De Maan

maanoppervlak
De Maan is het dichtstbijzijnde
hemellichaam vanaf de aarde. Hierdoor is zij het meest imposante
hemellichaam dat aan onze hemel te zien is. Vele eeuwen hebben
volkeren de Maan als een god vereerd. Men heeft altijd begrepen
dat de maan een speciale plaats inneemt, en de klassieke Griekse
filosofen wisten al dat ze een begeleidster van de Aarde is.
Met het blote oog zijn al veel oppervlaktekenmerken op de
maanschijf te zien, waaronder de donkere gebieden en een aantal
fijnere details. De kraters beheersen het maanbeeld: van
minuscule stipjes tot uitgestrekte ringwallen met een doorsnede
van meer dan 250 km. De donkere vlakten op de maan worden maria
(zeeën) genoemd. In die maria heeft nooit water gezeten. Het
zijn eigenlijk verschrikkelijk grote, uitgestrekte lavavelden. De
oppervlakte van Oceanus Procellarum (Oceaan de Stormen) in het
westen beslaat een oppervlakte van 5000000 km2, groter
dan die van de Middellandse Zee. Mare Serenitatis (Zee van de
Helderheid) in het oosten is vrijwel even groot als
Groot-Brittannië.Onbekend is het waarom aan de kant van de die
wij zien de helft van het oppervlakte van de Maan bedekt wordt
door maria en de kant die wij niet kunnen zien vanaf de Aarde
bijna geen maria kent.
Vroeger konden wij maar 1 helft (eigenlijk 59%) van de Maan zien.
Dit komt doordat de Maan precies om zijn as draait in de tijd dat
zij om de Aarde draait. Doordat de baan om de Aarde niet een
perfecte cirkel is kunnen wij af en toe meer aan de west-, oost-,
noord- of zuidkant van de Maan zien. Dit verschijnsel heet
libratie.
Er zijn 2 theorieën over het ontstaan van de Maan. De een stelt
dat de Aarde en de Maan eens verenigd zijn geweest en lang
geleden gesplitst zijn; de andere theorie stelt dat ze altijd
gescheiden zijn geweest.