
Hunebedden
in Nederland / Dolmens in the Netherlands



.
Antwoordenblad
voor de leerkracht:
1.
Wat zijn hunebedden?
Hunebedden zijn de restanten van stenen grafkelders waarin het boerenvolk dat het noorden van ons land circa 5000 jaar geleden bewoonde, zijn doden bijzette. Hunebedden behoren tot de oudste overblijfselen van menselijke bewoning in ons land.
2.
Waar dienen hunebedden voor?
Vrij algemeen wordt aangenomen dat het massagraven waren, waarin veel generaties een laatste rustplaats kregen. Daarnaast nemen veel archeologen aan dat hunebedden een ceremoniλle, rituele, godsdienstige en/of territoriale functie hebben gehad.
3.
Leg uit hoe hunebedden eruit zien.
Hunebedden
zijn gemaakt van zware keien. Zwerfkeien worden ze genoemd en de zwaarste wegen meer dan 40 ton.
Met deze
keien gingen de vroegste boeren in Drenthe aan de slag om de indrukwekkende
grafkelders te bouwen. Ze selecteerden keien met een platte zijde om een
enigszins rechthoekige ruimte te kunnen creλren, maar waarschijnlijk ook om ze
gemakkelijker met behulp van ronde boomstammen, touwen en ossen, maar bovenal
mankracht naar de bestemming te kunnen slepen.
De grote keien vormen het geraamte van het graf: een dubbele rij van rechtopstaande draagstenen met de platte zijde naar binnen, waarop dekstenen met de platte zijde naar onderen als dak werden geplaatst. Met de plaatsing van twee sluitstenen aan de uiteinden ontstond zo een rechthoekige ruimte, in lengte variλrend van ca. 3,50 tot 20 m. en in de breedte van ca. 1,50 tot 2,50 m. De kelderhoogte bedroeg ca. 1,75 m. zodat men er vrijwel rechtop in kon staan.
Men bedekte het graf met zand en zoden zodat slechts een langwerpige heuvel met de toppen van de dekstenen in het landschap zichtbaar bleef. Soms plaatste men aan de voet van de heuvel een ovale ring van kransstenen. Vermoedelijk werden de ruimten tussen deze kransstenen ook met keitjes dichtgemetseld.
4.
Hoe oud zijn hunebedden?
Ruim
5000 jaar.
5.
Hoe werden hunebedden gebouwd?
De meest gangbare theorie is dat de keien met de platte zijde door middel van hefbomen op houten rollers of sleden werden gezet en met behulp van touwen, ossen en veel mankracht naar de plaats van bestemming gesleept. Daar werden de draag- en sluitstenen rechtop in vooraf gegraven sleuven geplaatst en vastgezet. Vervolgens bouwde men er een heuvel overheen om langs de glooiingen de dekstenen omhoog te slepen.
Vroeger
dacht men dat de hunebedbouwers enorm sterke reuzen (huynen, vandaar de naam)
waren, zoals Obelix die in Bretagne met veel gemak met menhirs zeulde.
6.
Waar haalden de bouwers de materialen
(keien) vandaan?
Ze
zitten in de bodem in heel Noord-Nederland, maar de meeste in Drenthe. Omdat er in
Nederland nooit bergen met rotsen zijn geweest, was het lange tijd een raadsel
hoe die enorme keien hier terecht zijn gekomen. Tegenwoordig weten we dat. Zo'n
150.000 jaar geleden beleefde de aarde een bijzonder strenge ijstijd. Enorme
gletsjers kwamen uit het noordoosten op ons land af en strekten zich
geleidelijk tot aan midden-Nederland uit. Ze sleepten een dikke laag van leem
en keien met zich mee. Toen het warmer werd en het ijs smolt bleef deze laag op
de Nederlandse bodem achter. Geologen konden de herkomst van de hunebedstenen
vrij nauwkeurig nagaan. Ze komen uit Zuid-Zweden en Finland.
7.
Wat is er in de hunebedden gevonden?
Bij het ene hunebed niets, bij het andere wemelde het van de
potscherven. Het aardwerk heeft verschillende vormen. Behalve de kenmerkende trechterbekers vond men
lepels met een holle steel (vermoedelijk zuigflesjes), kraaghalsflesjes,
schouderpotten, schalen en emmers. Menselijke botresten zijn in Nederlandse
hunebedden niet aangetroffen; ze zijn in loop van de tijd in de zure bodem
verteerd. In kalkrijkere streken in Duitsland heeft men wel skeletdelen
gevonden.
Andere aangetroffen bijgaven zijn veel beperkter in aantal. Hiertoe behoren vuurstenen bijlen, pijlpunten en schrapers, sieraden zoals kralen van git en barnsteen en zelfs enkele van koper.
8.
Wat waren hunebedbouwers voor mensen?
Het
waren de eerste boeren in noord- en oost-Nederland en die leefden hier eerder
dan men ooit had gedacht: 3400 jaar voor Christus!
Ze
worden het Trechterbekervolk genoemd
naar de vorm van de meest voorkomende aardewerken beker die o.m in en bij
de hunebedden werd aangetroffen.
Vσσr
deze tijd had je in deze streken alleen nog maar jagende en vissende nomaden
die kwamen en gingen. Toen dit volk echter de kunst van landbewerking, het
telen van gewassen en het africhten van dieren had geleerd, gingen ze huizen
bouwen en vestigden ze zich hier min of meer permanent als boer. Metalen
gereedschap kenden ze nog niet. Maar wel van hout, been en vooral van steen. Ze
kapten bos met stenen bijlen, cultiveerden het vrijgekomen land, verbouwden
graan (tarwe, gerst en vlas) en lieten hun vee in de drassige beekdalen grazen.
Ze bezaten ossen, koeien, geiten, schapen en varkens. Kippen hadden ze niet
maar wel honden.
Overblijfselen van de trechterbekercultuur zijn behalve in
Noord-Nederland ook aangetroffen in Zuid-Zweden, Denemarken, Polen en Noordwest Duitsland. De
grote ganggraven zoals hunebedden, werden echter alleen op die plaatsen gebouwd
waar in de bodem grote zwerfkeien voorkwamen en dat was behalve hier ook in
Zuid-Zweden Noordwest Duitsland en Denemarken het geval. Kleinere steengraven
(zonder zij-ingang) heten dolmens en komen in een nog ruimer gebied voor.