Klein Duimpje
Er waren eens een
houthakker en zijn vrouw die zeven zonen hadden. Ze waren heel
arm en besloten hun zonen achter te laten in het bos. Klein
duimpje, die alles had gehoord, stopte steentjes in zijn
zak. Hij strooide onderweg de steentjes uit zodat hij de weg
terug kon vinden naar huis.
De volgende dag bracht de houthakker de zonen nog dieper het bos
in. Deze keer strooide Klein Duimpje stukjes brood. Maar aan het
eind van de avond kon klein duimpje de broodstukjes niet meer
vinden omdat deze waren opgegeten door de vogels. Klein duimpje
zag een lichtje branden in de verte en ging er met zijn broers
heen.
Het was een huisje en er deed een vrouw open. Hij vroeg of ze
mochten blijven slapen. Helaas antwoordde de vrouw :"hier
woont een reus die kinderen op eet". De kinderen waren
zo bang voor het bos dat ze vroegen of de vrouw hun wilde
verstoppen.
's Avonds kwam de reus thuis en zei:" ik ruik
kindervlees". Hij had de kinderen al snel gevonden. Zijn
vrouw zei:" bewaar ze toch voor morgen". Dat is goed
zei de reus, geef ze goed te eten dan worden ze lekker dik.
Toen het nacht werd en de reus eindelijk sliep maakte Klein
Duimpje zijn broers wakker en gingen ze er snel vandoor. Toen de
reus waker werd zag hij dat ze weg waren en vroeg hij aan zijn
vrouw de zevenmijlslaarzen. Hij liep razendsnel door het hele
land op zoek naar de zeven broers.
Toen hij wilde slapen op een rots hadden de kinderen zich daar
toevallig verstopt. Klein duimpje pakte vlug de zevenmijlslaarzen
en trok ze aan. Hij ging terug naar het huis van de vrouw en zei
"uw man is gevangen door dieven" geef goud en zilver en
u krijgt uw man terug. De vrouw gaf Klein Duimpje al het goud en
zilver dat ze had. Klein Duimpje nam alles mee naar zijn vader en
moeder en ze leefden nog lang en gelukkig.