Voordat
de VOC bestond waren er allerlei kleine handelsbedrijfjes die elkaar
Vraag
2:
a)
Kaap de Goede Hoop was
een soort verversingsstation. Er werd vers voedsel en drinkwater aan bord gehaald
en konden de zeemannen weer wennen aan de vaste wal.
b)
Mozambique, Somalië,
Pakistan (toen India), India, Sumatra.
c)
India: katoen, thee en
rijst.
Sumatra: peper, koffie
Mozambique: rijst.
Vraag
3:
Door
de oprichting van de VOC werd de reis op de zuidelijke route minder gevaarlijk
en werden er meer goederen naar Nederland gebracht.
Vraag
4:
Als
je alle mannen optelt, kom je er maar op 16.
Amsterdam had dus de helft van alle stemmen in dit bestuur. Dat is niet
eerlijk. Daarom kwam er steeds nog een stem bij, uit één van de andere vijf
kamers. De kamer die deze 17de man stelde, wisselde elk jaar.
Vraag 5:
a)
Specerijen, zijde,
porselein, katoen, thee en koffie.
b)
De wol die in Europa
geproduceerd werd was eens stuk duurder dan de goedkoop
ingevoerde katoen.
Vraag
6:
De
Nederlanders hadden een handelsmonopolie met Japan. Japan leverde als
handelsproducten vooral metalen: goud, zilver en koper en in mindere mate
lakwerk, kamfer en porselein.