Themawoordenlijst

 

Wat was de VOC?

·        Handelsvereniging – Vereniging van handelaren en hun bedrijven

 

·        Compagnieën – bedrijven

 

·        Beconcurreren – Als iemand op hetzelfde uit is als jij en dat probeert te bereiken door jouw te overtreffen. Bedrijven proberen met hetzelfde product geld te verdienen.

 

·        Handelsmonopolie - Hierbij gaat het om het recht om iets te doen, dat je als enige hebt = alleenrecht.

Voor de handel betekent dat: je hebt als enige het recht met een bepaalt product te handelen, of je hebt als enige het recht om met een bepaald land handel te drijven.

 

·        Drijfveer –  hoofd -actienemer

 

Waarom had de VOC interesse in Azië?

 

·        Beslag leggen – iemand iets afnemen, hier: onrechtmatig

 

·        Tekort – te weinig

 

·        In kaart brengen – een schets, een plattegrond maken

 

·        In dienst bij iemand zijn – voor iemand werken

 

·        Routes – wegen

 

·        Goederen – spullen

 

·        Vergezellen – begeleiden

 

Het VOC bestuur

 

·        Kamers – bestuur dat de belangen van handelaren behartigd.

 

·        Coördineren – dingen en handelingen op elkaar afstemmen, samenwerking van iets goed regelen.

 

·        Aandelen –  bewijs dat je geld hebt gestoken in een bedrijf/ onderneming

 

·        Kapers – zeerovers

 

·        Kapseizen – omslaan, zinken

 

·        Afzonderlijk – apart, gescheiden

 

·        Domineren – beheersen

 

·        Ambtenaar – iemand die in dienst is van het rijk/ de provincie of de gemeente

 

Wat deed de VOC?

·        Monopoliseren – je hebt als enige het recht met een bepaalt product te handelen, of je hebt als enige het recht om met een bepaald land handel te drijven.

 

·        Specerijen; kruiden als peper, kruidnagel, nootmuskaat en foelie, die gebruikt kunnen worden om het eten lekkerder te maken.

 

·        Trossen; meerdere vruchten zitten aan een takje.

 

·        Schillen (geschild); als de bast van de wordt van de boom gehaald, wordt dat schillen genoemd.

 

·        Glazuren (geglazuurd); dan wordt er een glimmend beschermend laagje aangebracht.

 

·        Ontpoppen; als de vlinder uit de cocon komt.

 

·        Gisten (gegist); een proces waarbij bacteriën er voor zorgen dat de structuur van de stof wordt veranderd.

 

·        Genotmiddel; middel waar een stof in zit waardoor je je fijn gaat voelen.

 

·        Pulp; vermalen of gestampt vruchtvlees.

 

Het leven op een Oost – Indiëvaarder

 

·        Aanmonsteren – een contract tekenen om als lid van de bemanning op een schip te gaan werken.

 

·        Schout – hoofd van de rechtbank en van de politie in vroegere tijden.

 

·        Idealisering – Iets mooier voorstellen dan het in werkelijkheid is.

 

·        Opslagplaats – voor het opslaan, het bewaren, van goederen

 

·        Bedorven – niet meer eetbaar

 

·        Tyfus – besmettelijke ziekte van de darmen waar je hoge koorts bij krijgt.

 

·        Pest – besmettelijke ziekte, veroorzaakt door ratten -vlooien, waaraan vroeger veel mensen stierven.

 

·        Verversingsstation – Een plaats waar vers voedsel en water ter beschikking staat

 

·        Wal – waterkant, vasteland

 

·        Logboek – dagboek

 

·        Geselen – iemand met een gesel (zweep) slaan

 

·        Kielhalen – iemand vastbinden en in het water onder het kiel van een schip doortrekken.

 

·        Handhaven – toepassen

 

Japan

 

·        Shogun – hoogste officier van de Japanse keizer. Hij was de eigenlijke machthebber.

 

·        Waarborgen – garanderen, , verzekeren dat het echt en goed is.

 

·        Handelsmonopolie - Hierbij gaat het om het recht om iets te doen, dat je als enige hebt = alleenrecht.

Voor de handel betekent dat: je hebt als enige het recht met een bepaalt product te handelen, of je hebt als enige het recht om met een bepaald land handel te drijven.