De zomer

 

De zomer is gekomen

De zomer is gekomen
als de langste dag begint.
Met alle mooie groene bomen
en de warme zomerwind.
En hoor de vogels fluiten
in het bos en in de straat.
Alle kinderen spelen buiten
tot de zon naar bed toe gaat.
 

 

 

De zomer begint op 21 juni en eindigt op 20 september.
De ZOMER is de naam van het warme jaargetijde dat na de lente komt. s'Zomers staat de zon hoog aan de lucht.
De dagen zijn lang en het is warm dan moet het zomer zijn.
In de zomer kan het vaak onweren.
De maanden in de ZOMER  omschreven:   juni--Zomermaand
                                                               Juli--Hooimaand
                                                               Augustus--Oogstmaand
                                                               September--Herfstmaand

Juni

 

 Egels.

 

Egels zijn nu erg actief. Direct na de winterslaap begint de paartijd die tot in september duurt. Juist nu zwerft een deel van de mannetjes rond op zoek naar paarlustige vrouwtjes. Ze steken vaak wegen over en worden dan nogal eens overreden. Egels vertrouwen zo op hun stekels dat ze zich bij elk naderend gevaar oprollen. Het is hun enige antwoord daarop en ze kunnen niet leren dat je voor auto's moet uitwijken. Auto's passen niet in hun wereld.

Hommels.

Wees niet bang als u een hommelnest in uw tuin vindt. Hommels zijn niet agressief tenzij je hun nest verstoort. Ze komen ook niet af op zoetigheid die voor mensen is bestemd, zoals wespen wel doen. Hommels zijn bloembezoekers die een rol spelen bij de bestuiving van veel soorten bloemen. Ze maken hun nest meestal in de grond, waarvoor ze verlaten muizen - en mollengangen gebruiken. Sommige hommelsoorten leven liever in nestkastjes of in boomholten.

De spinnende watertor.

In kleine, dichtbegroeide sloten zijn nu larven van de spinnende watertor te vinden. Deze log gebouwde dieren zijn slechte zwemmers. Ze kruipen rond tussen waterplanten vlak bij de oever. Daar vangen ze geen snel bewegende dieren, zoals visjes en kikkerlarven, wat water –roof - kevers wel doen, even als waterslakken. Een prooi die bij hun traagheid past. Met hun sterke kaken kraken ze de slakkenhuisjes. De kever zelf is een vreedzame planteneter.

 

 

Juli

Waar niet alleen gras groeit, maar ook wilde bloemen bloeien zijn nu veel vlinders te zien. Het meest vallen de zandoogjes en de hooibeestjes op, waarvan de rupsen wilde grassoorten eten. De donkerbruine zandoogjes dartelen op zonnige julidagen vlak boven het gras. De zacht oranje hooibeestjes vliegen pas op als je ze stoort door in het gras te lopen. Een typische graslandvlinder is ook het dikkopje dat goudachtig oranje vleugels heeft.

Vliegende mieren.

Op zwoele zomerdagen zwermen de mieren. De werksters lopen druk rond en de nesten in en uit, als daar in de middag gevleugelde mannetjes en vrouwtjes uit komen. Hoog in de lucht vieren die hun bruiloft. Meeuwen, spreeuwen, kauwtjes en zwaluwen proberen zoveel mogelijk vliegende mieren in de lucht te vangen. In de avond keren de overlevende mieren naar de aarde terug. De bevruchte vrouwtjes stichten dan nieuwe nesten, de mannetjes gaan snel dood.

Reeën in de zomer.

In de zomer leven de reeën afzonderlijk. De vroeg geboren kalveren kunnen de geit volgen. Ook laten bok en geit zich vaak weer samen zien. Hun vacht is nu op zijn mooist en heeft een glanzend bruine kleur. De kalveren verliezen hun stippelkleed en worden beige/bruin. Gedurende de bronst zijn de reeën erg actief en worden vaker gesignaleerd.

Augustus

Rugstreeppadden.

Rugstreeppadden leven vooral en West-Nederland. In lente en zomer verblijven ze in de weilanden en in duinplasjes. Ze komen nu naar de tuinen, waar ze jacht maken op kevers, pissebedden en naaktslakken. Vaak bestaan hun uitwerpselen helemaal uit de harde getinte pantsers van de schadelijke torren. Padden zijn een bondgenoot van de tuinman. Leg een steen neer waar ze overdag onder kunnen schuilen. En geloof nooit dat je van paddenpis wratten kunt krijgen.

Bullekopjes.

In de weilanden krioelt het nu van de jonge kikkertjes. Het zijn bruine, geen groene kikkers. Ze zijn zojuist van een visachtig waterdier (bullekopjes) vierpotig landdier geworden. Een ingrijpende verandering, want ze eten nu geen algen meer, maar insecten. Omdat ze zo klein zijn, vangen ze vooral bladluizen. Die zitten niet alleen hoog op planten, maar ook op waterplanten die net boven water uit steken en laag op oeverplanten waar kikkers bij kunnen.

Trekvlinders.

Er bestaan veel trekvlinders. Net als trekvogels komen ze in de lente uit het zuiden. Hen hier opgroeiende nakomelingen trekken in het najaar naar het zuiden terug. Zo'n trekvlinder is de atalanta of admiraalvlinder, nu veel te zien op buddleja's en bloeiende liguster. Hij is zwart met rode banden over de vleugels. Op de vleugelonderkant is het cijfer 98 of 86 te lezen. Daarom heet hij ook wel een nummervlinder.

Sprinkhanen.

De aanwezigheid van sprinkhanen is niet alleen te horen, maar ook te zien. Lopend in het gras zie je ze voor je wegspringen. Ze warmen zich bij tientallen tegelijk op in de zon op grote bladeren zoals van hoefblad. Waar veel sprinkhanen zijn, is het leuk naar eileggende vrouwtjes te zoeken. Ze leggen hun eitjes op zandige plekjes en zijn daar zo druk mee bezig dat ze van dichtbij te bekijken zijn. Hun achterlijf steekt daarbij rechtstandig in de grond.

Nachtvlinders.

Nu komen veel nachtvlinders op lamplicht af. Zeker als je hier vlakbij een mengsel van stroop, bier en honing smeert, bijvoorbeeld op een boomstam. Een van de vlinders die hier nu zeker op afkomt is een donker uiltje, dat op de voorvleugels een zilveren vlek heeft. Naar de vorm van die vlek heet deze vlinder pistooltje. Ook wel gamma-uil, omdat die vlek ook lijkt op de Griekse letter G. Het pistooltje vliegt 's nachts en overdag. Het trekt elk jaar vanuit Zuid-Europa naar het noorden en legt hier eitjes. De vlinders die daaruit voortkomen, trekken in de herfst zuidwaarts.

Spitsmuizen.

Spitsmuizen zin insectenetertjes zo groot als een veldmuis. Ze zien er uit als minimollen, maar leven tussen de planten in bossen en in bermen. Dagelijks moeten deze energieke diertjes hun eigen gewicht aan insecten en spinnen eten. Daarom zijn ze de hele dag op jacht. Spitsmuizen worden maar een jaar oud. In deze tijd zoeken ze een partner. De mannetjes leveren daarvoor luidruchtige gevechten. Ze laten daarbij een ultrahoog piepen horen.

Stinkzwammen.

Een al in de zomer opkomende paddestoel is de grote stinkzwam. Hij doet zijn naam eer aan: je vindt hem op de geur. Die afschuwelijke lucht is bedoeld om vliegen te lokken. Die eten het groene slijm dat de hoed bedekt. In dat slijm zitten sporen die het darmkanaal van de vliegen zonder schade passeren. Als de plek, waar die sporen met de vliegenpoep terechtkomen, geschikt is, kunnen daar nieuwe stinkzwammen uit groeien. Stinkzwammen vind je in bossen en parken.

 

September

 

Gallen.De vele soorten gallen op de eiken bieden een mogelijkheid voor een aardige herfstspeurtocht door bos en park. De gallen zijn misvormingen van bladeren, takken en bloemen, veroorzaakt doordat een galwesp een ei in het plantenweefsel legde. Al naar de soort wesp die ze veroorzaakt, hebben gallen hun eigen vorm: erwten, napjes, knikkers, knoopjes, roosjes, noem ze maar op. Bladeren met gallen zijn gemakkelijk te drogen (niet in een boek!) En als verzameling te bewaren.

Vlinderwereld.

Nu de meeste buddleja's (of vlinderstruiken) zijn uitgebloeid, komen in de tuinen de dagvlinders op de hemelsleutels. Soms wemelt het op het roze schermen van de kleine vossen. Dagpauwoog en atalanta bezoeken liever de grote bossen herfstasters die nu net in bloei komen. Dagpauwoog en kleine vos overwinteren op beschutte plekken. Ze zijn nu vaak in huis te vinden. Het zijn vlinders die in deze dagen uit de pop kwamen. De atalanta's trekken weg naar het zuiden.

Voor trek zangvogels naar de kust.

Wie echt gewaar wil worden van de herfsttrek van kleine zangvogels gaat daarvoor naar de kust. Vooral waar bosjes in open land staan, zoals de eendenkooien op de waddeneilanden, verzamelen zich overdag fitissen, tjiftjaffen en roodborsten. Ze zingen er vaak net zo druk als in het voorjaar. Al die vogels broedden deze zomer in noordelijker gebieden. Soms zit er een zeldzame tussen. Zo verschijnen rond de derde week van september de eerste bladkoninkjes.

Reeën in het najaar.

In het najaar worden sprongen gevormd. Een sprong bestaat uit een geit met kalveren en smal ree (kalf van het vorig jaar) en bok. Ze laten zich vaak in de begroeiing zien maar niet in het open veld. Hun vacht begint weer te verkleuren, bij de jonge reeën begint dat eerder dan bij de oude dieren. De bokken werpen hun gewei af, de oude bokken doen dat het eerst. Bij jonge reeën kan nabronst optreden.