Belangrijke organen in de buikholte zijn:
Lever, alvleesklier, milt:
De lever is heel belangrijk voor je gezondheid. De lever heef zo'n 600 verschillende taken in de stofwisseling. Ze bouwt bouwstoffen en energie leverende suikers. De lever filtert je bloed, ze ontgift afvalstoffen. Ze maakt gal om vet te kunnen verteren. Ze slaat vitaminen, mineralen en suikers op. Links van de lever ligt de alvleesklier. Deze heeft 2 verschillende taken. Ze maakt net zoals de maag spijsverteringssappen. Deze komen via een buis in de dunne darm als het voedsel passeert. De andere taak is de aanmaak van insuline en glucagon, 2 hormonen die invloed uitoefenen op de manier waarop je lichaamscellen suikers opnemen. De milt ligt aan de linkerzijde in de buikholte. Ze is betrokken bij de verdediging tegen aanvallende microben en bij het filteren en gezond houden van je bloed.
Maag:
Wist je dat er in je maag 2 liter past?
De maag is een J-vormige zak die heel veel spierlagen bevat. Dit is ook wel nodig omdat haar belangrijkste taak kneden van het voedsel tot kleine brokjes is. Als het in kleine brokjes is kan het makkelijker verteerd worden, doordat het beter mengt met het zuur en de verteringsstoffen. Deze verteringsstoffen noemen we enzymen.
Darmen:
Nadat het eten in de maag is geweest komt het uiteindelijk in je darmen. Je hebt een dunne darm en een dikke darm. Het eerst komt je eten in de dunne darm terecht. Deze darm is heel lang en dun. Hoe lang vraag je je dan misschien af? De dunne darm is wel 5 à 6 meter lang en ligt in allerlei kronkels in je buik.
Bij de vertering heeft de dunne darm als taak de verdere vertering van het voedsel. De voedingstoffen die vrij komen bij de vertering worden door het bloedvaten en de lymfevaten van de darmwand opgenomen.
Uiteindelijk gaat de dunne darm over in de dikke darm. Deze is een stuk korter (1,5 meter), maar wel wijder. De belangrijkste taak van de dikke darm is het opnemen van water en bruikbare mineralen uit het voedsel.
De resten van het voedsel gaan via de kringspier of ook wel anus genoemd naar buiten. De anus is het eind van de dikke darm.
Nieren:
Vanuit de darmen komen mineralen, water en afvalstoffen in het bloed. Via het bloed worden deze stoffen naar de nieren vervoerd. Daar worden door de nieren deze overmatige stoffen uit het bloed gehaald. Dit moet ook gebeuren anders blijf je niet gezond.
De stoffen die door de nieren uit je bloed worden gehaald vormen samen de urine.
Blaas:
De urine komt via 2 buisjes in je blaas. De blaas is een rekbaar zakje in de buikholte. Dit zakje zwelt op als er urine in komt. De hersenen krijgen een berichtje van de blaas dat het vol begint te raken. Zo gauw het bericht je hersenen heeft bereikt vol je dat je naar de wc moet.