Het klimaat in regenwoudgebieden


 

De regenwouden van de wereld

Het woord 'regenwoud' werd voor het eerst in 1898 gebruikt om aan te geven dat de omstandigheden waarin deze bossen groeien altijd vochtig zijn. De meeste regenwouden hebben een jaarlijkse regenval van 250 cm, gelijkmatig over het hele jaar verspreid. Vaak komen 's middags onweersbuien voor. Het water dat van de bomen komt, draagt bij tot het vochtgehalte in de lucht. Daarom voelt de lucht plakkerig of klam aan en hangen er wolken en mist boven het regenwoud. Deze wolkendeken beschermt het regenwoud tegen de warmte van de dag en de kou van de nacht en houdt de temperatuur het hele jaar door tussen de 23 en 31 graden Celsius. De heetste, vochtigste regenwouden zijn te vinden in een smalle gordel rond de evenaar. Deze worden soms regenwouden van het laagland genoemd en zij zijn het meest uitgestrekt. Regenwouden die verder van de evenaar afliggen zijn net zo warm als de regenwouden van het laagland, maar hebben een kort droog seizoen. Een ander soort regenwoud, dat regenwoud van het bergland wordt genoemd, groeit op tropische bergen, terwijl mangrovewouden aan tropische kusten groeien.

Regenwouden, Rodney Aldes, De Lantaarn, 1995 Amsterdam (isbn 90- 5426-752-6).

Waarom is het zo warm in het regenwoud?

In een regenwoud is het altijd warm. Dit komt omdat ze in een gordel rond het midden van de aarde groeien. Daar zijn de zonnestralen op zijn heetst en sterkst. De zonnewarmte verwarmt de grond, die vervolgens de lucht erboven verwarmt. De warme lucht stijgt op. Terwijl de lucht opstijgt, koelt hij af en condenseert het vocht in de lucht tot waterdruppels; die verzamelen zich en vormen zich tot wolken en regen.

Het dagelijkse terugkerende weerbeeld van een tropisch regenwoud.

Moesson- of seizoenwouden

Tropische regenwouden met drie of meer droge maanden per jaar worden moessonwouden of seizoenwouden genoemd. Dit omdat de bomen hun bladeren in het droge seizoen laten vallen en er aan het begin van het natte

moessonseizoen nieuwe blaadjes aan groeien. Deze bossen hebben minder klimplanten dan de regenwouden van het laagland, omdat de lucht droger is. Er groeien ook meer soorten planten op de bodem van het bos, omdat er in het droge seizoen veel licht op de grond komt.

 

Bergregenwouden

Hoog in de tropische bergen (boven de 900 meter) groeien mistige bossen. De bomen zijn overdekt met felgroene mossen en druipen van het water. Deze wouden van het bergland hebben minder plantensoorten dan regenwouden van het laagland, omdat de lage temperaturen en de sterke wind de plantengroei beperken.

 

 

Plensbui aan het eind van de middag in het tropisch regenwoud van het Indonesisische eiland Bali.

Mangrovewouden

Tropische kustlijnen zijn vaak bedekt met een speciaal soort regenwoud. Dat is het mangrovewoud. Er leeft een grote verscheidenheid van verschillende soorten. Dergelijke bossen groeien bijv. aan de kust van de Indische Oceaan en op de kusten van Noord- en Zuid-Amerika.

 

Tip:

Je kunt thuis zelf ook water laten verdampen. Zet een bakje met water op een warme plek in huis of buiten, als het lekker weer is. Schrijf op hoe lang dat duurt voordat al het water verdampt is. Zet dan hetzelfde bakje met water op een koele plek neer en schrijf ook n8u weer op hoelang het duurt voordat het water verdampt is. Wanneer duurt het het langst voordat al het water verdampt is?