Renaissance
Renaissance betekent letterlijk wedergeboorte. Hiermee wordt bedoeld dat er net zoals vroeger weer interesse kwam voor de klassieke kunst. De klassieke kunst is de kunst van de Romeinen en de Grieken. De Renaissance kun je verdelen in verschillende periodes. Zo heb je de vroege renaissance (1420 tot 1500), de hoog renaissance (1500-1530) en het maniërisme (1530-1600). De Renaissance begon in Italië. En vanuit Italië verspreidde het zich over heel Europa, maar in elk land was de Renaissance weer net even iets anders. Elk land heeft dus eigenlijk zijn eigen Renaissance.

De kunstenaars wilden vroeger altijd annoniem blijven. Ze wilden niet dat mensen wisten wie de schilderijen had gemaakt. Maar in de Renaissance maakte dat niks meer uit. Voor het eerst mochten de mensen weten wie de kunstenaar was.
Op de foto hieronder zie je een schilder die bezig is met het maken van een heel groot schilderij over een groep mensen die zitten te eten. In de schilderijen uit de Renaissance waren de mens en de natuur heel belangrijk. Kunstenaars maakten dan ook vaak schilderijen waarin de natuur en/of de mens te zien waren. Deze schilderijen waren zo goed geschilderd dat het net echt leek. De schilder gebruikte vaak donkere kleuren en daardoor zagen de schilderijen er niet echt vrolijk uit. De kunstenaar lette bij het schilderen goed op de lichtval. Hoe het licht in het echt op de mensen, dingen, en natuur viel, zo werd het ook geschilderd.

Nu
weet je iets meer over de Renaissance. Zullen we doorgaan naar de
volgende periode?