![]()
De heksenvervolgingen speelden zich af in de 15de 16de en 17de eeuw. Een heks
was in het volksgeloof een vrouw die in contact treedt met boze machten, en
van deze bepaalde krachten ontvangt waarmee zij mensen en dieren kan betoveren
of schade kan aanbrengen. Het geloof aan heksen komt in de gehele wereld en
in alle tijden voor en wordt in alle wereldgodsdiensten aangetroffen. In het
christelijk volksgeloof hield dat in dat heksen in verbinding stonden met de
duivel. Als men van iemand zei dat zij het boze oog zou dragen, betekende dat,
dat zij een Heks was. Vroeger dachten de mensen dat heksen met hun ogen ellende
konden veroorzaken. Vandaar het boze oog. Toch waren het gewone mensen die werden
verdacht en vermoord.
Schuldigen
Vrouwen werden er meestal van beschuldigd om een heks te zijn. De redenen die
mensen vaak aandroegen waren, oogsten die mislukten, door geheimzinnige ziektes
stierven vele mensen, anderen kwamen om door honger of gewoon door ellende.
Ze moesten iemand de schuld geven. Dat was nog geen ramp voor de vrouwen. Maar
achteraf werd er gezegd dat de duivel in vrouwen zou kruipen. Ze moesten iemand
de schuld geven en dat was de duivel. De duivel kroop alleen in vrouwen want
die zouden niet deugen.
Roermond
In Roermond zou een opperheks wonen, dat dacht men toen, de vrouw heette Trijntje
van Sittard. Ze zou haar 12-jarige dochter de duivelskunsten geleerd hebben.
Toen het meisje met haar vriendinnen op straat aan het spelen was, liet ze aan
haar vriendinnen haar duivelkunsten zien. Ze zou spijkers, spelden, stenen en
naalden spugen tegelijk. Ze werd naar de rechtbank gebracht. Ze wilden weten
van wie ze dat had geleerd. Ze zou toen hebben gezegd daarachter staat
een rode man ik mag van hem niks zeggen". Die rode man zou de duivel zijn.
Maar toen de rechtbank met zware straffen dreigde heeft ze toegegeven dat ze
het van haar moeder had geleerd. Trijntje van Sittard werd vastgenomen en zwaar
gestraft. Uiteindelijk gaf Trijntje toe dat ze al 24 jaar aan hekserij deed.
Natuurlijk is dat niet echt gebeurd maar vroeger geloofde men in zulke verhalen.
De mensen wilden een eind aan alle ellende maken dus geloofden ze het verhaal.
Een eind aan de heksenprocessen
Toen er een einde kwam aan de heksenprocessen verdween echter niet het geloof
in het bestaan van heksen. Tot diep in de 18de eeuw lieten van hekserij en toverij
verdachten zich in een heksenwaag, o.a. te Oudewater en Schoonhoven, wegen om
hun onschuld aan te tonen door het feit dat hun gewicht in overeenstemming was
met de afmetingen van hun lichaam.
Heksensabbat
De heksen kwamen samen op een kerkhof of op een open plek in het bos. Dit gebeurde
altijd op een donkere nacht als er geen maan scheen. Ze maakten dan muziek en
ze dansten hand in hand rond. Er werd ook veel gedronken. Als de bijeenkomst
voorbij was keerden ze gillend terug op hun bezems.
Vliegen op een bezemsteel
En dan verzonnen ze er ook nog bij dat ze konden vliegen op een bezemsteel.
Daarom wordt nu de heks vaak voorgesteld met een bezem. Een heks wordt ook vaak
afgebeeld met een kat. De mensen zeiden dat de kat de beste vriend van de duivel
was. De mensen dachten dat een kat je huisgeest kon zien.
Heksenkringen
De op weiden en grasvelden wel voorkomende kringvormige plekken waar óf
geen gras groeit óf weelderiger gras dan er omheen, heten in de volksmond
heksen(k)ringen en zouden ontstaan zijn doordat heksen hier in de maneschijn
hadden gedanst.
Heksenjacht
Pausen schreven brieven naar gelovigen. In die brieven stond hoe men kon helpen
de heksen uit te roeien (heksenbul). Er werd een boek geschreven door 2 Duitse
paters het boek heette de De heksenhamer. In het boek werd beschreven
hoe je heksen kon herkennen. Ook beschreven zij in hun boek hoe je heksen kon
straffen en hoe je ze kon vangen. Pas als alle heksen weg waren kwam er een
einde aan alle ellende. In veel Europese landen begon er een heksenjacht. Je
kon zonder het te bewijzen iemand van hekserij beschuldigen. De personen die
beschuldigd werden mochten niet weten door wie ze werden aangeklaagd of waarvan
ze werden beschuldigd. Iemand die je kon verdedigen kregen ze meestal niet en
als er toch iemand was die je wilde verdedigen werd die persoon meestal ook
schuldig verklaard. Oude vrouwtjes werden meestal beschuldigd. Later werden
er ook meisjes van 25 jaar beschuldigd en daarna ging het zelfs over op kinderen
van 9 jaar en jonger. Daarna bedachten de mannen iets dat als bewijs kon dienen.
De Waterproef
Er was een manier waarop ze konden bewijzen dat iemand een heks was, dat was de waterproef. De rechterduim werd dan vastgebonden met de linkerteen en de linkerduim werd vastgebonden met de rechterteen. Zo werd ze het water in gegooid. Kwam de vrouw weer terug boven water, was ze een heks. Bleef ze onder, spijtig voor haar, maar dan was ze geen heks.
De Heksenwaag
Er bestond ook nog een heksenwaag. Dat was een grote weegschaal waarop de vrouw
dan plaats kon nemen. Mensen schatten dan het gewicht van de vrouw en als ze
evenveel woog als ze eruit zag, was ze geen heks. Want de mensen zeiden heksen
wegen niks, want ze kunnen door de lucht vliegen met een bezemsteel en dan kan
je onmogelijk zwaar zijn. Als de vrouw zich had laten wegen kreeg ze een certificaat
met de zegel van de stad en de handtekening van de gemeentesecretaris. Een bekende
heksenwaag staat in het Zuid-Hollandse stadje Oudewater. Je kan je er nu nog
steeds laten wegen tegen een kleine vergoeding en dan krijg je achteraf een
certificaat waarin staat dat je geen heks bent. Het certificaat krijg je natuurlijk
niet als je niets weegt. Verdachte vrouwen konden pas veroordeeld worden als
ze bekenden.