- Donald Duck -

...................................................

 

  Donald Duck leeft samen met zijn 3 neefjes (Kwik, Kwek en Kwak) in Duckstad. Zijn vader heet Woerd of snater Duck en zijn moeder heet Hortensia Duck (zie plaatje). Andere familieleden van hem zijn zijn gierige oom Dagobert Duck, zijn sloma neef Gijs Gans en zijn oma; Oma Duck.

Donald kun je herkennen aan zijn rode strikje, grote ogen, matrozenpakje en zijn oranje snavel en poten. Donald Duck kun je ook herkennen aan zijn karakter. Er hoeft maar iets te gebeuren en hij springt uit zijn vel! Hij kan zich heel erg opwinden over de kleinste dingen. Donald Duck heeft nog meer vervelende eigenschappen. Toch vinden een heleboel mensen hem erg leuk en grappig.
Het succes van Donald Duck kwam op een geschikt tijdspunt. Mickey was op dat moment nog steeds populair omdat hij een zacht aardig en meegaand persoontje is, alleen vond Disney het steeds moeilijker om met nieuwe ideeën te komen die ook nog een komisch moesten zijn, met Donald Duck waren deze
mogelijkheden eindeloos.
Heel zijn carrière werd Donald's stem ingesproken door Clarence "ducky" Nash. Een hoop humor kwam door het feit dat je nooit echt begreep wat hij nou precies zei helemaal niet als hij een van zijn beroemde woede aanvallen kreeg.
Terwijl Donald door de jaren heen op een hoop momenten van die woede aanvallen kreeg was hij zelden echt kwaadaardig. Zijn grapjes en zijn pogingen tot wraak die nooit werken zijn allemaal even grappig, maar zelfs zijn ergste vijand vindt aan het eind van het verhaal een vredig bestaan.

Het uiterlijk van Donald:

In zijn eerste filmoptreden in 1934 was Donald een hoekig huisdier. Hij had al een oranje snavel en oranje poten, witte veren en een blauw matrozenpakje met pak, maar zijn snavel was langer en zijn lichaam plomper dan 40 jaar later, en hij had meer veerachtige handen dan vingers. De klassieke Donald ontstond pas het eind van de 30-er jaren. Het kritieke jaar voor het uiterlijk van Donald was 1936, want toen kreeg Donald een nieuwe,korte snavel en de meer menselijke, zo onwaarschijnlijke handen.

.

Donald in 1934