De oppervlakte van de maan

 

De maan bestaat net zoals de aarde uit allerlei stoffen, zoals zand en steen. De maan heeft geen dampkring zoals de aarde. Daarom kan het overdag heel heet worden en 's nachts erg vriezen.

We weten niet precies hoe de maan is ontstaan. Het kan zo zijn dat er om de aarde nog allerlei kleine brokken zweefden die samen gingen klonteren. Maar men denkt ook dat de maan een stuk van de aarde was, die tijdens een botsing is los geschoten.

Het oppervlak van de maan is niet glad. Er zijn flinke hoogteverschillen. Er zijn hoogvlakten en gebergten met hoge toppen en diepe dalen. De eerste sterrenkundigen zagen rond 1700 met hun kleine sterrenkijkers ook duidelijk donkere vlekken op de maan.

Ze dachten dat het zeeën vol water waren. Net zoals op de aarde. Ze noemden elke donkere vlek op de maan daarom mare, dat betekent zee. Maar er is in die maanzeeën geen druppel water te vinden. Het zijn overblijfselen van uitgedoofde vulkanen. En deze plekken weerkaatsen het licht niet zo goed als andere gebieden, en daarom lijken ze donkerder.

Op veel plaatsen is de maanbodem bezaaid met ronde heuvels en kraters. Kraters zijn plaatsen waar meteorieten grote rotsblokken vanuit de ruimte op de maan zijn gevallen. Sommigen zijn al miljoenen jaren oud, toch komen er nog steeds nieuwe bij.