Themawoordenlijst
·
Compagnieën –
bedrijven
·
Beconcurreren –
Als iemand op hetzelfde uit is als jij en dat probeert te bereiken door jouw te
overtreffen. Bedrijven proberen met hetzelfde product geld te verdienen.
·
Handelsmonopolie
- Hierbij gaat het om het recht om iets te doen, dat je als enige hebt =
alleenrecht.
Voor de handel betekent dat: je hebt als enige het recht met
een bepaalt product te handelen, of je hebt als enige het recht om met een
bepaald land handel te drijven.
·
Drijfveer –
hoofd -actienemer
·
Beslag leggen –
iemand iets afnemen, hier: onrechtmatig
·
Tekort – te
weinig
·
In kaart brengen
– een schets, een plattegrond maken
·
In dienst bij
iemand zijn – voor iemand werken
·
Routes – wegen
·
Goederen –
spullen
·
Vergezellen –
begeleiden
·
Kamers –
bestuur dat de belangen van handelaren behartigd.
·
Coördineren –
dingen en handelingen op elkaar afstemmen, samenwerking van iets goed regelen.
·
Aandelen –
bewijs dat je geld hebt gestoken in een bedrijf/ onderneming
·
Kapers –
zeerovers
·
Kapseizen –
omslaan, zinken
·
Afzonderlijk –
apart, gescheiden
·
Domineren –
beheersen
·
Ambtenaar –
iemand die in dienst is van het rijk/ de provincie of de gemeente
·
Monopoliseren –
je hebt als enige het recht met een bepaalt product te handelen, of je hebt als
enige het recht om met een bepaald land handel te drijven.
·
Specerijen;
kruiden als peper, kruidnagel, nootmuskaat en foelie, die gebruikt kunnen worden
om het eten lekkerder te maken.
·
Trossen;
meerdere vruchten zitten aan een takje.
·
Schillen (geschild); als de bast van de wordt van de boom gehaald, wordt dat schillen
genoemd.
·
Glazuren (geglazuurd); dan wordt er een glimmend beschermend laagje aangebracht.
·
Ontpoppen;
als de vlinder uit de cocon komt.
·
Gisten (gegist); een proces waarbij bacteriën er voor zorgen dat de structuur van de
stof wordt veranderd.
·
Genotmiddel;
middel waar een stof in zit waardoor je je fijn gaat voelen.
·
Pulp;
vermalen of gestampt vruchtvlees.
·
Aanmonsteren –
een contract tekenen om als lid van de bemanning op een schip te gaan werken.
·
Schout – hoofd
van de rechtbank en van de politie in vroegere tijden.
·
Idealisering –
Iets mooier voorstellen dan het in werkelijkheid is.
·
Opslagplaats –
voor het opslaan, het bewaren, van goederen
·
Bedorven – niet
meer eetbaar
·
Tyfus –
besmettelijke ziekte van de darmen waar je hoge koorts bij krijgt.
·
Pest –
besmettelijke ziekte, veroorzaakt door ratten -vlooien, waaraan vroeger veel
mensen stierven.
·
Verversingsstation
– Een plaats waar vers voedsel en water ter beschikking staat
·
Wal –
waterkant, vasteland
·
Logboek –
dagboek
·
Geselen –
iemand met een gesel (zweep) slaan
·
Kielhalen –
iemand vastbinden en in het water onder het kiel van een schip doortrekken.
·
Handhaven –
toepassen
·
Shogun –
hoogste officier van de Japanse keizer. Hij was de eigenlijke machthebber.
·
Waarborgen –
garanderen, , verzekeren dat het echt en goed is.
·
Handelsmonopolie
- Hierbij gaat het om het recht om iets te doen, dat je als enige hebt =
alleenrecht.
Voor de handel betekent dat: je hebt als enige het recht met
een bepaalt product te handelen, of je hebt als enige het recht om met een
bepaald land handel te drijven.