De lente

Op 21 maart begint de lente. De lente wordt ook het voorjaar genoemd. Het is een periode 'voor' in het jaar. Kijk maar op de kalender. De lente duurt drie maanden. In die 3 maanden gebeurt er veel in de natuur. Als de lente begint, lijkt het wel alsof alles na een winterslaap weer tot leven komt. Toch kan het nog knap koud zijn. Aan de loofbomen worden de knoppen groter. Aan naaldbomen die groen zijn gebleven, komen nieuwe, lichtgroene scheuten. Bolplanten komen boven de grond en beginnen te bloeien. Veel dieren gaan een nest bouwen. Aan het eind van de lente kan het al heerlijk warm zijn. De meeste bomen zitten dan vol blad. Overal zie je jonge dieren. De zomer kan beginnen!

 

Bollen, knollen en zaden

Een ui en een tulp zijn bolplanten. De bol van een ui heeft algen. In het binnenste van die lagen zit een kern. Daar groeit de plant uit. De lagen beschermen de kern. Veel bloemen die je in de lente ziet, groeien uit een bol.

 

voor meer informatie over de ui ga naar www.ui.nl

 

Planten kunnen ook uit een knol groeien. Een aardappel is zo'n knol. Als je een knol doormidden snijdt, zie je geen lagen. Er groeit niet alleen een plant uit de knol. Hij maakt ook lange wortels. Aan die wortels komen weer nieuwe knollen. Zo krijg je van één knol een heleboel knollen.Zaadjes stop je in de grond. Net als bollen en knollen. De meeste zaden hebben een harde schil. Die beschermt het binnenste: de kiem. Uit de kiem groeit de plant. De plant 'ontkiemt', zeg je dan.

Uit een zaadje groeien wortels de grond in. Ze halen voedsel en water voor de plant uit de bodem. Alle planten en bomen zijn begonnen als knol, bol of zaadje in de grond. Een grote eik, het gras, een zonnebloem of een krop sla. Om te groeien, hebben bollen, zaadjes en knollen warmte nodig. In de winter is het te koud. Daarom groeit er weinig. In de lente stijgt de temperatuur. De lucht wordt warmer en de zon verwarmt de grond. In de lente regent het ook vaak. Dat helpt bij het groeien. Planten hebben behalve voedsel en lucht ook water nodig.

Van knop tot vrucht

Aan de groei van planten, struiken en bomen kun je zien welk seizoen het is. Eerst komen de bladeren. Dan de bloemen. En daarna de vruchtjes met zaadjes. In de herfst vallen de bladeren van de meeste planten, struiken en bomen.

Veel planten overwinteren als bol, knol of zaadje. Goed beschermd in de grond. Maar soms moet een plant wel boven de grond overwinteren. Als de lente komt, gaan de knoppen open. De schutbladeren vallen eraf. Zet maar eens een tak van de kastanje in een vaas. Dan kun je goed zien hoe dat gebeurt.

 

 

 

voorbeeld van een papaver