
De zon is een gewone G2 ster*, één van de 100 miljard of zelfs meer sterren in ons melkwegstelsel. Net als alle andere sterren bestaat hij voor een groot deel uit waterstof en helium. De zon is dus een gasbol met een gemiddelde afstand van 149.597.870 km van de aarde. De zon is veruit het grootste object in het zonnestelsel. Ze bevat meer dan 99,8% van de totale massa van het zonnestelsel. De zon bestaat, op dit ogenblik, uit ongeveer 75% waterstof en 25% helium in massa uitgedrukt (volgens het aantal atomen : 92,1% waterstof en 7,8% helium); de rest zijn metalen die slechts 0,1% van de massa vertegenwoordigen. De samenstelling wijzigt langzaam omdat de Zon in haar kern waterstof omzet in helium. De nucleare fusie bestaat uit de transformatie van vier waterstofatomen in een heliumatoom. De massa van het heliumatoom is iets minder dan dat van de som van de vier waterstofatomen; het verschil wordt omgezet in energie.
Elke seconde wordt 594 miljoen ton waterstor omgezet in 590 miljoen ton helium. Volgens de wet E=mc2, waar E is de energie dat uitgestoten word, m de massa die wordt getransformeerd in energie en c de snelheid is van het licht correspondeert het verschil, 4 miljoen ton, met de energie dat de zon uitstraalt in een seconde.
De zon bestaat uit de kern, de
stralingszone, de confectiezone, de chromosfeer en de corona. In
de kern is de zon op haar heetst. Er heerst hier een temperatuur
van maar liefst 17.000.000 °C. De druk in de kern is 250 miljard
atmosfeer (250 mrd zo groot als die van de atmosfeer van de
aarde). Dit zorgt voor kernreacties die de zonnestraling in stand
houden. Buiten de kern is de stralingszone. Hierbuiten is de
confectiezone. Hier wordt warmte door middel van convectie
(circulerende materiestroming) naar het oppervlak gebracht.
Nog verder naar buiten is de chromosfeer. Hier ontstaan een groot
aantal spicules, opstijgende kolommen van hete gassen die met
grote snelheid de corona binnendringen. Ze hebben een diameter
van circa 1.000 km en kunnen een hoogte tot 20.000 km bereiken
voordat ze verdwijnen of weer terugvallen op de zon.
De corona is het buitenste deel van de atmosfeer van de zon. Dit
gedeelte is zeer goed te zien tijdens een totale
zonsverduistering of met speciaal apparatuur. De corona strekt
zich tot ver van de zon uit en ze gaat geleidelijk over in de
ruimte of vacuum. Sommigen zeggen zelfs dat de corona tot ver
voorbij de aarde gaat. De temperatuur kan in de corona hoge
temperaturen (10.000.000 °C) bereiken. Temperatuur is in feite
een maat voor de bewegingssnelheid van atomen en moleculen en in
de corona is de snelheid van deze bewegingen zeer groot, maar
omdat de dichtheid zo gering is, is de hoeveelheid warmte-energie
zeer beperkt.