Sprookjes

In welk sprookje komt nou geen kasteel voor? Assepoester, Doornroosje, Sneeuwwitje, Belle en het Beest... allemaal sprookjes met kastelen!
Sneeuwwitje
Er waren eens een koning en
een koningin. Op een dag zat de koningin te borduren voor het
raam. Haar jurk was gitzwart en terwijl de koningin naar de
sneeuw buiten keek prikte ze in jaar vinger. Er kwamen 3 dieprode
druppels bloed uit. Ze wenste een kind met een huid zo wit als
sneeuw, wangen zo rood als bloed en haar zo zwart als haar jurk.
Een jaar later kreeg de koningin een dochtertje precies zoals ze
gewenst had. Daarom noemde de koningin haar Sneeuwwitje. Kort
daarna stierf de koningin.
De koning was heel verdrietig, maar koos toch snel een nieuwe
vrouw. De vrouw was mooi, maar wilde niet dat er iemand mooier
was. Elke dag stond ze voor haar wonderspiegel en vroeg:
'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het
land?'
En elke dag antwoordde de spiegel: 'U koningin, u bent de mooiste
van het land.'
Dan was ze tevreden, want ze wist dat de spiegel de waarheid
sprak.
Sneeuwwitje werd ouder, maar ook mooier, nog mooier dan de
koningin. Toen de koningin op een dag weer aan de spiegel vroeg
wie het mooiste was antwoordde de spiegel: 'U bent mooi, maar er
is iemand die mooier is.'
'Wat?', riep de koningin, 'vertel op, wie is het?'
'Het is sneeuwwitje', antwoordde de spiegel.
De koningin begon sneeuwwitje te haten en op een dag riep ze de
jager bij zich. Ze zei tegen hem: 'Neem Sneeuwwitje mee naar het
bos en dood haar. Neem haar hart mee als bewijs.'
De jager deed wat hem gezegd was, maar op het moment dat hij haar
wilde doden begon Sneeuwwitje te jammeren. De jager kreeg
medelijden en durfde op het laatste moment niet meer. Hij zei:
'Ik kan u niet doden, ren weg en kom nooit meer terug en ga
ergens zitten waar niemand u vindt.'
Sneeuwwit je bedankte hem en rende weg, het bos in...
De jager slachtte een varken en gaf het varkenshart aan de
koningin.
Ondertuss en liep Sneeuwwitje nog steeds door het bos. Het werd
steeds donkerder en donkerder en eindelijk zag ze een huisje. Ze
liep naar binnen en zag zeven kleine bordjes en bekertjes staan.
Ze nam uit elk bekertje een slok en liep naar boven. Ze zag zeven
kleine bedjes en viel van uitputting in slaap...
Een paar uur later kwamen de dwergen thuis. Ze kwamen er achter
dat er iemand in hun bedjes lag. Ze zagen Sneeuwwitje liggen en
maakten haar wakker. Ze vroeg bang of ze misschien mocht blijven
en het mocht. Ze moest elke dag pap maken voor de dwergen en was
gelukkig.
Vlak nadat de koningin het hart had gekregen ging ze weer voor de
spiegel zitten. Ze vroeg weer: 'Spiegeltje, spiegeltje aan de
wand, wie is het mooiste van het land?'
De spiegel zei tot haar grote verbazing: 'U bent mooi, maar er is
iemand die mooier is. Ver in het bos bij de zeven dwergen woont
Sneeuwwitje en die is duizendmaal mooier dan u.'
De boze koningin was woedend en bedacht een plan. Ze verkleedde
zich als een oud vrouwtje en maakte een appel met gif erin.
Ze ging op weg naar het huisje. Sneeuwwitje was alleen thuis,
omdat de dwergen aan het werk waren en dat wist de koningin. Het
oude vrouwtje klopte op de deur van het huisje en bood
Sneeuwwitje een appel aan. Sneeuwwitje mocht van de dwergen niks
van mensen aannemen die ze niet kende. De koningin zag dat ze
twijfelde en nam een appel waar geen vergif in zat uit haar mand,
ze at hem op en Sneeuwwitje, die zag dat er niks gebeurde
vertrouwde het vrouwtje wel. De koningin gaf haar een appel en ze
nam hem aan. Sneeuwwitje nam een hap en viel neer, de koningin
rende snel weg.
Even later kwamen de dwergen thuis en vonden sneeuwwitje. Ze
huilden dagenlang en maakten een mooie glazen kist voor haar,
zodat iedereen haar nog kon zien. De volgende dag kwam er een
prins langs. Hij zag Sneeuwwitje en hield meteen al van haar. Hij
huilde en huilde en vroeg of hij de kist mee mocht nemen. De
dwergen tilden de kist op, maar 1 van de dwergen struikelde. De
kist viel en het stukje appel schoot uit Sneeuwwitje's keel. Ze
werd wakker en iedereen was dolgelukkig. Sneeuwwitje trouwde met
de prins en ze leefden nog lang en gelukkig.
En de boze koningin? Die sloot zich op in het hoogste torentje
van haar kasteel en bleef daar, in de hoop dat ze ooit nog mooier
zou worden.
Ivan
In een dorp woonde eens een
jongeman, Ivan genaamd. Hij was getrouwd met een hele mooie maar
vooral lieve vrouw. Er heerste armoede in het dorp. Ivan besloot,
na overleg met zijn vrouw, om ergens anders werk te gaan zoeken.
Hij zou dan sparen en na een paar jaar terug komen. De volgende
dag ging hij op reis.
Na heel wat uren gelopen te hebben, kwam hij bij een boerderij.
Hij belde aan en vroeg of de boer een hulp nodig had. De boer was
al oud en kon best wat hulp gebruiken. Ze spraken af dat aan het
eind van het jaar Ivan zijn loon zou krijgen.
Na een jaar hard werken kwam de betaaldag. 'Hier Ivan, is je
loon. Maar ik geef het je niet. Ik geef je liever een goede
raad.' Zei de boer tot grote verbazing van Ivan. 'Nou, ik hab
toch liever mijn loon', zei Ivan. 'Nee, neem de goede raad, daar
zul je veel meer aan hebben dan aan je loon!' drong de boer aan.
Ivan stemde toe, hij was namelijk heel nieuwsgierig. 'Verlaat
nooit een oude weg voor een nieuwe', zei de boer.
Ivan wilde nog wel een jaar voor de man werken en dat deed hij
ook. Toen het jaar om was, kreeg hij weer zijn geld niet. 'Een
goede raad, zal je veel meer geven dan je loon', zei de boer om
hem te overtuigen. Ivan stemde weer in. 'Overnacht nooit bij een
oude man die is getrouwd met een jonge vrouw', was dit keer de
goede raad van de boer.
Het derde jaar gebeurde precies het zelfde. 'Eerlijkheid duurt
het langs', dat was de wijze raad van de boer voor Ivan van dat
jaar. Ivan miste zijn vrouw ontzettend en had besloten om naar
huis te gaan. 'Ga nog niet vandaag, Ivan. Morgen bakt mijn vrouw
een koek. Die moet je meenemen en pas aansnijden als je thuis
bent, bij je vrouw. Dan zul je een goed en gelukkig leven
leiden.' De boer leek erg zeker van zijn zaak en daarom besloot
Ivan te wachten tot de volgende dag.
De volgende dag kreeg hij een koek en begon aan zijn reis naar
huis.
Op zijn reis kwam hij een groep kooplieden tegen. Hij liep met ze
mee, want dat was veel gezelliger dan in je eentje lopen. Na een
aantal uur wandelen, wilden de kooplieden een nieuwe weg nemen.
'Gaan jullie maar', zei Ivan, 'ik volg de oude route.' Hij dacht
aan de eerst raad die de boer hem gegeven had. De kooplieden
sloegen af en Ivan ging rechtdoor.
Niet veel later hoorde Ivan geschreeuw uit de richting waar de
kooplieden heen waren gegaan. 'Help, rovers!' 'Rovers?'
schreeuwde Ivan terug, 'Wacht, ik haal snel hulp!' De rovers
hoorden Ivans geschreeuw en dachten dat er een heleboel mensen
waren. Snel sloegen ze op de vlucht.
Tegen de avond kwam Ivan in een dorp. Daar ontmoette hij de
kooplieden weer. 'Hé Ivan, kom bij ons in de herberg!' zeiden ze
tegen hem. Tijdens hun reis waren het goede vrienden geworden.
'Wie is de waard', vroeg Ivan de kooplieden eerst. 'De waard, wat
moet je daar nou mee? Hier moet je zijn voor de vrouw van de
waard! Dat is een mooie, jonge vrouw. De waard zelf is een oud
stuk chagrijn', antwoordden de kooplieden. 'Nee, dan slaap ik
liever hiernaast. Het is een slecht teken.'
Dus ging Ivan naar de herberg ernaast.
Die nacht hoort Ivan allemaal geluiden naast zijn kamer. In zijn
muur zag hij een gat, waardoor hij zo in de slaapkamer van de
waard en zijn jonge vrouw kon kijken. 'Vermoord jij hem', hoorde
hij de vrouw van de waard zeggen. Ze sprak tegen een jonge man,
die bij haar in de kamer stond. Hij zei: 'Dat is goed, maar ik ga
voor het gat in de muur staan. Misschien ziet iemand ons!' Dus
hij ging daar staan. Ivan snapte het natuurlijk meteen. De vrouw
had een stiekeme relatie met de jongeman en samen gingen ze nu de
waard vermoorden. Ze wilden de schuld geven aan de kooplieden,
die in de herberg sliepen. Snel pakte Ivan een schaar en knipte
een stukje stof van de mantel van de jongeman af, die immers voor
het gat stond.
De volgende ochtend werd bekend dat de waard was vermoord.
Inderdaad deed de vrouw net alsof de kooplieden het gedaan
hadden. De kooplieden werden opgepakt.
Tijdens de rechtszitting vertelde Ivan aan de rechters wat hij
had gezien en gehoord. Ook liet hij het stukje stof zien. Dit
bewees de onschuld van de kooplieden en ze werden direct
vrijgelaten. De vrouw van de waard en haar minnaar werden
veroordeeld en opgehangen.
Ivan vertrok weer en na een paar uur lopen kwam hij bij zijn
huis. Wat was hij blij om zijn vrouw weer te zien. Ineens zei ze
tegen hem: 'Ik heb vanochtend een bundel goud gevonden. Hij is
vat van de rijke landheer. Wat zullen we ermee doen?' 'Laten we
hem terug brengen, eerlijkheid duurt het langst', zei Ivan,
denkende aan de laatste raad van de boer waarvoor hij gewerkt
had.
Samen gingen ze naar het kasteel en gaven de bundel met goud aan
de dienaar die bij de poort stond. Ze liepen weer naar huis, aten
de koek en leefden gelukkig en tevreden. Maar Ivan had nog steeds
geen werk. Er was nog steeds geen baan voor hem in het dorp.
Op een warme dag in de zomer klopte de rijke landheer aan. Hij
vroeg om wat water. 'Ik hoop dat die buidel met goud goed is
aangekomen', zei de vrouw van Ivan.
'Welke buidel?', vroeg de landheer.
'Een poos geleden hebben we een buidel bij u aan de poort
afgegeven. We hadden die gevonden en dachten dat hij van u was,'
zei Ivan. 'Ik ben inderdaad een buidel met goud verloren, maar ik
heb hem nooit terug gekregen,' zei de landheer verbaasd.
Met z'n drieën gingen ze naar het kasteel. Daar bleek al snel
dat de dienaar de buidel zelf gehouden had. Hij werd direct
ontslagen. De rijke landheer was zo gecharmeerd van de
eerlijkheid van Ivan dat hij hem aanstelde als nieuwe dienaar op
het kasteel.