Wie woonden er in het kasteel?

Ja, natuurlijk woonde ik niet alleen in het kasteel. Dat zou ik niet eens willen, het kasteel was veel te groot voor mij alleen! Er zijn een aantal belangrijke mensen die ik aan jullie voor wil stellen...

De belangrijkste persoon in het kasteel was de koning, heer of de rijke adel. Hij was de machtigste man in het kasteel en in het hele koninkrijk. Hij had naast het kasteel waar ik woonde ook nog een paar andere kastelen. Konings wil was wet: als hij het wilde stuurde hij een orde rond om zo te bevelen dat er iemand opgepakt moest worden! Deze orders van de koning werden verzonden met eromheen een koord en een koninklijke zegel erop; als je weigerde ze op te volgen, werd je als rebel beschouwd en kon je de doodstraf krijgen. Door deze koninklijke zegel kon men gelijk zien van welke koning/heer het bevel was. Deze zegel werd niet alleen voor de 'post' gebruikt; ook de ridders hadden op hun schild een bepaald symbool staan die alleen die groep ridders had: het wapenteken (hieronder zijn er een aantal te zien). Ik heb wel eens gezien dat er wel eens ridders aankwamen met een ander symbool. Nou, wat er toen gebeurde wil je nauwelijks weten. Ze gingen met elkaar in gevecht totdat ze ongeveer (dood) bij neervielen!!

In het kasteel waren twee verschillende soorten ridders: de machtige en de mindere machtige. Machtige ridders waren vaak van adel en vochten voor een koning of heer. Minder machtige ridders waren edellieden, in dienst van de adellijke (machtige) ridders. Geen enkele echte ridder zou ooit een oproep van zijn koning of heer negeren - hoewel er sommigen bij waren die liever geld betaalden dan te gaan vechten.

De koning ging dikwijls op reis. Tientallen koks, huisknechten, stalknechten, lakeien, narren, kunstenaars en wasvrouwen reisden met de koning mee als hij rond trok.

In het kasteel waar ik woonde leefden ook edelen en hoge personen uit de kerk. Daarnaast woonden er in het kasteel vrouwen en kinderen. De belangrijkste vrouw in het kasteel was de echtgenote van de kasteelheer. De gezinnen van ridders woonden vaak ook in het kasteel, en soms werden er ook kinderen van andere edelen opgeleid. Adellijke dames hadden hun eigen hofdames en er waren ook vrouwelijke bedienden, zoals wasvrouwen en naaisters. Vrouwen uit het hele koninkrijk leerden spinnen, weven en naaien.

De kinderen uit een adellijke familie mochten niet kiezen wat ze later wilden worden. Jongens bijvoorbeeld, werden soms weggestuurd naar een ander kasteel, terwijl ze pas zeven jaar waren! Ze leerden daar wat goede manieren waren. Zeven jaar daarna begon zijn opleiding als schildknaap, en rond zijn eenentwintigste werd hij misschien geridderd. Ook meisjes werden naar een ander kasteel gestuurd. Zij kregen daar les van kasteelvrouwen. Ze leerden de naaikunst, het huishouden en fatsoenlijk gedrag.

Er moest veel werk worden verricht. Daarvoor waren onder andere de hoefsmid, de timmerman, de kok, de hofmeester (die zorgde voor de huishouding), bedieners en soldaten. Een aantal van deze mensen had een eigen kamertje, anderen sliepen in de grote zaal op de grond! Soms als ik door het kasteel vloog, kwam ik langs gruwelijke kerkers waar gevangenen zaten. Deze kregen alleen water en brood te eten!

Naast mij en alle andere mensen, woonden er ook nog dieren in het kasteel. Het kasteel had dieren nodig om van te leven. Deze dieren hadden allemaal een eigen functie. Meestal was dit het zorgen voor voedsel. De vacht van veel dieren werd tevens gebruikt om er kleding van te maken. Suiker was in die tijd erg duur, daarom werden er bij het kasteel bijenkorven gehouden. De bijen zorgden voor honing en deze honing werd dan gebruikt om gerechten klaar te maken. Dat smaakte altijd erg lekker!

Terug naar de beginpagina