Waarom had de VOC interesse in Azië?

De Nederlanders haalden vanuit de haven van Portugals hoofdstad Lissabon Indische specerijen en verkochten deze over heel Europa. Maar in die tijd woedde de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het was een moeilijke tijd. Filips II was toen koning van Spanje en vanaf 1581 ook de koning van Portugal. Hij legde beslag* op alle Nederlandse schepen in Spaanse en Portugese havens. Vanaf die tijd beheersten Spanjaarden en de Portugezen de handel in Zuidoost -Azië.

De Portugezen kregen steeds grotere moeite om hun schepen veilig vanuit Azië naar de Portugese hoofdstad Lissabon te laten varen. Kapers maakten de wateren onveilig. Door aanvallen van deze zeerovers verloren de Portugezen steeds vaker hele scheepsladingen specerijen. Hierdoor hadden ze te weinig specerijen en als er aan een bepaald product een tekort* is, stijgen de prijzen van dat product. Omdat Nederland zijn specerijen uit Portugal haalde, moesten ze ook de steeds stijgende prijzen betalen. Dat vonden de Nederlanders beslist niets. Daardoor kregen de Nederlandse handelaren steeds meer plannen om zelf naar het Oosten te varen om specerijen te halen. De kennis van de routes naar Azië was al door de Portugezen in kaart gebracht*.

 

Door Hollanders die in dienst* bij de Portugezen waren, werd de zeeweg om Afrika naar Azië bekend. De meeste routes* liepen langs het zuiden, en voeren om Kaap de Goede Hoop heen. Door deze kennis konden ook Hollandse schepen de veelgevraagde specerijen uit het Oosten halen en met enorme winsten verkopen.

Eigenlijk hadden de Nederlanders een sterke voorkeur voor een noordelijke route, om zo de strijd met de Spanjaarden en Portugezen te vermijden. Maar alle pogingen om een veilige vaarweg ten noorden van Noorwegen en Rusland naar Azië te vinden faalden.

Door de oprichting van de VOC werd de reis op de zuidelijke route minder gevaarlijk en werden er meer goederen* naar Nederland gebracht.

'Waarom werd de reis door het oprichten van de VOC veiliger?', zullen sommige van jullie zich afvragen:

Door lid van deze vereniging te zijn, hoefden de schepen niet meer alleen naar Azië te varen. Ze werden door andere schepen vergezeld*. Soms werden de handelsschepen zelf door krijgsschepen begeleid.