Christendom

| | Geschiedenis | Wat geloven ze | Hoe leven ze | Extraatje | |



De geschiedenis

Het christendom is ontstaan tijdens het leven van Jezus.
Meer dan honderden jaren voordat Jezus werd geboren voorspelden enkele profeten al Zijn komst. Ze voorspelden dat er een bijzonder persoon op aarde zou komen die heel erg goed zou zijn voor iedereen en die veranderingen zou brengen.
Het Joodse volk wachtte op die persoon maar toen Jezus werd geboren vonden ze dat hij niet DE belangrijke persoon was die de profeten bedoelden. Andere Joden zeiden dat die Jezus dat wel was en volgden Hem.
Door deze verschillende meningen is het christendom ontstaan. De Joden die dachten dat Jezus niet de belangrijke persoon was heten nu nog steeds de Joden. Mensen die vinden dat Hij wel de persoon was die de profeten voorspelden noemen we nu de christenen.
De vader van Jezus is zoals velen wel weten: God. Ook wordt wel eens verteld dat Maria en Jozef de vader en moeder zijn, dat is ook waar. Maria was zwanger van Jezus maar dat kwam niet door Jozef, God had er namelijk voor gezorgd dat Maria zwanger werd, door de Heilige Geest. Dus in zijn leven is Jezus opgevoed door Jozef, daarom noemen dus Jozef ook wel eens de vader van Jezus.

G


Hoe leven ze

Er zijn verschillen in hoe christenen leven net als bij andere godsdiensten. Misschien ben jij ook wel een christen, probeer maar eens na te gaan wat je allemaal doet wat met je geloof te maken heeft.
Als je geen christen bent zullen we je uitleggen hoe Christenen leven.
Het is de bedoeling dat christenen elke zondag naar de kerk gaan. Daar wordt voorgelezen uit de bijbel en krijgen ze een hostie. Dit is een stukje brood dat tijdens de kerkviering eigenlijk verandert in het lichaam van Christus.
Verder staat er in de bijbel heel duidelijk dat je God moet liefhebben en dat je je naaste moet liefhebben. Je moet dus eigenlijk laten zien in je gedrag dat je een goed christen bent. Deze twee 'regeltjes' zijn voor een christen heel belangrijk.

Christenen vasten in de tijd tussen carnaval en Pasen, deze vastentijd duurt veertig dagen en in die tijd eten sommigen geen vlees en anderen eten geen lekkere dingen. Dit vasten doen de Christenen omdat Jezus in die tijd ook veertig dagen in de woestijn heeft moeten vasten. Verder is het een tijd waar je nog eens extra moet nadenken over hoe je leeft. Ga je wel goed om met je medemens? Of kan ik misschien nog wat extra's doen?
Met kerst maken ze onder de kerstboom een kerststalletje met daarin het stalletje in een kribbe kindje Jezus en daar omheen Jozef, Maria, de drie koningen en herders met hun schapen. Boven de kribbe hangt de engel Gabriël.

De christenen kennen de tien geboden. Dit zijn eigenlijk 10 leefregeltjes waar ze zich aan moeten houden, bijvoorbeeld dat je geen mensen moet doden, en dat je God moet liefhebben, dat je niet mag stelen.
Of elk christen zich aan deze levensvoorschriften houdt is voor ieder een eigen keuze. Niemand kan ze verplichten om precies zo te leven.

G

 


Wat geloven ze

Christenen geloven in God. Ze geloven ook in een hemel en dat Jezus de zoon van God is. Volgens Christenen is Jezus de belangrijke persoon (Messias) die profeten hadden voorspeld. Jezus is geboren in Bethlehem in een kribbe in een stal tussen dieren. Op het moment dat Jezus geboren werd kwam er een grote heldere ster aan de hemel te staan die de drie koningen en herders de weg wezen naar de stal.
Christenen geloven in een hiernamaals (als je dood gaat, dat je dan verder leeft) in de hemel. Maar hoe die er uitziet en waar de hemel is weet niemand. Maar je kunt eigenlijk alleen maar naar de hemel als je goed leeft zonder mensen pijn te doen. Jezus heeft eigenlijk het voorbeeld gegeven hoe je goed moet leven.

Met Pasen is Jezus aan het kruis gestorven. Hij heeft in zijn leven veel moeten lijden. In de kerk zie je altijd wel een kruis waar Jezus aanhangt met een doornenkroon om zijn hoofd. Na zijn overlijden is hij drie dagen later verrezen. Hij leefde weer en heeft nog veel mensen kunnen helpen. Ieder jaar wordt het paasfeest weer gevierd.
 

G


Een leuk extraatje - Laat een schaap groeien.

In het kerstverhaal komen veel schapen voor. Misschien is het leuk om zelf een schaap te maken. Hieronder staat hoe je een leuk schaap maakt, die je ook nog kunt op eten.

Je hebt nodig:
- waterkers-zaad.
- een bord.
- een stuk keukenpapier of vloeipapier.
Wat doe je:
1. Knip een schaapje uit het keukenpapier of met vloeipapier. Je kunt de kop eventueel zwart kleuren.
2. Leg de tekening op het bord. Maak het lijf van het schaap vochtig.
3. Strooi het waterkers-zaad voorzichtig op het lijf van het schaap.
4. Wacht tot je schaapje een vachtje van waterkers krijgt in plaats van wol! (je moet er wel voor zorgen dat het papier vochtig blijft).
5. 'Scheer' je schaapje. Was de 'wol' en eet het op!
   

 

G