
De eerste Egyptenaren:
Rond 5000 voor de geboorte van Jezus Christus ( 5000 v. Chr) vestigden de eerste mensen zich in het land wat nu Egypte is. Ze vestigden zich langs de rivier de Nijl, want hier was water en vruchtbare grond.
Eerst
verzamelden deze mensen wilde tarwe, maar daarna gingen
ze dorpen bouwen en werden ze van zwervers boeren.
Ze gingen zelf tarwe en gerst verbouwen en sloegen die op in
kuilen
in de grond die ze afdekten met rieten matten.
Er kwamen toen ook beroepen. De één werd pottenbakker, de ander
priester, jager of organisator.
De mensen gingen handelen met landen rond om hen, zoals Syrië en Mesopotamië. Ze brachten kennis van het bewerken van koper, het bouwen van boten en het schrift dat bestond uit plaatjes weer mee terug naar hun volk.
Aan de
prachtige dingen die zij maakten is te zien dat de eerste
Egyptenaren het de moeite waard vonden dingen te maken die ze
mooi vonden.
Maar je moest ze natuurlijk ook kunnen gebruiken.
Samenwerken/ ze gaan zich verenigen:
De mensen
kwamen er achter als ze samen het land gingen bewerken
dat iedereen een betere oogst kreeg. Daardoor begonnen de volken
zich
samen te voegen tot 1 groot volk.
Eerst was
het land verdeeld in Boven- en Beneden-Egypte.
Rond 3000 voor Christus werden deze twee landen verenigd door de
eerste koning, Menes.
Zo ontstond het eerste land ter wereld dat 1 leider had.


De Egyptenaren:
De Egyptenaren geloofden in meerdere goden. Ze dachten dat de goden de wereld hadden ingericht en dat zij die zo moesten houden.
De farao's
werden begraven en de nieuwe farao's leiden het land op dezelfde
manier als zijn voorganger.
De mensen van het oude Rijk geloofden dat alleen de farao een
leven na de dood had.
Daarom werden ze eerst in graftombes begraven die op paleizen
leken.
Daarna
werd de eerste ( trap) piramide gebouwd, zodat de doden dichter
bij de goden konden komen. Ze geloofden dat de geest van de dode
farao via deze trap naar de hemel ging. De piramide werd steeds
mooier en er werkten veel mensen aan om hem af te krijgen. Soms
duurde de bouw van een piramide wel 40 jaar ( De piramide van
Cheops). Eigenlijk is een piramide niets meer dan een graf voor
een belangrijk persoon.

Daarna begon er steeds meer handel te komen en zo werd het land rijk.
In het Oude Rijk had men veel eerbied voor de ouderen en was er oog voor traditie. Regels waren erg belangrijk.
Het nieuwe rijk ontstond, doordat het het Beneden Rijk werd bezet door een buitenlandse koning. De twee rijken werden op verschillende manieren bestuurd. In het ene rijk bleef alles bij het oude. En in het andere rijk werd alles veranderd. Zelfs de godsdienst.
Tegen 1000
v. Chr. liep het Nieuwe Rijk ten einde. Egypte werd veroverd door
Nubiërs ( hun buren),
die een paar jaar later weer werden verdreven door de Assyriërs.
Daarna kwamen er nog meer volken, zoals de Grieken en ten slotte
de Romeinen.