Waarmee handelde de VOC?
Gedurende twee eeuwen probeerde de VOC de handel op Aziatische producten te monopoliseren*. Bij deze handel ging het voornamelijk om specerijen, katoen en zijde.
Er was in Europa
een grote vraag naar Oosterse producten, maar door de lange
aanvoer waren deze heel erg duur. Oorspronkelijk werden deze
producten via het vaste land aangevoerd of via de Indische
Oceaan, Arabische Golf en de Middellandse Zee. In de 16e
eeuw vonden de Portugezen als eerste Europeanen de zeeweg om
Afrika naar Azië. Sindsdien was dit de favoriete route.
Op de tafels van de rijken werd het
aardewerk vervangen door het Chinese porselein.
Hollandse meubelen veranderden door de
invoer van kostbare houtsoorten en Japans lakwerk.
Specerijen
werden een onmisbaar onderdeel in de Nederlandse keuken.
Vooral
kruidnagelen en nootmuskaat uit de Molukken, peper uit Sumatra en
Java,maar ook foelie, tamarinde en kaneel waren geliefde
producten.
Producten van de VOC
De VOC had vroeger een goede
handel aan allerlei specerijen* die in Holland niet te vinden
waren. Zo was er veel vraag naar peper, kruidnagel, nootmuskaat,
foelie en nog veel meer specerijen. De schepen die naar
Zuidoost-Azië voeren kwamen terug met ladingen van deze
specerijen, die ze dan op de Hollandse markten konden verkopen.
Naast specerijen waren ook andere
producten erg geliefd in Holland. Zo waren porselein, zijde,
koffie en thee, zeer geliefd.
Hieronder zullen een aantal van
deze specerijen en andere geliefde producten kort worden
behandeld.
|
Ongeveer 500 jaar peper was
geleden een hele dure specerij. Je hebt vast wel eens van de
uitspraak gehoord "het is peperduur", deze uitspraak
komt dus hier vandaan.
Peper kon voor verschillende
dingen gebruikt worden, zowel voor in de keuken als een
geneesmiddel.
Peper groeit aan een peperstruik.
De besjes van de peperstruik worden geplukt als ze groen zijn.
Dan worden de besjes gedroogd en vervolgens worden zij met de
handen gewreven om de bessen van de stengel los te maken. Zo
krijg je zwarte peper.
Naast zwarte peper bestaat er ook
witte peper. Voor het krijgen van witte peper worden alleen de
rijpste rode bessen gebruikt. Deze worden in water geweekt. Na
enige dagen barst de huid open en komt de korrel te voorschijn.
Als laatste worden deze korrels in de zon gedroogd, dan heb je
witte peper.
Deze peperstruik was alleen maar
in Indonesië te vinden. Toen de mensen in Holland er achter
kwamen hoe lekker het was om het eten met peper te bereiden,
wilde iedereen de lekkere specerij in huis hebben. Daarom heeft
de VOC er voor gezorgd dat peper in Holland op de markt kwam. In
de 17e en 18e eeuw was witte peper veel duurder dan de zwarte
peper. Daardoor werd de witte peper minder verkocht en richtte de
VOC zich meer de zwarte variant.
Kruidnagelen
|
De kruidnagelboom is
een mooie boom. Je kunt hem herkennen aan de bloemen die aan de
uiteinde van de takjes in kleine trossen* groeien. De kruidnagel
is eigenlijk de bloem die van de boom wordt gehaald. Kruidnagelen
worden met de hand geplukt of met stokken voorzichtig uit de boom
geslagen. Daarna worden zij gerookt of een aantal dagen in de zon
te drogen gelegd.
Nadat de Portugezen
naar Azië waren gekomen, gingen de mensen in Europa de
kruidnagel steeds meer gebruiken. Ook kruidnagelen werden voor
veel verschillende dingen gebruikt. Bijvoorbeeld voor het kruiden
van eten, maar werd ook als geneesmiddel gebruikt tegen
geheugenverlies, misselijkheid en astma.
Muskaatnoten
en Foelie
|
Muskaatnoten en foelie,
komen beiden van de nootmuskaatboom. Deze twee producten waren in
Europa al erg gewild in de Middeleeuwen. Zij werden gebruikt om
meer smaak aan het eten te maken, maar werden ook gebruikt als
geneesmiddel tegen waterzucht, diarree, huiduitslag en slechte
adem.
De nootmuskaatboom is een altijd een groene boom. De muskaatnoot is de vrucht van de nootmuskaatboom. De noot wordt omgeven door een omhulsel (de zaadrok), dit wordt foelie genoemd.
De vruchten worden met lange stokken met haken uit de bomen getrokken, daarna wordt de foelie van de noot gehaald. De noot wordt vervolgend gerookt en gedroogd. Tenslotte worden de noten gekalkt; dit wordt gedaan omdat het nodig is om de noten tegen insecten te beschermen en er voor te zorgen dat de noot niet gaat ontkiemen.
De foelie wordt, nadat hij van de noot verwijderd is, in de zon gedroogd, daarna platgetrapt en gesorteerd.
Kaneel
|
Kaneel werd in Europa
al veel gebruikt. Naast dat het als ingrediënt van gebak en
dranken werd gebruikt, werd het ook als geneesmiddel tegen
nierverstoppingen, verkoudheid, moeilijke spijsvertering en een
slechte adem gebruikt.
Kaneel is de gedroogde
binnenbast van de kaneelboom. Een boompje kan voor het eerst
geschild* worden na zeven jaar. Hierna duurt het weer
vier tot vijf jaar tot er weer opnieuw geschild kan worden. De
takjes of stammetjes van de boom, worden in stukken gehakt en de
bast wordt er af gehaald. Nadat het een aantal dagen heeft
gedroogd in de zon, krijgt de kaneelbast de roodbruine kleur en
krult het zich op tot de bekende kaneelpijpjes die
wij nu nog steeds kennen.
Porselein
|
Porselein is een zeer
hard gebakken, maar fijn en dun aardewerk. Nadat het in een
bepaalde vorm in een oven gebakken is, wordt het geglazuurd*.
De enorme vraag naar
porselein komt door de mooie schilderingen. Deze schilderingen
kunnen zowel bovenop als onder het glazuur worden aangebracht.
Oorspronkelijk komt de
porseleinproductie uit China. In andere landen kwam de
porseleinproductie pas later opgang. Zo begon in Japan de
productie in de 16e eeuw en in Europa, met name in Duitsland, in
het begin van de 18e eeuw.
Er zijn verschillende vormen waarin porselein gemaakt kan worden. Niet alleen koppen en schotels, maar ook borden, vazen, kommen, slabakken, doosjes, enzovoorts. Misschien heb je ze wel eens gezien.
|
Zijde bestaat dankzij
de zijderups. Dit kleine beestje eet alleen maar de bladeren van
de moerbeiboom. Als de rups zich tot vlinder wil
omtoveren, spint de rups een cocon van zeer dunne
draden en lijm. Op het moment dat de cocon klaar is, maar
vóórdat de vlinder zich ontpopt*, komt de mens er tussen door
de rups te doden. De wordt de lijm gesmolten en de draden worden
voorzichtig afgewikkeld. Verschillende van deze draden worden tot
zijdegaren gewonden. Het is een erg secuur werkje, omdat de
draadjes snel kunnen breken. De kwaliteit van de zijdegaren, deze
zijdegaren worden ook wel ruwe zijde genoemd, wordt
bepaald door de weersomstandigheden. Hete, vochtige lucht zorgt
voor een slechte kwaliteit zijdegaren. Terwijl droge, minder
warme lucht er juist voor zorgt dat er een goede kwaliteit zijde
ontstaat.
Zijdegaren worden
gebruikt voor zogenaamde luxekleding. Dat wordt zo
genoemd, omdat zijde een stof is dat altijd duurder is geweest
dan katoen of wol.
|
Thee is eigenlijk het
blad van een heester. Als er geoogst wordt, worden alleen de
nieuwe blaadjes van de struik geplukt. Er zijn heel veel soorten
thee te krijgen.
Thee werd door de VOC
voornamelijk uit China gehaald. Zo zijn er een aantal bekende en
belangrijke theesoorten uit China, namelijk groene thee en zwarte
thee.
Bij zwarte thee worden
de blaadjes eerst gedroogd, daarna wordt het gegist*. Als het
gistingsproces voorbij is wordt het daarna verder gedroogd op een
vuur. Bij de groene thee gebeurd hetzelfde, alleen worden de
blaadjes dan niet gegist, maar meteen gedroogd op een vuur.
Om de goede smaak van
de thee niet te verliezen moet je er voor zorgen dat de thee goed
verpakt wordt.
|
Koffie werd pas
populair in de 16e en 17e eeuw om als genotmiddel* te gebruiken,
eerst gebeurde dat in de islamitische landen en daarna ook in
Europa.
Pas vanaf de 18e eeuw
werd er in Europa ook koffie gedronken onder de
gewone mensen.
De koffie komt van hoge
bomen, deze bomen worden gesnoeid tot struikhoogte, zodat de
vruchten makkelijker geplukt kunnen worden. De vruchten zien er
uit als een soort kers, waarvan de pitten die erin zitten, de
koffiebonen zijn. Na het plukken van deze kersen
worden zij gedroogd en gestampt om zo de schil en de pulp* te
verwijderen.
Vóór het gebruik
moeten de bonen gebrand worden en vervolgens worden gemalen. Dat
branden en malen van de bonen gebeurde in de 17e en 18e eeuw in
Europa zelf.
Er zijn nog
veel meer verschillende producten die de VOC naar Europa haalde.
Zo waren verder ook: rijst, suiker, goud, zilver, koper en tin
veel gevraagde producten.