Dieren
In de koudste maanden van het jaar verlaten veel dieren het noordpoolgebied. Sommigen brengen de winter op de toendra door en anderen gaan tot de lente nog verder naar het zuiden. In de zomer komen veel zoogdieren en vogels terug, om in de korte zomer op Arctica, voedsel te zoeken en te paren.
...
papegaaiduiker en de sneeuwuil
Op
Arctica leven veel verschillende dieren. De dieren die er
voorkomen zijn vossen, wolven, beren, zeehonden en muskusossen.
Zij blijven warm dankzij hun dikke vacht. In de winter is hun
vacht zelfs nog dikker. Andere dieren die ook op de Noordpool
leven, zijn de sneeuwuil, ivoormeeuw, kleine alk, papegaaiduiker,
sneeuwhoen, noordkaper, walrus en de eland.

Zeehond
IJsbeer
De ijsbeer is de grootste en sterkste
jager van het het noordpoolgebied. Een doorsnee mannetje weegt
net zoveel als
zes volwassen mensen en is 2,5 meter lang. De vrouwtjes zijn veel
kleiner dan de mannetjes. Er trekken waarschijnlijk ongeveer
20.000 ijsberen rond over de uitgestrekte ijsvelden. Sommige
ijsberen trekken zelfs helemaal naar de Noordpool. IJsberen
houden geen winterslaap, maar maken tijdens de ijskoude winter
jacht op zeehonden of robben onder het ijs. Hun dikke vacht houdt
hen zelfs in het ijskoude water warm. De vacht van een ijsbeer
bestaat uit holle haren. Deze haren houden de warme lucht dicht
bij het lichaam van de ijsbeer vast. Wanneer deze haren nat
worden, plakken ze aan elkaar vast. Zo houdt de vacht het water
tegen. De witte kleur van zijn vacht dient als camouflagekleur in
het ijsgebied. Onder zijn vacht bevindt zich een dikke
blubberlaag, die beschermt de beer tegen de kou, maar dient ook
als voedselvoorraad waarmee de beer moeilijke tijden door kan
komen.