De opvang van de AAP
Ga naar www.aap.nl
1. Vangt de stichting Aap naast apen ook nog andere dieren op? Zo ja, welke dieren?
__________________________________________________________________________________________
2. Wat gebeurt er met de apen die in het opvangcentrum terecht komen?
__________________________________________________________________________________________
Kijk onder het kopje ‘Over aap’ en op één van de
ondertitels boven aan de bladzijde.
3. Stichting aap is niet ingesteld op langdurige huisvesting. Waar komen de apen terecht die nergens meer terecht kunnen? _____________________________________________
__________________________________________________________________________________________
Klik op het kopje ‘Apekoppen’ en ga naar het dagboek van een dier. Klik hier op Bibo en lees het verhaaltje.
4. Bibo begroet zijn huisgenoten en de verzorgers op een typische lampongwijze. Probeer eens te beschrijven hoe dat eruit ziet?
__________________________________________________________________________________________
5. Zoek op de site op op welke 7 manieren je stichting AAP kunt redden. En vul deze in het volgende schema in.
7
Manieren om stichting aap te helpen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ga
naar www.apenheul.nl
6. Zoek op deze website wat primaten precies zijn.
Primaten zijn
__________________________________________________________________________________________
7. Welke kenmerken hebben deze
primaten? Beschrijf ze in het kort.
__________________________________________________________________________________________





Antwoordenblad
1. Vangt stichting Aap naast apen ook nog andere dieren op, zo ja welke?
Ja, ze vangen ook nog kleine zoogdieren op, zoals
wasberen, neusberen, prairiehondjes en grondeekhoorns. En in noodgevallen ook
reptielen en papegaaien.
2. Wat gebeurt er met de apen die in het opvangcentrum
terecht komen?
Ze kunnen bijkomen van hun ellende.
Groepsdieren leren in het opvangcentrum met soortgenoten
om te gaan en alle dieren wordt weer een zo natuurlijk mogelijke levenswijze
aangeleerd.
3. Stichting aap is niet ingesteld op langdurige
huisvesting. Waar komen de apen terecht die nergens meer heen kunnen gaan?
De apen die nergens meer terecht kunnen, gaan naar
apeneilanden.
4. Bibo begroet zijn huisgenoten en de verzorgers op
een typische lampongwijze. Probeer eens te beschrijven hoe dat eruit ziet?
Alles mogelijk.
5. Zoek op de site op op welke 7 manieren je stichting
AAP kunt redden. En vul deze in het volgende schema in.
Donateur
Cartridges inzamelen
Schenkingen en testamenten
Air Miles sparen
Adoptie
Banner
Gift
6. Zoek op deze website wat primaten precies zijn.
Primaten zijn:
Apen, mensapen en halfapen, worden tezamen de 'primaten' genoemd.
Letterlijk betekent dat 'opperdieren'. Ook de mens wordt
biologisch gezien tot de primaten gerekend.
De variatie tussen primaten is enorm. De pygmee oeistitie
weegt nog geen 100 gram, de gorilla 200 kilo.
De kleine muismaki is opvallend grijsbruin, terwijl de
mandrill met opvallende kleuren pronkt.
7. Welke kenmerken hebben deze primaten? Beschrijf ze
in het kort.
Goed ontwikkelde grijphanden.
Die komen uitstekend van pas bij het klimmen en bij het
vasthouden van dingen. Doordat ze de duim tegenover de vingers kunnen
plaatsten, hebben primaten een stevige greep. De meeste primaten hebben
trouwens ook grijpvoeten!
Grote hersenen.
In verhouding tot hun lichaamsgewicht zijn de hersenen
van primaten veel groter dan die van andere dieren. Dankzij die grote hersenen,
kunnen primaten veel leren en onthouden, bij voorbeeld waar ze voedsel kunnen
vinden, wie vrienden en vijanden zijn, en hoe ze zich in ingewikkelde sociale
groepen moeten gedragen. Alleen dolfijnen en walvissen hebben hersenen die
bijna even groot zijn.
Uitstekend gezichtsvermogen.
Dankzij hun grote ogen, die naar
voren zijn gericht, kunnen de primaten 'stereoscopisch' zien. Daardoor kunnen
ze goed afstanden schatten, wat heel belangrijk is bij het klimmen en springen
van tak tot tak. Ze kunnen ook kleuren zien, en dat kunnen lang niet alle
dieren. Zo kunnen ze zien of vruchten al rijp zijn en kunnen ze allerlei
bloemen, vruchten en bladeren herkennen. Ook bij het voortplantingsgedrag komt
dit vermogen om kleuren te zien, soms van pas.