Niet naar school?

 

 

Zoals je al eerder hebt kunnen lezen, gaan veel kinderen in de Derde Wereld niet naar school. Veel kinderen moeten werken om aan geld te komen voor eten, voor zichzelf en ook voor de rest van het gezin. Het kan dus voorkomen dat kinderen al vanaf hun zesde in een fabriek werken. In Pakistan maken de kinderen bijvoorbeeld voetballen. In India werken ze in de bouw en weverijen. Dit noem je kinderarbeid. Kinderarbeid in Nederland is officieel verboden. Kinderarbeid komt vooral veel voor in de Derde Wereldlanden.

 

Kinderarbeid komt voornamelijk voor in de landbouw (Afrika en Zuid-Amerika) en in de industrie (Azië). Vooral in India, Bangladesh en Pakistan werken veel kinderen in de tapijtindustrie. Kinderen werken ook in de mijnbouw. Zo is in Peru één vijfde deel van de mensen die in de goudmijnen werken tussen de 11 en 18 jaar. Dat betekent dus dat er erg veel kinderen in de goudmijnen werken. En dat terwijl je eigenlijk pas vanaf 18 jaar daar mag werken!

 

De kinderen kunnen alleen maar werken en niet naar school, omdat daar geen geld voor is. De omstandigheden waarin de kinderen moeten werken zijn vaak erg slecht.

 

Ook veel meisjes in de Derde Wereld krijgen geen goed onderwijs. Arme gezinnen denken dat hun dochters beter thuis kunnen helpen in het huishouden. Vaak moeten die meisjes dan op hun broertjes en zusjes passen, zorgen voor brandhout, water halen, enz. Veel meisjes in de Derde Wereldlanden gaan dus niet naar school. Voor een groot deel heeft dit ook te maken met de traditie.

Veel arme gezinnen denken dat de jongens beter naar school kunnen gaan, omdat die later voor hun gezin moeten zorgen. Ook moeten ze later voor hun ouders kunnen zorgen als die niet zo veel meer kunnen. Dit betekent niet dat ze alleen moeten zorgen voor een goede verzorging, maar ze moeten ook alles betalen voor hun ouders!

 

Het werk dat vrouwen doen, wordt vaak slechter betaald. Dit is niet eerlijk, omdat ze vaak hetzelfde werk doen! Dat is ook een reden dat meisjes minder naar school gaan dan jongens.