Informatie voor de leerlingen........

Ik ben een meisje van dertien en ik word gepest.
Ik weet niet waarom en waarvoor.
Ik kan niet rekenen op de rest.
De hele klas doet mee, dus haat ik iedereen.
Ze weten niet wat ze doen, ik voel me zo alleen.
Pesten is geen spelletje,
het is dom en niet te vergeven.
Je moet eens weten wat je doet, je verpest zo iemands leven.
Wat voel je als je dit leest; medelijden, verdriet, angst. Zo voelt iemand die gepest wordt zich dagelijks.
Ken jij dit gevoel ook?
Misschien doordat je het zelf hebt meegemaakt of iemand in je omgeving.
Wat zou je allemaal kunnen doen in zo'n situatie?
Pesten is ook een vorm van zinloos geweld.
Je kent vast wel iemand die gepest wordt, of je hebt misschien zelf wel eens gepest.
Hier volgt een stukje uit het boek: "spijt" van Carry Slee, het pesten heeft hierin vergaande gevolgen.
Jochem voelt zich niet erg gelukkig in de tweede klas. Hij is het mikpunt van getreiter. David doet er niet aan mee, maar hij durft er niets van te zeggen. Op een ochtend krijgen ze van de rector te horen dat Jochem na de klassenavond niet is thuisgekomen. David voelt zich schuldig. Waarom heeft hij zijn mond ook nooit opengedaan? Samen met een vriendin gaat hij Jochem zoeken om te zeggen dat het hem spijt.
Als ze Jochem niet zien, zetten ze hun handen aan hun mond. "Jochem!" roepen ze over het water. Terwijl ze voortdurend zijn naam roepen, zoeken ze de omgeving af. Overal waar Nienke ooit met Jochem is geweest, kijken ze. Ze slaan geen plekje over. Na een tijdje kijkt Nienke Jochem wanhopig aan. "Hij is hier echt niet." We kunnen naar zijn huis bellen, zegt David. "Misschien weten zijn ouders inmiddels meer." "Laten we maar gaan. Deze kant op, dan hoeven we niet helemaal om te lopen." "Jochem!" roept Nienke nog een keer en ze tuurt over het water. Dan pakt ze Davids hand. "Daar......!" haar stem klinkt hees en haar gezicht is spierwit. Ze wijst naar het water. "Daar drijft Jochems tas........" David weet niet wat er gebeurt. Hij voelt een enorme paniek opkomen. Hij schreeuwt om hulp en roept Jochems naam. En Nienke kan alleen maar huilen. David durft het gevoel niet toe te laten. Hij wil dat Jochem uit de struiken komt. Dat ze alles goed kunnen maken wat ze hem hebben aangedaan. Hij weet niet hoelang ze daar staan, klappertandend in de ijzige stilte. De stilte die hen doodsbang maakt en waar ze niet voor kunnen wegrennen. Die Nienke de beperkingen van haar vriendschap laat zien en die David aan zijn eigen fout op het klassenfeest herinnert. Een fout die hij misschien nooit kan herstellen. Nooit meer.
Kenmerken van de pester:
Pesten komt vaak voort uit onzeker gedrag. Je ziet vaak dat pesters zich onveilig of niet op hun gemak voelen en daardoor hun frustraties omzetten in agressie tegen andere leerlingen. Sommige pesters zijn in het verleden zelf gepest.
Andere leerlingen willen graag bij de groep horen en vinden het stoer om mee te pesten.
Kenmerken van de "zondebok":
De zondebok heeft vaak een negatief zelfbeeld, ziet zichzelf als waardeloos en onaantrekkelijk en dit maakt hem kwetsbaar.
Als hij gepest wordt, gaat hij zich terugtrekken en voelt zich alleen. De andere kinderen pesten vaak mee, omdat zij bang zijn om zelf gepest te worden.
Het slachtoffer durft dan niet meer naar buiten te komen.
De pester is vaak in staat om het slachtoffer de mond te snoeren door middel van dreigementen.
Verder is hij ook bang om niet geloofd te worden door de leerkracht of de ouders.
Gevolgen van pesten zijn:
Veel slachtoffers beschouwen de periode waarin zij gepest werden als een zwarte periode in hun leven. Maar ook lang na deze periode, blijft de ervaring onuitwisbaar.
Veel mensen hebben hulp nodig om er weer bovenop te komen en anderen lukt dat nooit. Ze zullen zich altijd onzeker voelen in latere beroepen en in contacten met andere mensen.
Hier volgen enkele voorbeelden van zinloosgeweld.
| Vlaardingen, 7 januari 2000 Daniel van Cotthem |
| Vrijdagavond. De 17-jarige Daniel van Cotthem brengt zijn vriendin naar het station Vlaardingen-Oost. Samen lopen ze over het perron. Een groepje jongeren komt hen tegemoet. Er vallen enkele harde woorden, waarna een van de jongeren Daniel zonder enige aanleiding een klap op het hoofd geeft. |
| Door Jaap Bartelds Aanvankelijk lijkt het incident met een sisser af te lopen. Eenmaal thuis doet Daniel verslag van zijn nare ontmoeting, waarop zijn vader hem adviseert aangifte te doen. Nog diezelfde avond wordt de politie op de hoogte gesteld. De volgende ochtend wordt Daniel bewusteloos in zijn bed gevonden. In het Academisch Ziekenhuis Rotterdam constateren artsen dat de jongen hersenletsel heeft. Zondagmiddag overlijdt hij aan de gevolgen van de klap. Die zondagavond houdt de politie drie mannen van 23 jaar uit Maassluis en een 16-jarig meisje uit Rozenburg aan. De vier bekennen tijdens het incident in het station te zijn geweest. Ook blijkt dat de groep jongeren die Daniel de vrijdag ervoor heeft aangevallen uit zeven tot tien personen bestaat. |
| Leeuwarden, 13
september 1997 Meindert Tjoelker |
| [VIANEN]
- Het is vrijdagnacht, 13 september 1997. Tjoelker
viert met een aantal vrienden zijn vrijgezellenavond in
Leeuwarden. Rond een uur of half drie loopt hij met zijn
vriendin en twee andere stellen over de Nieuwstad in het
centrum. Het zestal stuit op een groep jongens, die luid
schreeuwend een aantal fietsen in de gracht smijten. Door Jaap Bartelds |
| Een opmerking van
Tjoelkers vrienden over het wangedrag van het kwartet is
genoeg om ze op te hitsen. De vier stormen vanaf de
andere kant van de gracht af op Meindert en zijn
vrienden. Ze schoppen en slaan er als wilden op los.
Tjoelker moet het zwaar ontgelden. Hij wordt vele malen
tegen zijn hoofd getrapt. Na de vechtpartij vertrekken de
oproerkraaiers doodgemoedereerd naar een shoarmatent. Terwijl zijn vrienden eraf komen met lichte kneuzingen, bezwijkt Tjoelker enkele uren later in het Medisch Centrum Leeuwarden aan zijn verwondingen. Leeuwarden dompelt zich in een diepe rouw. Het nieuws dat iemand zonder enige reden is doodgetrapt slaat in als een bom. Nederland reageert woedend en vol onbegrip. |
| Amsterdam, 17 augustus
1996 Joes Kloppenburg |
| [VIANEN] - Het is
vrijdagavond, 16 augustus 1996. Amsterdam maakt zich op
om zich in het uitgaansleven te storten. Zo ook Joes
Kloppenburg en zijn vrienden. De stemming zit er goed in
als het gezelschap zich zaterdagmorgen vanuit
studentenkroeg De Schutter weer op straat begeeft. Aan
het einde van de straat, bij de patatzaak, klinkt
geschreeuw. Een argeloze zwerver wordt in elkaar getrapt.
Maar blijkbaar is dat niet genoeg. Het agressieve
viertal, onder invloed van drank gaat op zoek naar een
tweede slachtoffer. Een man die net een patatje heeft
gehaald. Door Miriam Bovendeerd |
| Joes Kloppenburg en zijn
vrienden reageren onmiddellijk. "Moet dat
nou?", is hun reactie. Het viertal is afgeleid en
vindt al snel een nieuwe prooi. Joes Kloppenburg probeert
nog weg te rennen, maar als het viertal hem te pakken
heeft, trappen ze hem bewusteloos. Een vriend probeert
nog eerste hulp verlenen, nadat er verscheidene malen
flink tegen het hoofd van Joes is getrapt. Er wordt later
gesproken van professionele karatetrappen. Wat overigens
tot in de rechtbank met klem door de dader wordt ontkend. Joes Kloppenburg wordt in coma naar het ziekenhuis gebracht. Maar alle hulp blijkt tevergeefs. Joes Kloppenburg overlijdt dezelfde dag nog. Hij liet willekeurig geweld niet zomaar over zijn kant gaan. Hij stond er tegen op, stond paraat voor zijn medemens. Hij werd doodgeschopt. Na een gezellige avond met vrienden kwam er een bruut einde aan zijn leven. |