RIDDERS
HOE WORD JE EEN RIDDER?
Ridder worden was niet makkelijk. Alleen als je van adel was kon je een ridder worden. Je moest een opleiding volgen die soms wel tien jaar duurde. Deze opleiding volgde je in een kasteel samen met andere jongens. Je trad dan als page (een soort dienaar) in dienst van de kasteelheer. Dan kreeg je klusjes zoals de kok helpen met de boodschappen en hij moest het eten rondbrengen. Maar een van de belangrijkste dingen was hoffelijkheid. Dat leerde je meestal van de vrouw van de ridder. (de jonkvrouw )
Op je veertiende werd je schildknaap van een ridder. Een schildknaap diende een ridder en vergezelde hem altijd, ook tijdens veldslagen. Ook droeg je zijn schild, vandaar de naam schildknaap. Je moest dan zijn paard verzorgen en zijn wapenuitrusting poetsen en repareren. Je leerde ook alles over de jacht en hoe je de honden en de haviken moest verzorgen. Maar je moest ook leren worstelen en met wapens leren vechten in plaats van oefenen wat je eerst deed. Als je dat allemaal kon mocht je mee op een veldslag.Als diploma kreeg je de ridderslag. Als page en schildknaap had je dan bewezen sterk, moedig, betrouwbaar en goedgemanierd te zijn.
Als een schildknaap de ridderslag verdiend had, kreeg hij een wit gewaad aan en moest hij de hele nacht bidden in een kapel. Dat heette de nachtwake. Hij moest wel wakker blijven want als hij in slaap zou vallen zou hij dat op het slagveld ook wel eens kunnen doen en was hij het ridder zijn niet waard. De volgende dag werd hij naar de kerk gebracht waar een edelman of een koning hem tot ridder zou slaan. (Het tot ridder slaan gebeurde met de platte kant van een zwaard op de schouder of op de achterkant van de rug). Hij zit als schildknaap en hij gaat staan als ridder!!
.gif)
Het ridderschap betekende voor een ridder dat hij zich aan een heleboel regels moest houden. Dit was niet verplicht maar de ridder dacht dat hij een betere ridder zou zijn als hij zich er wel hield. Je kan dit vergelijken met het "sportief" zijn in de sport.
HERALDIEK
Stel je voor, je bent aan het vechten en dan komt er een ridder aan van je eigen partij en hij herkent je nog net op tijd voor hij je wil vermoorden. Dit gebeurde bij de eerste ridders in de vroege middeleeuwen nog al eens. Het ging zelfs vaak fout. Daar hebben de ridders iets op bedacht. Ze beschilderden hun schild. De eerste schilden waren eigenlijk alleen maar een streep of een andere vorm met een gekleurde achtergrond. Maar ze werden steeds ingewikkelder en werden echt een familiewapen. Het herkennen van andere ridders door de tekening op het schild heet heraldiek.De voetsoldaten en de boogschutters kregen een kwast aan hun lans of boog. Vandaar de uitdrukking " een vreemde kwast "
Wanneer je trouwde met iemand uit een andere adelijke familie werden de beide tekeningen van de schilden gecombineerd. Bijvoorbeeld : Iemand met leeuwen op zijn schild trouwt met iemand die vogels in zijn familiewapen heeft. Het nieuwe schild zord dan met leeuwen en vogels. Het nieuwe familiewapen werd doorgegeven aan de zonen, die het weer doorgaven aan hun zonen.
In de loop van de middeleeuwen veranderden de wapens en de wapenuitrustingen van de ridders en de soldaten in West-Europa. De latere wapenuitrustingen leken nog wel veel op de eerste.
Kijk maar.
| 12de eeuwse ridders. | 14de eeuwse ridders. | ![]() |
| helm | helm | |
| hemd | harnas | |
| aparte pijpen | armplaten | |
| chausses | beenplaten | |
| fluweelkap (onder maliënkap) | fluweelkap (onder maliënkap) | |
| maliënkolder | maliënkolder | |
| maliënkap (onder helm) | maliënkap (onder helm) | |
| lang wapenkleed | wapens | |
| kniebroek | ||
| wapens |
Maar wat is nou een chausses of een maliënkolder ?
In de tijd 700- 1200 waren maliënkolders en chausses onmisbaar.Een maliënkolder was een soort jurkje van aan elkaar gehaakte ijzeren ringetjes (maliën). Vaak hoorde er ook een kap van maliën bij. De chausses was een lap van maliën maar met leren bandjes eraan. Die kon je over je broek heenbinden, het waren een soort beenstukken. Vanaf 1330 waren de harnassen helemaal van stalen plaatjes in plaats van een maliënkolder. Een harnas woog wel 25 tot 35 kilo. Dat gewicht was over het hele lichaam verdeeld. Het harnas zorgde ervoor dat je van een zwaardhouw tegen je rug of buik geen wond kreeg. Alleen een goed en krachtig geschoten pijl, geschoten met een kruisboog, ging er doorheen. Ze gingen dwars door et harnas heen ook al werden ze afgeschoten van wel 100 meter afstand.Voor de paarden waar de ridders opzaten liep het vaak minder goed af., die waren wel te doorboren met pijlen. Vandaar dat soldaten te voet vaak met speren en pijlen en bogen vochten tegen ridders en soldaten te paard (Cavalerie).
De ridders te paard vochten vaak met een lans en probeerden tegenstanders uit het zadel te stoten.Ook hadden ze vaak een zwaard. die werd meer als een hakwapen dan als een steekwapen gebruikt. je kon ermee op een vijandelijke soldateninhakken van bovenop je paard. De wapens en wapenuitrustingen werden door wapensmeden gemaakt.
Het
kanon ![]()
Het kanon werd uitgevonden in 1450. Italiaanse ridders die terug kwamen uit China vertelden de Italiaanse koning over een verschrikkelijk wapen dat in China was bedacht ( maar nog niet gemaakt ). De koning wilde dit nu zelf proberen te bouwen en liet zijn beste smeden er eentje maken. Er moesten wel drie kanonnen gemaakt worden voordat het lukte. De smeden waarschuwden de koning dat hij zou kunnen exploderen, maar de kning kon niet wachten en stak het kanon zelf af. Het kanon explodeerde en de koning overleefde het niet. Maar de smeden gingen door en na nog een aantal pogingen lukte het. Door de uitvinding van het kanon werd de waarde van het kasteel minder. Een voorbeeld : in 1464 werd kasteel Bamburgh met maar 2 kanonnen veroverd terwijl het een van de sterkste kastelen in Engeland was! . Na de uitvinding van het kanon volgde al snel de uitvinding van het geweer. Dit gebeurde rond 1490. Dit wapen was zo sterk dat een ridder er niet tegen gewapend was en het betekende dan ook het eind van de riddertijd.