Benodigdheden

Bij volleybal heb je allerlei spullen nodig. Je moet er natuurlijk wel goed uitzien (een team is een eenheid, een team heeft dus dezelfde clubkleuren aan) en jezelf goed beschermen. Als eerste heb je natuurlijk gewoon een sportbroekje en een t-shirt aan. Zoals je al eerder gelezen hebt is het tenue tijdens de wedstrijd voor het hele team hetzelfde. Bij de training en bijvoorbeeld een oefenwedstrijd zorg je gewoon zelf voor kleding. Het is belangrijk dat je goede schoenen aanhebt, omdat je veel beweegt en springt. Als je geen goede schoenen hebt, kan dit een enkelblessure opleveren.

 

Als je nou toch een blessure hebt gekregen, dan zijn er verschillende enkelbracen. Dit is een soort hele strakke sok, die ervoor zorgt dat je enkel minder beweegt en dus minder pijn doet. Ook voor de pols en de knie zijn er bracen.

Voor je knieën heb je altijd kniebeschermers, omdat volleyballers er alles aan doen om de bal van de grond te houden. Hierdoor stuiteren ze weleens op de knieën en dit doet zonder beschermers heel veel pijn. Ook hiervan zijn er verschillende soorten en maten.

 

 

Voor de veiligheid is het altijd beter dat je verder geen sieraden draagt, omdat een ketting bijvoorbeeld in het net kan blijven hangen. Dit is gevaarlijk, en daar speel je natuurlijk niet voor!

Bij een training en een wedstrijd heb je natuurlijk een zaal nodig. Dit moet wel een zaal zijn waarbij de lijnen van het volleybalveld aanwezig zijn. Ook moeten er palen zijn waaraan je het net kan ophangen. Bij de wedstrijden is er ook een meetlat waarmee je kan kijken of het net op de goede hoogte hangt. De nethoogte is verschillend per niveau. De jeugd bijvoorbeeld heeft het net veel lager staan dan de dames. De heren hebben het net nog hoger hangen.

Volleybal speel je in een sporthal. De lijnen zijn vaak al aangegeven. Het veld is 9 x 18 meter en bestaat dus eigenlijk uit twee vierkanten van 9 x 9 meter. Precies in het midden van het veld hangt een net. Op 3 meter van het net is aan beide kanten nog een lijn. Dit is de aanvalslijn ofwel de driemeterlijn. Dit is een richtlijn voor de aanvalsters die aan het net aanvallen. Ze beginnen dan met de aanvalspas op de driemeterlijn en komen dan bij het net uit. Achter de achterlijn moet er opgeslagen worden. Je mag dan niet met je voet eroverheen komen.

 

Volleybal wordt uiteraard gespeeld met een bal. Tijdens de training zijn er vaak veel ballen aanwezig en ook bij het inspelen heb je meer ballen nodig. Ook bij de wedstrijd is er een bal nodig. Dit zijn meestal nieuwe, gekleurde ballen.

Bij de hogere niveaus zijn er meer ballen aanwezig, zodat er meteen een nieuwe bal kan worden aangegeven als de andere bal weg is.

 

Bij een wedstrijd moet ook altijd een scheidsrechter aanwezig zijn.

Bij de hogere niveaus heb je ook nog een tweede scheidsrechter en twee lijnrechters. De twee vlaggers geven aan of een bal in of uit is; zo helpen ze de scheidsrechter een beetje. Ook is er vaak een teller die de stand bijhoudt en ook het wedstrijdformulier (hierop staat wie er meedoet en wat de stand is) invult.