De leerlingen hebben van alles met de producten: gedaan, geschud, geroken, geproefd en van alle kanten bekeken. Aan het eind van de les heb ik een quiz met de leerlingen gehouden. Daarin vroeg ik naar feitjes over de verschillende producten. De leerlingen schreven de antwoorden per groepje op.

Na deze les hebben we groepjes verdeeld en onderwerpen gekozen die de leerlingen wilden onderzoeken: sport, eten en drinken, cultuur, feesten en gewoontes, dieren in Brazilië, klimaat en cultuur en steden. De leerlingen hebben handige sites gekregen waarop zij informatie konden vinden. Ze hebben een woordweb gemaakt bij hun onderwerp en daaruit de onderzoeksvragen gehaald. De leerlingen hebben binnen hun groepje de onderzoeksvragen verdeeld en zijn zo op zoek gegaan naar informatie die zij in hun presentatie konden verwerken.

De leerlingen hadden van tevoren een beoordelingsmodel gekregen, zodat ze wisten wat van ze werd verwacht. Dit beoordelingsmodel werd tijdens de presentaties ook gebruikt. De leerlingen presenteerden voor de klas. Er kwam heel veel informatie over het land naar voren. Ook waren de presentaties erg mooi aangekleed. Door het opzoeken van de informatie van Brazilië en de presentaties van de andere groepjes, hebben de leerlingen veel kennis gekregen over het land. De leerlingen vonden het erg leuk om te doen, omdat het heel anders is dan een gewone aardrijkskunde-, geschiedenis- of natuurles.

Zelf heb ik veel verschillende werkvormen geleerd, geleerd hoe ik een project in elkaar kan zetten en natuurlijk meer geleerd over het land Brazilië. Een leuke ervaring en een erg leuk project om te doen!


Goed nieuws: kansen voor 27 ambitieuze en talentvolle jonge leerkrachten

Het Personeelscluster Oost-Nederland (PON) zoekt 27 ambitieuze en talentvolle jonge leerkrachten die binnen 1,5 jaar kunnen doorgroeien naar een vaste baan op één van de PON-scholen.

PON zoekt leraren die inzetbaar zijn voor groep 1 t/m 8.
Het gaat in totaal om 27 vacatures, 14 banen voor 3 dagen en 13 banen voor 4 dagen. Benoeming vindt plaats in mei, september of oktober 2014.

Meer info op de site van PON. Het is momenteel niet meer mogelijk om te reageren. Er hebben 249 jonge leraren gesolliciteerd die voldoen aan de criteria; de selectiecommissie gaat aan de slag om de toppers te selecteren.


Een totaal andere stage!

Remco Hofman, vierdejaars student Academische Pabo vertelt over zijn bedrijfsstage in het kader van de module "Ondernemen, een uitdaging".

In het kader van de module ‘Ondernemen, een uitdaging!’ zijn wij als vierdejaars studenten op zoek gegaan naar een bedrijfsstage. Je zult vast denken: een bedrijfsstage binnen de pabo? Ja het is zeker een goede combinatie! Er zijn bedrijven die actief zijn binnen het onderwijs. Voorbeelden hiervan zijn: uitgeverijen, toetsontwerpers etc. Via contacten in het onderwijs ben ik bij het bedrijf QL-ICT  in Enschede terechtgekomen. Dit is een bedrijf dat o.a. ICT-materialen, software, onderhoud van ICT en voorlichtingen over ICT in het onderwijs verzorgt. Het leek mij een uitdaging om daar een bedrijfsstage te lopen. Na een sollicitatiegesprek en een meeloopdag begon mijn stage-opdracht binnen dit bedrijf.

QL-ICT biedt scholen de mogelijkheid te werken met het online platform QL-ICT Online. Deze heeft veel verschillende functies voor in het onderwijs, waarin ik zelf, als objectief persoon, een meerwaarde zie. Ik ben in gesprek geweest met een aantal personen binnen het bedrijf over de functies en heb zelf de omgeving onderzocht. Aan de hand van deze functies heb ik een literatuurstudie gedaan naar benodigde leerkrachtcompetenties. Daarnaast ben ik met een medewerker van het bedrijf een aantal scholen in Enschede gaan bezoeken om hen voorlichting te geven. Scholen met erg verschillende beginsituaties. Sommige scholen werkten er al veel mee en sommige gaan volgend schooljaar beginnen.art_remco_554

De QL-ICT Online omgeving zorgt ervoor dat zowel leerkrachten als leerlingen digitaal aan het werk kunnen. Leerkrachten kunnen online taken plaatsen en deze toekennen aan hun leerlingen. Leerlingen  kunnen op hun beurt deze taken op verschillende plaatsen maken, zolang ze maar een internetverbinding hebben. De QL-ICT Online omgeving is gebaseerd op de basisprincipes van het werken in de Cloud.

De Academische opleiding zorgt met de bedrijfsstage ervoor dat wij vanuit een andere invalshoek ervaring opdoen met onderwijs. De stage bij QL-ICT heeft mij tot nu toe laten zien dat er binnen het onderwijs ook andere kansen voor ons zijndan fulltime werken binnen een schoolteam. Ook over het ondernemen heb ik meer inzicht gekregen. QL-ICT heeft namelijk een programma op de markt gebracht dat voor zowel werkzame leerkrachten als voor leerlingen een meerwaarde heeft. Het programma is erg gebruiksvriendelijk en juist goed te gebruiken binnen het onderwijs, waardoor veel ICT- coördinatoren, directeuren, leerkrachten en stichtingen enthousiast zijn. Door mensen te enthousiastmeren via netwerken breidt QL-ICT haar klantenkring uit, wat voor hen inkomsten betekent. Voordat de QL-ICT Online omgeving werd ontworpen is er een analyse gemaakt van de wensen die er in het onderwijs leefden over een dergelijke omgeving. Met het uitbrengen van de online-omgeving is daar goed op ingespeeld. En daar draait het ook om binnen de module die wij volgen op de opleiding: het zien van kansen en er op inspelen.

Binnenkort presenteren alle vierdejaars studenten van de Academische Pabo hun eigen onderneming gebaseerd op hun passie en een probleem (de kans!) gerelateerd aan het onderwijs.


Yes!

Eline Seinhorst, vierdejaars student academische pabo vertelt over haar bijzondere stage op Curaçao.

Nog een kleine maand te gaan en dan vlieg ik weer naar Nederland. Het einde van onze stage komt dus ook in zicht. De lessenserie ’Overleven op Curaçao’ hebben we afgerond en opgestuurd naar onze begeleiders van de universiteit vooreline_538 feedback. Al snel kregen we een mailtje terug met de reactie: ‘Ik heb het even globaal bekeken, maar het ziet er fantastisch uit!’ Wauw, die kunnen we in onze zak steken!

Ook stond er 1 april (ja, heus) een kleine presentatie gepland op de basisschool. Wij hebben aan de directeur en twee leerkrachten een paar voorbeelden van onze lessen gegeven en ook zij waren enthousiast. Volgende week staat er een presentatie voor het hele team gepland, dus hopelijk krijgen we van hen ook positieve reacties.
Dit voelt toch wel erg fijn. We hebben er een lange tijd aan gewerkt en het was niet altijd makkelijk. Je weet dat je lessen maakt op een manier die de docenten op Curaçao nog niet gewend zijn. Als je dan positieve reacties krijgt, dan ben je toch wel even trots.

In onze lessen verwerken wij de natuur van Curaçao: zeerif, heuvels, zoutvlaktes, cactussen, mangroves etc. Om goede lessen te kunnen maken, moet je zelf natuurlijk ook kennis hebben over deze natuur. Op internet is genoeg te vinden, maar het is toch wat leuker om het met eigen ogen te gaan bekijken. Onze begeleider en geoloog nam ons daarom mee de natuur in en vertelde  hoe de natuur hier op Curaçao overleeft. Leuk om het van zo’n gepassioneerde man te horen. 
De komende weken verwerken we de feedback die we van de docenten krijgen en werken we aan een goede lay-out. En daarnaast, nog even genieten van dit heerlijke eiland…

Eline Seinhorst,
Vierdejaars student, Academische Pabo




Tweedejaars student Inge Terhorst beschrijft het stageonderdeel: de Activiteitencyclus

In het eerste semester van leerjaar 2 loop je stage in de onderbouw: groep 1, 2 of 3. Eén van de opdrachten in deze periode is de activiteitencyclus.
De opdracht: Je kiest een thema. Vervolgens ga je hier materiaal bij zoeken waarmee je de themaweek opent. Je ontwikkelt allerlei opdrachten en lessen die bij het thema passen en bereidt deze voor. Ook in de aankleding van het lokaal is het thema terug te vinden. 

Mijn activiteitencyclus

Ik heb mijn onderbouwstage op de Plakkenberg in Silvolde gelopen in groep 1/2 B. Ik heb gekozen voor het onderwerp kabouters en paddenstoelen, want dit thema past goed bij de belevingswereld van de kinderen.  Toen het thema bekend was, ben ik gaan zoeken naar verschillende werkjes en activiteiten die met dit thema te maken hadden. Ook heb ik de weekplanning ernaast gelegd om te kijken hoe een normale week eruit ziet.

Aan de hand van de planning ben ik activiteiten gaan inplannen. Ook voor de speel- werkles heb ik activiteiten uitgezocht. Alles was gepland, dus ben ik me gaan bezighouden met de aankleding van het lokaal. De zandtafel werd omgetoverd tot herfsttafel, de themahoek werd omgetoverd tot kabouterhuis en er kwamen verschillende versieringen voor de ramen.

De week kon beginnen: de eerste activiteit van de week was het prentenboek introduceren en de leerlingen enthousiast maken over het thema. Het prentenboek waar ik voor gekozen had was: “Zal ik helpen, kabouter Thijm?” De leerlingen konden meteen toen ze binnen kwamen al zien dat ze begonnen met een nieuw thema door aankleding van de themahoek. De rest van de dag hebben we tijdens de speel- werkles twee activiteiten gedaan, een paddenstoel knutselen en een kaboutertekening maken. De rest van de week hebben zijn we verder gegaan met verschillende activiteiten, spelletjes, werkjes en filmpjes bekijken over het thema kabouters en paddenstoelen. Ik heb een kabouter voel doos gemaakt, hierin deed ik verschillende dingen en de leerlingen moesten voelen wat er in de doos zat, dit vonden ze erg spannend. Ook heb ik met de leerlingen een kaboutermarkt gehouden, de leerlingen gingen hierbij alle herfstproducten ordenen. Ik heb met de leerlingen de aflevering ‘Moffel en Piertje: een buik vol paddenstoelen’ gekeken, ik ben gaan tellen met de kinderen door middel van het nummeren van paddenstoelen en zo nog vele andere activiteiten.

Tijdens de speel- werkles mochten de leerlingen in de themahoek spelen, dit vonden ze geweldig, ze konden zich allemaal verkleden als kabouter en liepen vervolgens door de klas, om op zoek te gaan naar eikeltjes, kastanjes en andere noten. In de themahoek konden de leerlingen ook woordjes maken die met de herfst, de kabouters en paddenstoelen te maken hadden. Dit deden ze door de wasknijpers, met daarop verschillende letters, bovenop de letter van het woord te zetten. Hierdoor konden ze op deze manier het woord ook van de wasknijpers af lezen.

kabouters_1386

Ik vond dit een super leuk project binnen de onderbouw stage, omdat je bij deze opdracht veel bezig bent met de organisatie. Het kost wat voorbereiding, maar tijdens de uitvoering krijg je leuke reacties terug van de leerlingen. 

 


Twee dagen door de ogen van een Pabo-student

Carmen Liebrand, derdejaars student voltijd, schrijft hoe twee stagedagen er voor haar uitzien.

Maandagochtend, het weekend is nog maar net achter de rug en ik zit fris in de auto om naar mijn stageschool ‘Het Timpaan’ in Wehl te gaan. Drie dagen in de week ben ik op Het Timpaan te vinden, waarvan ik anderhalve dag in de klas aanwezig ben en anderhalve dag aan een schoolontwikkelthema werk. Vandaag begint de schoolweek iets anders dan normaal, want er staat een studiedag gepland. De studiedag staat o.a. in het teken van groepsplannen, een fenomeen waar je tegenwoordig niet meer onderuit kan in het onderwijs. Een leerkracht kijkt bij het maken van een groepsplan kritisch naar de leerlingen in zijn groep, zodat er een systematisch onderwijsaanbod ontworpen kan worden. Samen met mijn mentor en duo-collega evalueren we de vorige groepsplannen en ontwerpen we nieuwe groepsplannen. Het is belangrijk dat ik bij dit werkmoment aanwezig ben, omdat ik immers de leerlingen ook anderhalve dag per week lesgeef en goed op de hoogte moet zijn van de onderwijsbehoeften. Daarnaast is mij ook veel opgevallen en dit is een mooie kans om mijn bevindingen met mijn mentor en duo-collega te delen.

Rond de middag sluit ik het werkmoment af en ga ik verder met mijn schoolontwikkelthema, dat gericht is op het pedagogisch groepsplan. Dit is een opdracht die ik vanuit mijn stageschool heb gekregen. Aan het begin van het jaar heb ik een werkplan gemaakt, waarin precies beschreven staat op welke manier ik het onderzoek naar een pedagogisch groepsplan ga aanpakken. Verschillende weken heb ik me verdiept in de theorie van het pedagogisch groepsplan. Op het moment ben ik bezig om het pedagogisch groepsplan te ontwerpen en hier ga ik vanmiddag mee verder. Ondertussen heb ik veel contact met een medestudent, waar ik samen deze opdracht mee uitvoer.

Dinsdagochtend ben ik rond kwart voor 8 op mijn stageschool. Vandaag komen de kinderen weer op school en ik tref de laatste voorbereidingen. Ik loop stage in een groep 2/3 combinatie en in deze klas zitten 26 kinderen. Vorige week heb ik met mijn mentor besproken welke lessen ik ga geven en vandaag geef ik verschillende lessen aan groep 2. Als de kinderen binnenkomen, gaat groep 3 aan het werk met de weektaak. Groep 2 gaat samen met mij in de kring zitten en om half 9 mag iedereen over het weekend vartikel_carmen2_267ertellen.

Daarna lees ik het boek van ‘Het Letterwinkeltje’ voor. Groep 2 werkt al twee weken over het thema ‘ Het Letterwinkeltje’ en vandaag bekijken we nog een keer het verhaal. Als het verhaal uit is, vertel ik aan de kinderen dat we deze week Opa Brom gaan maken. De kinderen zijn erg enthousiast, want Opa Brom woont in ‘Het Letterwinkeltje’. Tevens worden de andere werkjes van deze week uitgelegd. Na de uitleg mogen de kinderen kiezen en enkele kinderen besluiten om Opa Brom te maken. Na de kleine pauze ga ik samen met de kinderen in de kring. Het is nu tijd voor een rekenactiviteit en vervolgens wordt er weer verder gewerkt aan de werkjes van deze week.

Die middag geef ik les aan groep 2/3. Groep 3 krijgt nog even de tijd om hun werk van de ochtend af te maken en ondertussen kiest groep 2 een opdracht uit de kast. Na drie kwartier gaan we met z’n allen in de kring en vertel ik dat het tijd is voor een nieuwe letter van de week. De kinderen leren de letter ‘F’ van feest. Samen bedenken we woorden met de ‘F’ en leren we het gebaar dat bij deze letter hoort. De kinderen mogen deze week spulletjes meenemen die beginnen met de ‘F’. Tot slot mogen de leerlingen nog even buiten spelen.

Nieuwsgierig hoe de lesdagen op Iselinge Hogeschool eruit zien? Binnenkort komt er een vervolg op dit artikel.



Stage op Curaçao

Eline Seinhorst, vierdejaars student academische pabo is gestart met een wel heel bijzondere stage.

"Overleven op Curaçao"

Wat vliegt de tijd, ik zit alweer op de helft! Na zes weken in Curaçao voel ik me inmiddels echt thuis en ik moet er nog niet aan denken weer terug te moeten naar Nederland.
Inmiddels hebben we een goede start gemaakt met het maken van het lesmateriaal. We zijn in gesprek geweest met scholen, waarin zij aangaven wat zij graag zouden willen hebben. Je merkt dat ze enthousiast zijn en graag nieuw materiaal voor in de klassen willen hebben, maar tegelijkertijd merk je dat zij nog een andere manier van lesgeven gewend zijn. Leerlingen leren nu vooral de feiten over planten en dieren op het eiland: een cactus heeft stekels, de bekendste cactus van Curaçao is de Kadushi en een cactus heeft weinig water nodig om te groeien. Onze begeleider, een geoloog die alles weet over de natuur van Curaçao, gaf aan dat dit nog veel gebeurd op scholen, terwijl de leerlingen volgens de nieuwe kerndoelen zich meer zouden moeten richten op het proces. Waarom groeien deze planten juist op dit eiland? Hoe hebben zij zich aangepast aan het klimaat? Hoe werken dieren samen om te overleven? Al snel kwam het idee om een project te ontwikkelen over het ‘Overleven op Curaçao’.  Hierbij gaan we in op het ontstaan van het eiland, het leven op het land en het leven in de zee. Tijdens een presentatie hebben we deze opzet aan de docenten van de school uitgelegd. Het publiek was een beetje vlak, dus de interactieve werkvorm viel een beetje in het water. Het was in eerste instantie moeilijk te pijlen wat de docenten er van vonden, maar na de presentatie hoorden we wel positieve reacties!
Naast dat we op de UNA lesmateriaal aan het ontwikkelen zijn, hebben we ook al een bezoek gebracht aan de FMS, een bedrijf dat zich bezig houdt met de ontwikkeling en distributie van leermateriaal op Curaçao. We hadden een interessant gesprek met de directeur over de stappen die men doorloopt bij het ontwikkelen van lesmateriaal, hoe dit gefinancierd wordt en met welke onderwijsvernieuwingen Curaçao de laatste tijd te maken heeft gehad.
Voor de liefhebbers, een kijkje in de natuur van Curaçao

Ayo!


"I’m going on an adventure!"

29 januari 2014 vertrok mijn vliegtuig: 3 maanden stage lopen op Curaçao. Ik zit in het laatste jaar van de academische pabo en wilde graag mijn bedrijfsstage in het buitenland lopen. Op de Universiteit van de Nederlandse Antillen (Willemstad) was er plek voor ons. Wij gaan hier lesmateriaal ontwikkelen voor de basisscholen in Willemstad. Op Curaçao worden vaak nog oude, Nederlandse methodes gebruikt die niet aansluiten bij de leefwereld van de kinderen. Zij leren bij wijze van spreken hoe de vissers in de Noordzee mosselen vangen, terwijl het logischer zal zijn dat zij juist leren over de onderwaterwereld rondom hun eigen eiland.
Inmiddels hebben we op de Universiteit al overleg gehad. We zullen in overleg gaan met de scholen, we worden begeleid door een geoloog die ook veel kennis heeft over de natuur in Curaçao en we gaan op bezoek bij verschillende onderwijskundige bedrijven om meer te weten te komen over het ontwikkelen van lesmateriaal. Al met al een flinke uitdaging dus, maar de eerste stappen zijn gezet.

Ik zie er ontzettend naar uit om er iets moois van te maken!

Te otro bia! (tot de volgende keer!)

Volg Eline op Twitter


Academische pabostudenten aan de slag met onderzoekspracticum

Remco Hofman, vierdejaars student academische pabo schrijft hieronder over zijn ervaringen met de module Onderzoekspracticum Psychologisch Survey.

Het einde van de opleiding komt in zicht, ware het niet dat er nog een aantal interessante modules afgerond dienen te worden. Een nog lopende opdracht vanuit de Open Universiteit behoort bij de module: ‘Onderzoekspracticum Psychologisch Survey’. Dit is een module die in het derde leerjaar van de Academische Pabo wordt gestart. Het doel van deze module is om een vragenlijst te ontwerpen en hiermee gegevens (vanuit de praktijk) te verzamelen. Deze gegevens mogen pas verzameld worden wanneer de studiebegeleider van de Open Universiteit de inleiding van het onderzoeksverslag en de vragenlijst heeft goedgekeurd. Om het effect tussen twee aspecten te meten moeten er een onafhankelijke en afhankelijke variabele geselecteerd worden, waarbij de kans bestaat dat de onafhankelijke variabele invloed heeft op de afhankelijke variabele. Voor mijn eigen onderzoek heb ik gekozen voor de onafhankelijke variabele: coaching van de leerkracht en als afhankelijke variabele: de zelfstandigheid bij leerlingen. Dit effect ga ik meten in de klas, waar ik afgelopen december mijn Lio-stage heb afgerond. Bij de eerste meting ontvangen de leerlingen een vragenlijst, die bestaat uit items die samenhangen met de zelfstandigheid (afhankelijke variabele). De groep wordt dan verdeeld in twee subgroepen. Bij de leerlingen uit de ene subgroep gaat de leerkracht intensiever de zelfstandigheid coachen (experimentele groep) dan bij de andere groep (controlegroep). Na enkele weken zal de groep leerlingen dezelfde vragenlijst als bij de beginmeting invullen. Via het statistiekprogramma SPSS wordt bekeken of de experimentele groep daadwerkelijk vooruitgang heeft geboekt ten aanzien van de zelfstandigheid dan de controlegroep. Daarnaast is het binnen deze module verplicht om te kijken of een ander aspect, naast de onafhankelijke variabele, ook invloed heeft op het effect van de zelfstandigheid. Ik heb gekozen om te bekijken of leeftijd invloed heeft op de effectgrootte tussen de voor- en nameting. Deze worden allemaal berekent door SPSS. Wanneer alle resultaten uit SPSS gekomen zijn kan de resultatenparagraaf en daaropvolgende de conclusie- en discussieparagraaf geschreven worden. Samen met het voorblad, de samenvatting, inleiding, methodeparagraaf en de bijlagen vormen zij het gehele onderzoeksverslag dat tevens het eindproduct is van deze module. Deze dient samen met het SPSS – bestand via e-mail opgestuurd te worden naar de studiebegeleider van de Open Universiteit.


Deel deze pagina op Google Plus Connect via LinkedIn