Het schrift van de Egyptenaren

De oude Egyptenaren hadden een beeldschrift. Ieder tekeningetje was een woord. Dus als je een vogel tekende, bedoelde je ook vogel. We noemen het schrift van de Egyptenaren hiërogliefen.Ze schreven de hiëroglyfen op muren, tempels doodskisten, op papyrus (papier) en op ostraca.Ostraca zijn stukken steen en potscherven Schattingen lopen uiteen wanneer de eerste hiërogliefen werden gemaakt. Men denkt dat het omstreeks 3300 tot 3100 voor Christus moet zijn geweest toen de eerste geschriften gemaakt werden van deze volgens de Egyptenaren "heilige" tekens.Hiëroglief is afkomstig uit het Grieks en is samengesteld uit de woorden hieros en glyfe, dat heilige gravering betekent. Het schrift bestaat uit ongeveer 700 tekens (ons alfabet heeft er maar 26!). Één teken kon meer betekenen, naast een simpele letter kon het ook nog de betekenis hebben van een hele klank of naam.

 

Het lezen van hiëroglyfen

Het lezen van hiërogliefen is niet standaard van links naar rechts zoals wij tegenwoordig hier in Europa doen. Hiërogliefen konden op allerlei manieren geschreven worden, van links naar rechts, van rechts naar links en zelfs van boven naar beneden. De Egyptenaren vermelden echter nooit hoe de tekens gelezen moeten worden, dat kun je namelijk uit de tekst zelf opmaken. Bij een tekst van hiërogliefen moet je kijken naar de richting waarin figuren geplaatst zijn. Denk hierbij aan de gezichten van mensen of dieren die in de tekst afgebeeld worden. Als een persoon in de tekst afgebeeld is met het gezicht naar links gericht, dan betekent dit dat je de tekst van links naar rechts moet lezen. Zo ook omgekeerd; is een persoon met zijn gezicht naar rechts gericht dan moet je van rechts naar links lezen, dit doen de Arabische landen nu nog steeds. De oude Egyptenaren konden zelf kiezen in welke richting ze wilden schrijven. Toch waren er enkele "aanbevelingen" als het om de richting gaat zo lijkt het. Op het moment dat het om officiële inscripties ging werden de hiërogliefen vrijwel altijd met het gezicht naar rechts afgebeeld; kortom te lezen van rechts naar links. Betrof het een tekst dat als decoratie diende werd er gekozen voor het lezen van links naar rechts dus met het gezicht naar links gericht.

 

 

 

 

 

Hierboven zie je de vertaling van Egyptische hiëroglyfen. Er staat "Kleopatra" Zij was vroeger een vrouwelijke farao geweest.

In 391 na Chr. gaf de Byzantijnse keizer Theodosius I opdracht om alle heidense tempels in zijn rijk te sluiten. Hierdoor kwam er een einde aan de vier duizend jaar oude traditie en tevens ging hierbij de oude Egyptische taal, hierogliefs, voor meer dan 1500 jaar verloren. Voor meer dan 100 jaar hebben heel veel mensen geprobeerd de hiërogliefen te ontcijferen.

Pas in 1798 werd er een aanwijzing gevonden waarmee we mogelijk de hiërogliefen weer konden gaan begrijpen. Bij Rosetta, werd een steen gevonden door een franse soldaat uit het leger van Napoleon. Deze ‘steen van Rosetta’ bevatte drie maal dezelfde tekst alleen in drie verschillende talen. Het bovenste gedeelte van de steen bestond uit hiërogliefen, het middelste gedeelte was geschreven in het Demotisch en daaronder stond de tekst in Grieks geschreven. Tegenwoordig is de ‘steen van Rosetta’ te vinden in Britse Museum van Oudheden in Londen.

Jean François Champollion (1790-1832), een Franse professor, vergeleek de Griekse tekst met de hiërogliefen en wist na 14 jaar de tekst te vertalen, dit na voorbereidend werk van de Zweed Johan David Åkerblad en de Engelsman Thomas Young

Cijfers en nummers

Het hiërogliefen-schrift had ook een decimaal stelsel. De volgende symbolen werden daar voor gebruikt:

Als er een getal moest worden opgeschreven hield men zich aan de volgende simpele regels :

·  Een symbool met hogere waarde wordt voor een lagere geplaatst.

·  Elk symbool mag worden herhaald totdat het benodigde getal bereikt is.

·  Elk symbool mag maximaal 9 keer worden herhaald.

Dus 2235 is dus twee symbolen van 1000, twee van 100, drie van 10 en vijf van 1.
Voorbeeld:

 

Papyrus

Hiernaast een papyrusvel met hiëroglyfen. Er wordt aan de goden Sobek en Isis gevraagd wanneer men het beste kan zaaien. Alleen schrijvers (dat was een beroep) schreven op de dure papyrusvellen. Studenten oefenden hun hiëroglyfen op potscherven (ostraca) of houten tabletten. Ze schreven met pennen van riet of met penselen.

Men maakte papier van stengels van papyrusriet. De Egyptenaren sneden de stengels in lange stroken en legden die kruisgewijs op een platte steen. Men houten hamers duwden ze het sap van de stengels eruit. Dit sap diende als een soort lijm. Het sap zorgde ervoor, dat alle stroken aan elkaar kwamen te zitten. Tenslotte werd het “vel papier”gedroogd. Daarna kon erop geschreven worden.

 

Links : stengels van het papyrusriet worden gekapt. Midden: De rietstengels worden in reepjes gesneden. Rechts : de strookjes papyrusriet worden kruislings neergelegd, aangestampt en gedroogd.

 

 

 

Cartouches

Bij de geboorte van een nieuwe farao, kreeg het kind één of meerdere namen. Op het moment dat de farao de troon besteeg, kreeg hij als vertegenwoordiger er nog vele namen bij om zo de goddelijke macht van de farao te onderstrepen. In de hiërogliefen zijn deze namen vrij gemakkelijk te herkennen omdat de namen van deze god op aarde voorzien zijn van een naamsring, de zogenaamde cartouche.

Bovenstaande cartouche behoort toe aan Toetmosis III. Toetmosis III was de troonopvolger na de dood van Toetmosis II. Samen met Hatsjepsoet regeerde hij het land maar zijn hart lag naar alle waarschijnlijkheid meer bij het leger. Het is dan ook hij die verschillende grote overwinningen boekte met zijn leger en bekend staat als één van de meest oorlogszuchtige farao's die de geschiedenis van het oude Egypte kent.

Deze cartouche vermeldt de naam Toetanchamon. Waarschijnlijk de meest bekende naam (en cartouche) uit het oude Egypte.