IJsproeven

1. Warm of koud?
Je hebt nodig:
- 3 schaaltjes
- heet, lauwwarm en ijskoud water

Vul een schaaltje met heet, eentje met lauwwarm en eentje met ijskoud water.
Dompel je rechterhand in het hete water en je linkerhand in het ijskoude water.
Haal je handen er na enkele minuten weer uit, schud ze uit en dompel beide meteen in
het lauwwarme water.

- Wat voel je en waarom? - 

 

2. Warm ingepakt!
Je hebt nodig:
- 3 schone, lege jampotten met schroefdeksel
- 1 wollen sjaal
- krantenpapier
- 1 lege schoenendoos (ongeveer even hoog als de jampotten)
- warm water
- 1 waterthermometer

Wikkel een van de potten in de wollen sjaal, laat de tweede pot staan.
Zet de derde pot in de schoenendoos en vul de doos rond de pot met krantenpapier.
Giet in alle drie de potten wat warm water en schroef hun deksels erop.
Zet de potten 30 minuten op een koele plaats (bijv. in de kelder).
Draai de deksels eraf en meet in elke pot met de thermometer de watertemperatuur.

- Wat zal er gebeuren en waarom? - 

 

3. Slapende vingers
Je hebt nodig:
- 1 kom
- ijsblokjes
- water
- een aantal naalden
- 1 handdoek

Leg de naalden op de tafel, met daarnaast de kom
en de handdoek.
vul de kom met water en laat de ijsblokjes erin vallen.
Dompel je rechterhand (linkshandigen hun linker)
20-30 seconden in het water.
Droog je hand vlug af met de handdoek en probeer direct
de naalden op te pakken.

- Wat gebeurt er en waarom? -

 

4. Wolkenvorming..............................................
Je hebt nodig:..
- 1 pan
..
- 1 kan met heet water
..
- 1 bakje met ijsblokjes
..

Schenk het water in de pan en..
houd het bakje met ijsblokjes boven
..
de waterdamp
..

- Wat gebeurt er en waarom?..

 

5. Dauwpunt
Je hebt nodig:
- 1 potlood
- papier
- 1 leeg conservenblikje
- 1 thermometer
- ijsblokjes

Meet en noteer de luchttemperatuur.
Vul het blikje met water en droog
de buitenkant af.
Steek de thermometer in het water en meet
opnieuw de temperatuur.
Laat de ijsblokjes in het blikje glijden en let op
de temperatuur en buitenkant van het blikje.

- Wat gebeurt er en waarom? -

 

Antwoorden ijsproeven

 

Lesidee

Paspoort maken
Laat de kinderen een paspoort maken, waarin zij gegevens verwerken van bijvoorbeeld een eskimo of een pinguïn. Bespreek hierbij eerst wat een paspoort is, waar deze voor nodig is en wat daar in staat. Vervolgens zoeken de kinderen gegevens op deze site of andere sites op het internet. Aan de hand van de gevonden resultaten stellen zij een paspoort samen.