Planten en dieren


Planten en bomen

Waarom zijn er zoveel planten en bomen?

Regenwouden zijn de soortenrijkste ecosystemen ter wereld. Dit betekend dat er heel veel verschillende dieren en planten leven. Hoe kunnen al die soorten in het regenwoud leven? Planten en bomen vechten om het licht en proberen daarom zo hoog mogelijk te komen. Andere planten zijn slimmer en schieten geen wortel op de grond, maar hoog in een boom. Ze laten de wortels zakken naar de grond, dit zijn de (door Tarzan) bekende lianen. Deze planten die boven op de bomen groeien om meer zonlicht te ontvangen heten epifyten. Ook kortmossen die op bomen zitten zijn epifyten. Epifyten leven niet van de boom, ze gebruiken de boom alleen als houvast. Hun voedsel halen ze alleen uit het regenwater. Planten die wel van de boom waar ze op groeien leven heten parasieten. In het regenwoud zijn er ook bomen die met hun wortels om andere bomen heen groeien en ze uiteindelijk wurgen om zo een plek te veroveren in het bos.

 

 

Verschillende verdiepingen

Het regenwoud bestaat uit verschillende lagen, het is net een hoog gebouw met veel verdiepingen. In elke laag leven weer andere dieren en planten.

De kroonlaag

De toppen van de bomen vormen het dak van het bos, de kroonlaag. De meeste van deze bomen zijn zo'n 40 meter hoog. Een paar woudreuzen zijn nog hoger en steken boven de kroonlaag uit. De toppen van de bomen zitten dicht op elkaar en nemen veel zonlicht op. De bomen verliezen het hele jaar door bladeren maar de kroonlaag blijft altijd intact. De meeste dieren in het regenwoud, van kleine insecten tot grotere soorten, leven in de kroonlaag, omdat daar bloemen, vruchten, zaden en bladeren aanwezig zijn. Op de afbeelding hiernaast zie je een foto (vanaf de grond genomen) van de kroonlaag van een Australisch regenwoud.

 

De onderlaag

Onder de kroonlaag, in de vochtige lucht en het schemerlicht, groeien enkele kleinere bomen, struiken en varens. Op plaatsen waar een beetje meer licht door de kroonlaag heen komt langs water bijvoorbeeld, groeien bomen zoals palmen. De bomen die hier groeien hebben grote en vaak hele lange bladeren om zoveel mogelijk licht op te nemen. Maar de meeste bomen en planten hebben zich aangepast aan het donker en de vochtigheid en blijven dus klein.

Het tropisch regenwoud ziet er zo groen uit dat je denkt dat de bodem hier erg vruchtbaar is, maar dat is niet zo. Het voedzame in de grond wordt snel door bomen opgezogen. Als die bomen gekapt worden word de grond heel snel hard door de zon die er dan op schijnt. Kaalgeslagen bosgrond die bebouwd wordt, raakt binnen een paar jaar uitgeput.

 

Dieren

Er leven apen, vlinders, vogels, slangen en talloze andere dieren. Ze zijn aangepast aan het leven in het woud. Soortgenoten die contact willen met elkaar, moeten goed opvallen omdat ze moeilijk te zien zijn in de dichtbegroeide jungle.Vogels als de toekan en de papegaai hebben vaak felle kleuren, en vooral 's ochtends als het licht wordt en 's avonds bij de schemering, maken ze veel geluid. Ook de roep van veel apen is ver in de omtrek te horen.

De meeste dieren in de jungle leven in de kroonlaag. Regenwoudvogels hebben korte vleugels waarmee ze kleine eindjes vliegen. Kikkers leven in waterpoeltjes die zijn ontstaan in holtes van grote bladeren. Apen springen van boom naar boom, en slangen liggen om de takken gekronkeld. Sommige dieren zijn zó goed aangepast aan het leven in het bladerdak, dat ze zelden aan de grond komen.