Politie in Nederland

Er zijn in Nederland in totaal 25 regionale politiekorpsen (zie afbeelding hieronder). Naast die 25 korpsen heeft de politie Nederland ook het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Het KLPD is er voor het toezicht op het water, de autowegen en in de lucht. Het KLPD heeft ook een afdeling die belangrijke mensen beveiligt zoals onder andere de koninklijke familie en ambassadeurs van andere landen. Het KLPD heeft ook nog andere afdelingen, er werken namelijk ook mensen die veel geleerd hebben over speciale onderwerpen, zoals computers of het gedrag van misdadigers. Het KLPD zorgt ook voor de uitrusting van de politie zoals: uniformen, petten en de wapens.

De meldkamer

In de meldkamer komen d.m.v. het alarmnummer en het plaatselijke telefoonnummer 24 uur per dag alle telefoontjes binnen, de meldkamer wordt ook wel eens het "hart van het bedrijf" genoemd. De mensen die in de meldkamer werken moeten die telefoontjes (de binnengekomen meldingen) zo beoordelen dat er snel en op de juiste manier iets aan wordt gedaan, moeten ze de geneeskundige dienst of brandweer waarschuwen? Als het om een serieuze melding gaat, dan moet de medewerker in de meldkamer direct kiezen welke politiemensen hij of zij naar het adres stuurt. Of de politiemensen nu in een auto, lopend, op de motor of op de fiets zijn, de medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle politiemensen op straat zijn. En zo kunnen er binnen enkele seconden belangrijke beslissingen worden genomen.

Als het niet druk is dan kunnen de mensen in de meldkamer de opbeller al meteen geruststellen, als het wel druk is (wanneer er veel meldingen tegelijk binnen komen) dan moet de minst 'erge' melding even wachten. Bijvoorbeeld als je je sleutel bent vergeten, dan moet je misschien even op de politie wachten, omdat zij eerst naar een ernstig ongeluk moeten.

De basispolitiezorg

De politie is op straat het meest nodig en daarom wil de politie dat steeds meer politiemensen "op straat hun werk doen".

De surveillancedienst zijn de politiemensen die we het meest zien. Zij houden zich in de wijken namelijk 24 uur per dag bezig met de basispolitiezorg. Soms moeten ze van de meldkamer naar plaatsen rijden waar door iemand om hulp van de politie is gevraagd. Dat kan om een eenvoudig klusje gaan als 'een logerende zwerver in de achtertuin' of 'je huisdeur dichtdoen terwijl de sleutel binnen ligt'. Maar als er ernstigere meldingen zijn, dan moeten ze daar natuurlijk eerst naar toe. Bijvoorbeeld een flink verkeersongeval, een vechtpartij met wapens, een inbraak, vernielzuchtige jeugd, dit zijn allemaal gebeurtenissen waarbij de politie handelend en geruststellend moet optreden.

Het surveilleren gebeurt (vooral in drukke winkelcentra) ook wel lopend, op de fiets of te paard en dus niet alleen vanuit de opvallende politiewagens of motoren.

Het gaat de politie vooral om dat mensen begrijpen waarvoor de regels zijn en beslist niet om het uitdelen van zoveel mogelijk bekeuringen.

Dat de politie gewoon ergens loopt of rijdt, werkt al doelmatig: iedereen houdt zich ineens aan de regels. De 'controles' van de politie vindt in feite altijd en overal plaats en ze geven daarbij ook gelijk advies: een bestuurder van een brommer zonder helm krijgt te horen waarom dit zo gevaarlijk is, de agent die te voet surveilleert vertelt de winkelier dat hij een slot om zijn rek met kleding buiten op de stoep moet doen om winkeldiefstal te voorkomen, als je aangifte komt doen van je gestolen fiets krijg je te horen welke fietssloten het meest betrouwbaar zijn, etc.

Steeds vaker gaat een agent of agente naar scholen toe om les te geven over thema's zoals drugspreventie of vandalisme.