
In het grote woordenboek der Nederlandse taal de dikke Van Dale staat deze betekenis achter het begrip slavernij: Persoonlijke onvrijheid met gemis van staatkundige en burgerlijke rechten. Om dit in eigen woorden te zeggen: Iemand heeft niets over zichzelf te zeggen en heeft geen rechten.
Slaven zijn mensen die het eigendom zijn van andere mensen. Ze hebben daarbij geen bezittingen en ze mogen niet zelf weten wat willen. In bijna elke periode van de geschiedenis is slavernij voorgekomen. De ene keer was het erger dan de andere keer. Hier kun je meer over lezen in het stukje De Geschiedenis.
Hoe werd iemand een slaaf?
Slaven waren in twee groepen onderverdeeld je had de inheemse (uit eigen land) en uitheemse (uit een ander land) slaven. De inheemse slaven waren hun vrijheid vaak kwijt geraakt als gevolg van misdaad of schulden. De uitheemse slaven waren meestal krijgsgevangenen en armen. Alle slaven waren in dienst van een Tempel of paleis (de twee belangrijkste instellingen van een dorp).

Het kwam voor dat slaven voor de meest rijke mensen werkten. Zij waren eigendom van hun meester, de slaven hadden geen recht als mens. Hun hoofden werden kaalgeschoren, werden geboeid en kregen een merkteken van hun baas op de borst gebrand.
Als een slavin zwanger was dan werd het kindje ook meteen een slaaf en moest in dienst van dezelfde slavenhouder werken als de moeder wanneer het kindje opgegroeid en sterk genoeg was.
Sommige slaven boden ook aan om voor anderen te werken, bijvoorbeeld als iemand veel schulden had bij een ander. Hij kon die schuld niet afbetalen en daarom bood hij dan aan om voor een bepaalde tijd slaaf te worden bij de man waar hij schuld bij had. Die slaven die zich aan boden werden vaak niet zo slecht behandeld.
Vaak was het ook zo dat mensen gewoon geroofd werden. Ze werden uit hun dorp gesleept en later, ver van hun eigen land verkocht.

Die slaven moesten onder slechte omstandigheden werken en werden vaak zeer slecht behandeld. Als zij probeerde weg te lopen werden zij op een harde en onmenselijke manier gestraft.
Natuurlijk werden de slaven niet altijd op een wrede en onmenselijke manier behandeld. Dat wordt duidelijk in een stukje uit de volgende brief die de Romeinse wijsgeer (filosoof) Seneca aan een slavenhouder schreef.
" Met genoegen heb ik gehoord hoe vriendschappelijk gij met uw slaven omgaat. Zijn het slaven? Ja, maar meer dan dat; het zijn mensen, huisvrienden".