
Dit jaar is het 141 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte.
Nederland haalde de slaven vooral uit West-Afrika. De handelaren kochten ze van Afrikaanse mannen die de slaven te koop stelden.
Een gezonde volwassen man of vrouw kostte 100 pesos. Kinderen kostten ongeveer 40 pesos en voor een zieke of oude slaaf moest 55 tot 60 pesos betaald worden. (1 peso is ongeveer 1 euro.)
De slaven gingen met grote schepen naar Amerika, soms duurde zon reis wel een half jaar. Veel slaven overleefden de reis niet, ze gingen dood aan ziektes zoals diarree, pokken, tuberculose en scheurbuik (dit is een gebrek aan vitamine C).

In 1621 werd de West-Indische Compagnie opgericht, speciaal voor de handel met de Nederlandse kolonies in Amerika. De WIC handelde in suiker, koffie en tabak maar ook in slaven. Hiervoor hadden ze verschillende handelsposten in West-Afrika. Fort Sint George in het plaatsje Elmina op Ghana was één van de belangrijkste.
De schepen kwamen meestal aan in Curaçao. Daar was een grote markt waar de slaven uitgezocht werden. De oude en zieke slaven werden apart gezet van de jonge en gezonde slaven. Die konden natuurlijk veel beter werken. Alle slaven kregen een nummer of een letter op hun arm getatoeëerd. Zo kon iedereen zien van welke eigenaar de slaven waren.
Op het plaatje zie je een vrouw met
haar kinderen, ze staan te koop op een slavenmarkt.
Vanaf Curaçao werden de slaven naar Suriname gestuurd waar ze moesten werken op plantages. De slaven moesten heel hard werken op de plantages. Ze kregen straf als ze niet hard genoeg werkten. En eten kregen ze maar weinig.
Het grootste deel van de slaven was natuurlijk erg ontevreden en regelmatig braken er opstanden of stakingen uit. Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij af. Die dag wordt ook wel Keti Koti genoemd, dit betekent het verbreken van de ketenen. Deze dag wordt in Suriname en op de Antillen elk jaar gevierd.
Maar toen de slavernij werd afgeschaft hadden de plantagehouders natuurlijk geen mensen meer die het werk konden doen. Daarom besliste de Nederlandse regering dat alle slaven tussen de 15 en 60 jaar nog tien jaar verplicht moesten werken op de plantages, maar in ruil daarvoor kregen de slaven wel betaald voor hun werk. En in 1873 waren de slaven echt vrij.
Een andere manier waarop slaven vrij werden was door weg te lopen. De slaven vluchtten toen meestal het oerwoud in waar ze zichzelf moesten redden. Deze mensen werden ook wel marrons genoemd.

Op het plaatje zie je een weggelopen slaaf, ook wel 'marron' genoemd.
Vergeet niet dat ook in de middeleeuwen de slavernij in Nederland 'normaal' was. De kruisridders hadden vaak grote groepen slaven in dienst die vaak het zware moesten doen. Zelfs de katholieke kerk sprak over slavernij 'behalve als de slaven goed behandeld werden'.