Eigenlijk hoef je alleen maar naar mij te kijken hoe een mooie heks eruit ziet, hihihi...
Toch zal ik jullie meer vertellen over hoe een heks eruit ziet.
Dit is handige informatie voor als je een keer op heksenjacht gaat...

 

Hoe zit een heks eruit?

 

Een heks is bijna altijd een lelijke, oude vrouw. Ze heeft lang zwart of grijs haar. Ongekamd natuurlijk. Ze is heel mager en loopt krom. Haar kin is puntig en er zit een wrat op haar neus. Met haar rode ogen kan ze niet goed zien. Een heks draagt zwarte versleten kleren en ze heeft een punthoed op. Er is altijd een zwarte kat bij de heks in de buurt. Die kat heeft lichtgevende ogen. Anders is het geen heksenkat. Ook uilen, padden en vleermuizen zijn graag bij haar. Dat vonden mensen vroeger enge dieren.

Onder haar mantel draagt de heks een riem. Daar hangt een mes aan. Het mes snijdt aan twee kanten. Aan de riem hangen ook zakjes met kruiden, botten en flesjes met toverdrank. Een heks rijdt nooit op een paard of in een koets. Ze vliegt door de lucht op een bezemsteel. En als ze thuis is, maakt ze toverdranken in een grote ketel. Die hangt boven het vuur. In het huis staan de planken en kasten vol met allerlei geheimzinnige dingen. Je zier er tussen de spinnenwebben grote stapels toverboeken. En er staan wel honderd potjes en flesjes met gebrande drakestaart, giftige paddestoelen, doodskopkruid en bereklauw. Een heks heeft ook vaak een oven in huis. Daar braadt ze haar lievelingskostje in: kinderen! Wat een griezel is die heks!

Zo wordt een heks altijd beschreven in sprookjes. Denk bijvoorbeeld aan het sprookje van Hans en Grietje.

 

 

Maar vroeger hoefde je er niet zo uit te zien om ook een heks te zijn. Hekserij is al heel oud en bestond al lang. Voordat de eerste sprookjes verteld werden. Die oude heksen leken helemaal niet op de boze heks uit de sprookjes.

Heksen zijn ook niet altijd slecht geweest. Heel lang geleden betekende het woord 'heks' oude, wijze vrouw. In elke streek woonde wel zo'n oude, wijze vrouw. Ze wist heel veel van de natuur. Veel meer dan andere mensen. Meestal woonde de heks in de buurt van een bos, waar ze zocht naar bessen, kruiden of paddestoelen. Ook wist ze dat sommige planten zieke mensen kon genezen. Als mensen ziek waren gingen ze naar een heks toe. Die maakte dan een kruidendrankje of een zalfje. Zo hielp ze de mensen. In die tijd was 'heks' dus een heel gewoon woord.

Later veranderde dat. Er was soms veel honger, armoede en oorlog. Of er heerste een vreselijke ziekte. Een ziekte waar niemand iets aan kon doen. Mensen wilden iemand de schuld geven van die narigheid. Ze geloofden dat er een duivel was, een boze geest. En ze dachten dat er mensen waren die de duivel hielpen. Mensen die dingen wisten, die gewone mensen niet wisten. Steeds vaker kregen die oude, wijze vrouwen de schuld. En zo kwam de boze heks in de wereld.

De mensen werden bang van heksen. Zelfs zo bang dat ze er niks mee te maken wilden hebben. Mensen begonnen heksen te vervolgen. De zogenaamde heksenvervolging.

 

 

Vlieg met me mee naar de volgende pagina!
Klik op de bezem...