Het dagelijks leven

In de loop van de dagen die volgen, leert Anne elk plekje van de schuilplaats kennen. De onderduikers zijn heel bang dat ze worden ontdekt. Mensen in het magazijn mogen ze niet horen. Ook moeten ze oppassen dat de buren hen niet zien of horen.
Het enige contact met de buiten wereld verloopt via de helpers van de onderduikers. Zij kopen voedsel, brengen boeken en kranten mee en vertellen wat er allemaal in Amsterdam gebeurt. De wereld is voor Anne heel klein geworden. Anne is blij als op 13 juli 1942 de familie Pels er bij komt. Ze geeft hen in haar dagboek een andere naam.

De familie Van Daan bestaat uit 3 personen: Meneer en mevrouw van Daan en hun zoon Peter, die 15 jaar oud is. Peter heeft zijn kat “Mouschi” meegenomen. Anna is blij dat ze er zijn. Het is gezellig en ook minder stil, want van de stilte wordt zij een beetje zenuwachtig.
De dagen gaan langzaam voorbij. Dagen worden weken, en weken worden maanden. Overdag, als het personeel werkt, mogen de onderduikers alleen maar fluisteren en lopen zij heel zacht op hun sokken. Niemand in het achterhuis mag de kraan of het toilet gebruiken tussen negen ’s ochtends en negen uur ’s avonds.

Op de meeste doordeweekse dagen, studeert Anne in de grote stapels schoolboeken die ze meegenomen heeft. Ook Margot en Peter besteden dagelijks vele uren aan de schoolvakken.
Geen van de kinderen wil op school achterkomen. Anne leest veel boeken die Miep voor haar meebrengt.

Veel joden in Nederland worden in deze maanden opgepakt en weggevoerd naar de concentratiekampen. De families Frank en Van Daan ontkomen hieraan door zich te verstoppen in het Achterhuis. De hele dag zijn deze families bang dat zij ontdekt worden. Het is dan ook geen wonder dat de onderduikers regelmatig kibbelen en ruziemaken. Ook Anne heeft het moeilijk met haar nieuwe leven. Alles is zij kwijt: haar vriendinnen en vrienden, haar school, haar vrijheid….Anne is soms opstandig en verdrietig. ‘s Nachts huilt zij vaak.
Anne bemoeit zich met alles en iedereen en heeft altijd een antwoord klaar. Maar meneer en mevrouw van Daan vinden haar een brutaal en slecht opgevoed kind. Met haar moeder ligt ze regelmatig overhoop. Margot doet vaak kribbig tegen haar, ook aan Peter heeft ze weinig steun


Op een avond wordt er opeens heel hard gebeld. Iedereen schrikt ontzettend. Is dat de Duitse politie? Is dit het einde? Iedereen houdt zijn adem in, maar het blijft stil. Drie weken later schrikken de onderduikers opnieuw.
Tegenover de boekenkast horen ze plotseling hamerslagen. Iedereen houdt direct zijn mond.
Na een kwartier wordt er opeens op de kastdeur geklopt.
De onderduikers trekken wit weg. Er wordt aan de kast getrokken, geklopt en geduwd.
Dan horen ze wat er aan de hand is. Er is een timmerman in huis is die de brandblusapparaten controleert.

Op dinsdag tien november 1942 hoort Anne dat er een nieuwe onderduiker bijkomt.
Zijn naam is Fritz Pfeffer. Anne geeft hem in haar dagboek een andere naam: Albert Dussel.
Ze vind hem erg aardig. Hij vertelt over wat er allemaal met de joden gebeurt en vertelt dat alle joden naar concentratiekampen worden gestuurd, waar ze uiteindelijk in gaskamers worden vermoord.