Op 12 juni 1929 werd Anne Frank geboren in de Duitse stad Frankfurt am Main. De volgende dag maakte haar vader Otto Frank deze foto.

Op deze foto zie je Anne als baby. Ze werd geboren in het ziekenhuis. Daar werd deze foto ook gemaakt. Nadat Anne uit het ziekenhuis kwam, woonde ze in een huis op de Marbachweg 307. Daar woonde ze samen met Otto (haar vader), Edith (haar moeder), en haar zus Margot. Ze woonden op de eerste twee verdiepingen aan de rechterkant.
Toen Anne werd geboren waren haar ouders 4 jaar getrouwd. Haar ouders zijn op 12 mei 1925 getrouwd in de Synagoge van Aken. Otto was toen 36 jaar oud, en Edith 25 jaar.
Otto Frank is in 1889 in Frankfurt am Main geboren. Edith is in Aken geboren, dat ligt vlakbij de Nederlandse grens. Eerst woonden Otto en Edith in het huis van Ottos moeder. In 1927 verhuisden ze naar het huis aan de Marbachweg. Margot is op 16 februari 1926 geboren. Zij was dus 4 jaar ouder dan Anne.
Hier zie je het huis waar ze woonden.

Zodra Anne kon lopen speelde ze mee. Ruim een jaar later, in september 1930, staat Anne ook op een foto. Ze is de derde van links, met het hoedje. Margot zit als derde van rechts.

De kinderen in de buurt hadden niet allemaal dezelfde achtergrond. Sommigen waren katholiek, anderen waren protestants of joods. De familie Frank was liberaal-joods. Dat wil zeggen dat ze zich verbonden voelden met de tradities van de joodse godsdienst, maar niet streng gelovig waren. De familie Frank was Duits, sprak Duits en las boeken in het Duits.
Eind maart 1931 verhuisde de familie Frank. Ze gingen wonen in de Ganghoferstrasse 24. Daar was het voor de kinderen mooier en gezonder! Ze wilden graag een huis met een tuin waar Anne en Margot dan in konden spelen. Aan de Marbachweg 307 hadden ze alleen maar een klein balkon, waar ze in de zomer op konden zitten.
In 1933 gaan Edith, Margot en Anne logeren bij de moeder van Edith in Aken. Ze woonden niet meer in Frankfurt am Main. De familie Frank had besloten om Duitsland te verlaten. Want er werden door Hitler steeds meer maatregelen tegen joden genomen. De joden in Duitsland waren bang voor de toekomst. De familie Frank was van plan om naar Nederland te verhuizen. Otto Frank had het aanbod gekregen om in Amsterdam een nieuw bedrijf te beginnen.
Anne's andere oma, de moeder van Otto, vertrok in 1933 ook uit Duitsland. Zij ging naar Zwitserland. Daar woonde familie van haar. In de herfst van 1933 vond Otto Frank een geschikte woning in Amsterdam; de tweede etage van een huis aan het Merwedeplein. Het was in een nieuwbouwbuurt. Ook het huis van de familie Frank was nieuw. Edith en Margot gingen in december naar Amsterdam. Anne bleef nog een tijdje bij haar oma logeren tot het huis helemaal was ingericht. In hun buurt woonden meer joden die uit Duitsland waren gevlucht. In dit huis zouden ze wonen totdat ze later moesten onderduiken.
Sinds 1934 ging Anne naar school. Eerst zat ze twee jaar in de kleuterklas van de Montessorischool. Die school was vlakbij het Merwedeplein. Ook Margot ging naar deze school.
Op deze foto zit Anne in de klas van meneer van Gelder. Ze is zeven jaar en kan al aardig lezen en schrijven.

Zodra Anne en Margot konden schrijven ging er post naar het buitenland. Bij verjaardagen en andere gebeurtenissen stuurden ze een kaart of briefje naar hun familie. Maar ook schreven ze aan hun vroegere buurmeisje in Frankfurt am Main en aan Kathi, die hun huishoudelijke hulp was.
Dit is een kaart die Anne in 1937 stuurt aan haar oude buurmeisje Gertrud. Anne is dan op bezoek bij haar oma in Aken. Dat Gertrud geen Nederlands kent, vergeet Anne niet. Ze schrijft: 'Deine Anne' ('je Anne')

In 1933 is Otto Frank begonnen met zijn nieuwe bedrijf. Het bedrijf heet Opekta Werke en verkoopt pectine. Pectine is een vruchtenpoeder dat je nodig hebt als je zelf jam wilt maken. Veel mensen doen dat omdat het veel goedkoper en lekkerder is dan jam uit de winkel.

Op deze foto zie je Miep en Otto Frank. Miep werkt bij Otto op kantoor. Er ontstaat een vriendschap tussen Miep en de familie Frank. Regelmatig gaat Miep met haar verloofde Jan Gies bij de Franks op bezoek. Miep en Otto praten veel over wat er allemaal in Duitsland gebeurt. Ook Miep is fel tegen Hitler en de nazi's.

Anne ging wel eens op bezoek bij het bedrijf van haar vader. Hier staat ze op de stoep voor het kantoor. Met Miep praatte ze vaak over films, want Anne was dol op films en filmsterren.

Dit is het paspoort van Oma Hollander. Oma Hollander uit Aken kwam in maart 1939 bij de familie Frank wonen. In Duitsland was de situatie voor joden bijna ondraaglijk geworden. De haat en het geweld tegen de joden waren groot. Het is een wonder dat oma Hollander in Nederland werd toegelaten. Veel joodse vluchtelingen werden aan de grens teruggestuurd. Oma was ziek en zwak en lag vaak op bed.

Bijna ieder jaar ging de familie Frank naar de fotograaf om een fotovel met allemaal verschillende pasfoto's te laten maken. Op één vel staan tientallen foto's. Dit zijn een paar losse foto's. (v.l.n.r. mei 1935, december 1935, 1939, 1940) Later gebruikt ze deze fotootjes om haar dagboek te versieren.
Margot was rustiger dan Anne en luisterde beter naar haar ouders. Ze hield haar kleren netjes, in tegenstelling tot Anne. Daarom werd Margot's gedrag Anne vaak als voorbeeld voorgehouden. Soms was Anne jaloers op Margot omdat ze zo goed kon leren. Maar ook omdat sommige mensen zeiden dat van de twee meisjes Margot het mooist en het meest intelligent was.

Deze foto van Anne is ergens op straat genomen, in 1939. Anne hield van lachen, geschiedenis, filmsterren, Griekse mythologie, schrijven, katten, honden en jongens. Ze had een hele kring van vrienden en vriendinnen. Anne ging graag naar feestjes en naar de ijswinkel "Oase" in de buurt. Elke dag fietste ze naar school, waar ze veel kletste. En daarvoor kreeg ze regelmatig strafwerk.

Een jaar later, het is zomer 1940. Anne zit op het platje aan de achterkant van hun huis. Hier zat Anne vaak te lezen als het mooi weer was. Het land was bezet. Er was nog niet erg veel van te merken, behalve dat er vreemde soldaten door de straten liepen. Maar die gedroegen zich meestal keurig. In het geheim werden er allerlei maatregelen tegen de joden voorbereidt, maar niemand wist daar nog iets van.
Op 1 december 1940 verhuisde het bedrijf van Otto Frank naar een ander pand: Prinsengracht 263.

Op de foto uit 1941 staat het kantoorpersoneel. Links vooraan zit Victor Kugler, naast hem Bep Voskuijl en rechts zit Miep Santrouschitz. Op de achtergrond staat Esther en zit Pine. Zij beiden zullen nog maar kort op kantoor blijven werken. Nederland is nu een half jaar door de Duitsers bezet. Otto wist hoe het in Duitsland was gegaan. Daarmochten de joden al snel geen bedrijf meer hebben . Zo zal het in Nederland ook gaan. Daarom deed hij zijn bedrijf over aan Victor Kugler en Johannes Kleiman. Het bedrijf kreeg in 1941 ook een nieuwe naam: Handelsvereniging Gies & Co.

Anne op de Montessorischool in 1941. Dit was haar laatste jaar op de basisschool. Na de zomervakantie van 1941 kregen joodse kinderen te horen dat ze niet meer naar de school van hun keuze mochten. Joden moesten voortaan naar een joodse school, met alleen joodse leerkrachten, afgezonderd van hun niet-joodse leeftijdgenoten. Anne en Margot gingen toen naar het Joods Lyceum. Maar daar bleef het niet bij. In haar dagboek schreef Anne later: Jodenwet volgde op jodenwet en onze vrijheid werd zeer beknot. Joden moeten een jodenster dragen; joden moeten hun fietsen afgeven; joden mogen niet in de tram; joden mogen niet in een auto, ook niet in een particuliere; joden mogen alleen van 15.00 - 17.00 uur boodschappen doen; joden mogen alleen maar naar een joodse kapper; joden mogen vanaf 20.00 's avonds tot 6.00 uur 's ochtends niet op straat; (...). Zo ging ons leventje door en we mochten dit niet en dat niet. Jacques zegt altijd tegen me: Ík durf niets meer te doen, want ik ben bang dat het niet mag'.

Op 16 Juli 1941 trouwden Miep en Jan Gies. Ook de familie Frank was voor de trouwerij uitgenodigd. Otto en Anne lopen hier tussen de andere bruiloftsgasten. Edith Frank was thuisgebleven omdat oma Hollander erg ziek was. Oma zal niet lang meer leven. Anne schreef: In de zomer van 1941 werd oma heel ziek. Ze moest geopereerd worden en van mijn verjaardag kwam niet veel. (.....) Oma stierf in januari 1942. Niemand weet hoeveel ik aan haar denk en nog van haar houd.

Dit is misschien wel de laatste foto die van Anne Frank gemaakt is. Het was in 1942 voor joden weliswaar verboden om foto's te maken, maar niet om gefotografeerd te worden. tijdens de onderduikperiode zijn er geen foto's gemaakt. Iedereen had toen wel iets anders aan zijn hoofd.

Op 6 Juli 1942, 's-morgens in alle vroegte, verliet de familie Frank het huis aan het Merwedeplein. Acht jaar lang hebben ze daar gewoond. De meeste spullen moesten ze achterlaten. Ook de poes Moortje. Anne schreef: (...) niemand weet hoeveel ik aan haar denk; altijd als ik aan haar denk, krijg ik er tranen van in mijn ogen. (12 Juli 1942)
De familie Frank liep van het Merwedeplein naar het Achterhuis aan de Prinsengracht. Margot die met Miep op de fiets al eerder vertrokken wqs, had dus een risico genomen. Anne en haar ouders liepen de ongeveer vier kilometer naar de Prinsengracht.
De
onderduikers waren volledig afhankelijk van hun helpers. Alle
helpers werkten op het kantoor en waren de naaste medewerkers van
Otto Frank. Van links naar rechts: Miep Gies, Johannes Kleiman,
Otto Frank, Victor Kugler en Bep Voskuijl.
De rest van de tijd in het Achterhuis kun je lezen onder het kopje; 'het Achterhuis'.
Na bijna twee jaar in het Achterhuis te hebben gezeten kwamen de Duitsers erachter dat Anne en haar familie en de andere onderduikers zich verscholen in het Achterhuis. Hier lees je er meer over.
Het is een mooie, warme zomerdag. Zoals gewoonlijk gaat Otto Frank 's-morgens naar de kamer van Peter om hem Engelse les te geven. Het is een dag zoals alle andere. Meneer Frank kijkt op zijn horloge. Het is bijna half elf. Hij wil beginnen. Op dat moment heft Peter zijn hand op. Hij kijkt geschrokken. Van beneden komt het geluid, vreemde mannenstemmen, schreeuwende, bedreigende stemmen....... Enkele minuten daarvoor zijn vijf mannen plotseling het kantoorgebouw binnengekomen. Een van hen is in het uniform van de Duitse politie. De anderen zijn in burgerkleren. Waarschijnlijk zijn het Nederlandse nazi's. Miep, Bep, Johannes Kleiman en Victor Kugler zijn in het kantoor. De mannen weten alles. Victor Kugler moet meekomen. Ze gaan naar boven. Bij de boekenkast trekken de mannen hun revolver. De kast wordt opengemaakt en ze gaan naar binnen. Even later komt een van de Nederlandse nazi's de kamer van Peter binnen met een getrokken pistool. Otto en Peter gaan naar beneden. Daar zien ze alle andere onderduikers, ook Annen en Margot, met de handen omhoog staan. Op een korte, afgebeten toon vraagt Karl Silberbauer, want zo heet de agent, om geld en sieraden. Hij pakt een aktetas en schudt die leeg op de grond. Het zijn de dagboekpapieren van Anne. Het geld en de sieraden stopt hij in die tas. Karl Silberbauer gelooft niet dat de onderduikers ruim twee jaar lang in het achterhuis verstopt hebben gezeten. Dan wijst Otto Frank hem op de groeistreepjes van Anne op de muur.

Hier zie je Karl Silberbauer die de onderduikers heeft gearresteerd.
De acht onderduikers werden op 4 Augustus 1944 in een gesloten vrachtwagen naar het bureau van de Duitse politie gebracht. Dat is gevestigd in twee schoolgebouwen die de Duitsers in beslag hadden genomen. De dag na hun arrestatie werden de onderduikers overgebracht naar een ander gebouw en daarin een cel gestopt.
De onderduikers mochten ook nog wat kleren inpakken. Daarna werden ze in een vrachtauto naar een gebouw van de Duitse politie gebracht. Ook Victor Kugler en Johannes Kleiman werden gearresteerd en meegenomen. Later werden ze in een kamp opgesloten. Ze zullen het beiden overleven. Het wordt stil op de Prinsengracht. Miep en Bep zijn niet meegenomen. Ze zijn bang dat de mannen elk moment terugkomen om hen te arresteren. Aan het eind van de middag gingen ze naar boven samen met Jan Gies en Van Maaren, de magazijnknecht. Ze gingen het Achterhuis binnen. Daar was het een grote chaos. Op de grond zagen ze de dagboekpapieren van Anne. Die namen ze mee naar beneden, samen met andere papieren en boeken. Ook de fotoboeken van de familie Frank zaten daarbij. De dagboekpapieren stopte Miep in een la van haar bureau en deed deze op slot. Ongeveer een week later werd het hele Achterhuis in opdracht van de Duitsers leeggehaald. Het is altijd een raadsel gebleven wie de onderduikers aan de Duitsers verraden heeft. De onderduikers zaten vier dagen in een cel. Op 8 augustus werden ze overgebracht naar het kamp Westerbork. De hele maand augustus bleven ze daar in de zogenaamde strafbarak. Ze zijn 'strafgevangenen' omdat ze zichzelf niet hadden gemeld, maar als onderduikers waren opgepakt.
Op 3 september 1944 gingen de onderduikers samen met ruim duizend anderen met het laatste treintransport naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Drie dagen lang zaten ze met ongeveer zeventig anderen in een goederenwagon. In de nacht van 5 op 6 september kwamen ze in Auschwitz aan. Daar werd ruim de helft van alle mensen nog dezelfde dag vermoord. Onder hen waren bijna alle kinderen beneden de vijftien jaar. Anne ontkwam hieraan, ze was net vijftien geworden. De mannen werden van de vrouwen gescheiden. De meesten zouden elkaar nooit weer zien. De vrouwen moesten naar het vrouwenkampin Birkenau lopen. Edith Frank en haar beide dochters bleven bij elkaar. Mevrouw Van Pels (Van Daan) ging ook naar dat vrouwenkamp. Otto Frank, Peter van Pels (Van Daan) en Fritz Pfeffer (Albert Dussel) gingen naar het mannenkamp. De omstandigheden in Auschwitz waren vreselijk. De gevangenen kregen bijna niets te eten. Dagelijks stierven grote aantallen mensen door ondervoeding en ziekte. Medicijnen waren er niet. Elke dag werden er mensen zonder aanleiding door de bewakers doodgeslagen. Ook werden er elke dag weer nieuwe groepen gevangenen vergast. Niemand was zijn leven zeker. Elke dag kon de laatste zijn. Hermann van Pels werd na een paar weken in Auschwitz vergast. Fritz Pfeffer kwam in het concentratiekamp Neuengamme terecht. Hij stierf daar op 20 december 1944. De Russische legers naderden uit het oosten en de andere geallieerde legers uit het westen. De Duitsers wisten dat ze de oorlog verloren hadden. Ze wilden de sporen van hun misdaden zoveel mogelijk uitwissen. Veel kampen werden ontruimd en afgebroken. Soms schoten ze de gevangenen dood en begroeven hen in massagraven. Er werden ook veel gevangenen overgebracht naar andere concentratiekampen, die verder weg lagen van het front.
Hieronder zie je de namenlijst van het laatste transport van Westerbork naar Auschwitz staat ook de familie Frank.

Eind oktober 1944 moesten Anne en Margot hun moeder achterlaten. De twee meisjes werden, net als mevrouw Van Pels, naar het concentratiekamp Bergen-Belsen overgebracht. Ook daar waren de omstandigheden onvoorstelbaar. Het was ijzig koud, er was bijna niets te eten, het kamp was overvol en er heersten besmettelijke ziekten. Edith Frank leefde nog twee maanden in Auschwitz. Op 6 januari 1945 stierf zij. Peter Van Pels werd op 16 januari, net als de meeste andere gevangenen, uit Auschwitz weggevoerd door de SS-bewakers. Dat was tien dagen voordat het Russcische leger Auschwitz bevrijdde. Op 5 mei 1945 stierf hij in het kamp Mauthausen in Oostenrijk. Mevrouw Van Pels bleef maar kort in Bergen-Belsen. Ze kwam via Buchenwald in Theresienstadt terecht. Ze overleed daar in het voorjaar van 1945. Margot en Anne probeerden in Bergen-Belsen te overleven. Met een groot aantal andere vrouwen sliepen ze in een overvolle, onverwarmde barak. Enkele vrouwen die het kamp hadden overleefd, hadden Anne en Margot daar gezien en gesproken. 'En daar heb ik dan weer Anne en haar zus Margot ontmoet. (...) Ze waren onherkenbaar, doordat hun haren waren afgeknipt en ze hadden het koud.'(Mevrouw Van Amerongen-Frankfoorder)
Deze foto's van Bergen-Belsen zijn vlak na de bevrijding gemaakt.



In maart 1945 stierf Margot. Enkele dagen erna overleed ook Anne. Een paar weken later, in april, werd het kamp door de Engelsen bevrijd.

Otto Frank was de enige van de onderduikers die de oorlog had overleeft. Hij was nog in Auschwitz toen de Russen het kamp op 27 januari 1945 bevrijdden. Hij wilde terug naar Amsterdam, maar in Nederland was het nog oorlog. Op 5 maart 1945 begon Otto aan de lange terugreis naar Amsterdam. De Russen brachten hem, samen met anderen, naar de havenplaats Odessa aan de Zwarte Zee. Van Odessa ging hij per schip naar Marseille, in Frankrijk; vandaar ging hij per trein en vrachtauto naar Amsterdam.

Otto Frank ging bij Miep en Jan Gies wonen. Deze foto is genomen in 1951. In 1952 verhuisde Otto naar Basel. Een jaar later trouwde hij met Elfriede Geiringer.