Landschap en klimaat

Afrika bestaat voornamelijk uit een grote hoogvlakte, met berggebieden alleen in het noorden (Atlasgebergte ) en in het zuiden (Drakensberge). In het oosten een in noord-zuidrichting verlopend, 6000 km lang breukgebied. Ten zuiden van het Atlasgebergte strekt zich over de gehele breedte de Saharawoestijn uit; ten zuiden hiervan liggen het Sahel- en Soedangebied. In Oost-Afrika, tussen de Rode Zee en de rivier de Zambezi, ligt een breukzone, een vulkanisch gebied waarin het hoogste punt van het continent voorkomt (Kilimanjaro, tot bijna 6000 m). Hier komen ook Afrika's grootste meren voor: Victoriameer, Tanganyikameer, Malawimeer en Tsjaadmeer. De grote rivieren ontspringen alle in de gebergten en stromen naar de kust, waar ze watervallen en stroomversnellingen vormen op de rand van het plateau. De grootste rivieren zijn Nijl (met Kagera), Congo, Niger, Zambezi en Oranjerivier. Ongeveer een derde van het continent (Sahara, Midden-Soedan, Kalahari) is afvoerloos.

Sluis bij Esna in het Nijldal. Regelt de hoogte van het water in de Nijl.

 

Afrika behoort vrijwel geheel tot de tropen, met uitzondering van het uiterste noorden en zuiden, waar een subtropisch klimaat heerst. In de hogere streken komen lagere temperaturen voor. Met een gemiddelde jaartemperatuur van meer dan 28 °C in het grootste deel van het continent is Afrika het meest tropische werelddeel. De meeste neerslag komt voor in het gebied rond de evenaar en aan de kust van Guinea; in grote gebieden geven de droge passaatwinden slechts regen bij stijging tegen de gebergten. De woestijngebieden (Sahara, Kalahari) zijn vrijwel regenloos. Het gebied ten zuiden van de Sahara (de zgn. Sahellanden) heeft reeds enkele jaren te kampen met extreme droogte en overbeweiding waardoor de Saharawoestijn zich naar het zuiden uitbreidt.

 

Hier zie je een man uit Egypte met zijn kameel in de Sahara.

 

Terug??? (klik op de vis)